In ‘The Jerusalem Post’ (inter­national edition) staat in een hoofdartikel, dat de schrijver George Orwell misschien wel aan het Midden Oosten heeft ge­dacht, toen hij voorspelde, dat oorlog vrede zou worden ge­noemd en dat zoveel mensen dit blindelings zouden slikken. Allerlei Arabische politici zeggen al jaren lang dingen tegen de bui­tenlandse pers, waar ze niets van menen, of het omgekeerde bedoelen.


Dat bleek ook tijdens het bezoek van de Franse president Chirac aan Syrië. Officieel werd na besprekin­gen met president Assad verklaard, dat Chirac ‘een positieve boodschap’ had ontvangen. In werkelijkheid was gezegd, dat Syrië aan Israël de oorlog zou verklaren, als het de hoogten van Golan niet gaf.

Alleen in het Midden Oosten kan een openlijke bedreiging worden uitgelegd als een soort vredelievende verklaring.
In Washington is opgemerkt, dat de herkozen president Clinton druk zal  gaan uitoefenen op premier Binyamin Netanyahoe, om toe te geven aan de wens van Syrië. Dit doet ook denken aan Orwell, die over de opkomst van een ‘grote broer’ sprak, die een land kan dwingen onmisbaar strategisch gebied af te geven, door de knieën gaand voor een oorlogsbedreiging.
Vroeger werd er in zo’n geval gesproken van een politiek van verzoening door conces­sies.

President Assad blijft beweren, dat de socialistische premier Yitzhak Rabin hem destijds de Golan had beloofd, dus wil hij over niets anders praten. Hij beweert, dat zelfs alle bijzon­derheden van het evenement waren besproken (in Wye Plantati­on). Maar waarom kan niemand daarvan enig schriftelijk bewijs laten zien? Trouwens, als er een afspraak wordt gemaakt tussen twee landen, komt die altijd op papier te staan en is pas geldig na onderte­kening door beide staatshoofden. Er bestaat niets van dien aard.

Israël heeft iets heel anders om zich druk over te maken, en dat zijn de gebroken beloften van Yasser Arafat en de Pale­stijnen. Op 24 oktober verstreek de afge­sproken datum, dat de PLO de wijziging in haar akte wettig zou afkondigen, een amendement, waarin alle anti-Israël verklaringen zouden worden ingetrokken. In ruil voor Judea, Samaria en Gaza. Israël deed dat.
Arafat deed niets. Hij beloofde ‘t telkens weer opnieuw. In september 1993, in mei 1994, in september 1995, op 24 april 1996, op 7 mei 1996. Niet minder dan 33 artikelen in het bewuste dokument, de akte, eisen de vernietiging van Israël. Op grond van de ontvangen beloften heeft Israël, in goed vertrouwen, 45.000 politie­mannen voor de Palestijnse Authori­teit aangekleed en bewapend. Hun aantal neemt toe

De Palestijn Sari Noesseibeh (Al-Quds universiteit) heeft laten doorschemeren, dat Israël slechts de keus heeft tussen oorlog nu, of oorlog later…. Over beloften geen woord.
Aldus “The Jerusalem Post”.