Er is een groep mannen die samen machtiger zijn dan de Europese Commissie. Zij werken achter de schermen als het Comité van Permanente Afgevaardigden (Coreper). Het zijn de ambassadeurs van de 15 lidstaten van de Europese Gemeenschap. Zij bedrijven diplomatie op de klassieke manier en maken deals tijdens lunchbijeenkomsten. 90 procent van de beslissingen van de Europese Unie worden door de Coreper genomen zelfs voor zij de ministers bereiken.

In de laatste maanden heeft Coreper de voorwaarden voor een nieuw handelsverdrag met Rusland vastgesteld en zijn ze het eens geworden over een werkplan voor de toetreding van landen van Centraal en Oost-Europa tot de Europese Unie. De nieuwe taak is de basis te leggen voor de conferentie die in 1996 gehouden zal worden om het verdrag van Maastricht te herzien.

De Coreper heeft wetgevende en besluitvormende macht. De invloed wordt vergroot door zijn permanente aanwezigheid in Brussel naast de Europese Commissie. Een ‘dochteronderneming’ is een commissie bestaande uit plaatsvervangende ambassadeurs die zich hoofdzakelijk met economische kwesties bezighoudt.
De vraag is of dit comité aan iemand verantwoording schuldig is? Dit vraagt zich de Franse oud-minister van Buitenlandse Zaken ook af.

Onder voorwaarde van anonimiteit is een aantal leden van de Coreper bereid gevonden om over hun werk te praten. Er blijkt veel diplomatiek talent onder de leden te zijn. Elke dag zijn er in Brussel honderden werkgroepen, bestaande uit rijksambtenaren, technische deskundigen en ambtenaren van de Europese Commissie bezig met discussies over mogelijke wetgeving en regelgeving.
Er moet iemand zijn die dit stroomlijnt, prioriteiten vaststelt en bepaalt wat er voor besluitvorming naar de ministers gaat. Dat is de basisfunctie van de Coreper. Verder gaat het comité na welke gevoelige kwesties er broeien voor ze aan de oppervlakte komen zoals het blokkeren van Griekenland van economische hulp aan Albanië en in dwarsliggen van Italië in betrekking tot de melkquotering.

Verder zoekt het Coreper naar een evenwicht tussen nationale belangen en die van het geheel. Welke compromissen zijn mogelijk? De ambassadeur met de beste argumenten is in het voordeel, ook al komt hij uit Luxemburg. Er wordt elke week een dag vergaderd.
Elke ambassadeur heeft een notulist en een expert bij zich. Het voorzitterschap roteert gelijk op met dat van de Europese Unie.

Het echte werk gebeurt echter eens per maand tijdens een lunch. Dan zijn er geen tolken en notulisten aanwezig, dus geen pottenkijkers en luistervinken.
Het gaat er om compromissen te bedenken die aanvaardbaar zijn voor de nationale regeringen. Zulk een compromis door de Coreper ontworpen haalde Denemarken over de streep bij de aanvaarding van het Verdrag van Maastricht.

Van Franse kant is ooit voorgesteld een nieuw comité te vormen bestaande uit een soort ‘Ministers voor Europa’ van de lidstaten. Dit zou het comité een meer open en democratisch karakter geven.
Zo’n minister is ook in dit opzicht verantwoording schuldig aan zijn kabinet en zijn parlement. In sommige landen zou dit werken, in andere niet. Voor de huidige vorm pleit dat de opvatting van elke lidstaat evenveel gewicht heeft.
Een ander voordeel is dat brandende vraagstukken al afgekoeld zijn als de ministers er zich over buigen. Dan branden zij er hun vingers niet aan in een openbaar debat. Een veteraan van het Coreper heeft het eens zo uitgedrukt: “Als u wilt dat de besluitvorming glad verloopt, moet je die van de politici vandaan houden”.