De protestantse Kerkdag, ook een zaak van het kabinet

Op 12 juni j.l. vond in de Jaarbeurshallen in Utrecht de Protestantse Kerkdag plaats, ter introductie van de nieuwe Protestantse Kerk in Nederland. Een nieuwe kerk, een nieuw geluid.
Reeds de voorbereiding van deze dag was opzienbarend.
Op 12 december 2003 was er al een dankdienst voor de oprichting van deze kerk (PKN), in tegenwoordigheid van de koningin en minister Donner van Justitie (CDA).

Dat er nog een bezwaarschriftenprocedure na 12 december zou volgen, waaraan zoals te voorzien bijna 4000 lidmaten en kerkenraden zouden deelnemen, was blijkbaar geen bezwaar. De beginselen van de rechtsstraat en de normen en waarden moeten tenslotte wel eens wijken, als er hoge idealen in het geding zijn. Alle bezwaarschriften werden dan ook eind april met één klap van de tafel geveegd, ook dat van iemand, die op het onderwerp recent was gepromoveerd. De weg was vrij voor de viering van de Protestantse Kerkdag. Daarvoor kon men zich aanmelden bij BBO, het Bureau voor Beleidsvorming en Ontwikkelingssamenwerking van het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat valt onder de verantwoordelijkheid van de ministers van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking (CDA).

Dit bureau had tevens de Jaarbeurshallen gecontracteerd, vermoedelijk reeds lang voordat de definitieve beslissing over de oprichting van de PKN met een uiterst krappe meerderheid van slechts één stem vóór binnen de NH kerk op 12 december werd genomen. De Nederlandse belastingbetaler heeft derhalve aan deze Kerkdag zijn steentje bijgedragen.
Dat deden ook de sponsors, de RK bank Van Lanschot en de gesubsidieerde Interkerkelijke organisatie voor ontwikkelingssamenwerking (ICCO). ICCO, onder voorzitterschap van Tineke Lodders, voormalig voorzitter van het CDA, gaat per 1 september a.s. de huisvesting met de PKN delen.

Aan politici op de Kerkdag geen gebrek. Het programma vermeldt (alweer) de minister van Justitie Piet Hein Donner, Klaas de Vries (PvdA), minister van Binnenlandse zaken in het laatste paarse kabinet, Jan Pronk (PvdA), minister van Ontwikkelingssamenwerking en VROM in de paarse kabinetten en Gerda Verburg (CDA). Voorts Marja van Bijsterveldt, voorzitster van het CDA, Ruud Koole, voorzitter van de PvdA en Willem Aantjes (CDA). Doekle Terpstra van het CNV was eveneens van de partij.
Eregast was Samuel Kobia, algemeen secretaris van de Wereldraad van Kerken en prominent aanwezig in verschillende programmaonderdelen. Hij juichte de oprichting van de PKN van harte toe en zag daarin een speerpuntfunctie voor een soortgelijke kerkelijke ontwikkeling  overal ter wereld. De PKN past dan ook uitstekend in de ideologische idealen van de Wereldraad en heeft daarom Samuel Kobia als eregast uitgenodigd.

Al vroeg werd de Wereldraad beschuldigd van communistische sympathieën in het spoor van Fidel Castro en Che Guevara. Ideeën die zich vertaalden in de bevrijdingstheologie voor de Derde Wereld. Voorzitter was van 1979 tot 1983 volgens berichten KGB-agent Schidaswili, officieel patriarch van de Georgisch Orthodoxe Kerk. Het gedachtegoed van de Wereldraad en de PKN werd op de Kerkdag van 12 juni kracht bijgezet door het lied “Gebed om de Geest voor de kerk” met o.a. de tekst “Wij leven in vuur en vlam gezet van Godswege…”. Wie had dat achter de aanwezige politici gezocht?

Ook de Algemene Vergadering van de Wereldraad in 1991 in de Australische hoofdstad Canberra had reeds als thema “Kom Heilige Geest, vernieuw de hele schepping”. In dat kader werden daar door de Zuid-Koreaanse theologe, mevrouw Chung, geesten opgeroepen en een mengelmoes van oosterse godsdiensten, natuurreligie en feministische spiritualiteit verkondigd. Het “reinigende vuur” van de Heilige Geest werd daar verbonden met de reinigingsriten van de Australische Aboriginals, in wier armen mevrouw Chung zich ten slotte liet vallen. De dominante deelname van Samuael Kobia aan de Kerkdag was onmiskenbaar bedoeld als een ode aan al dit fraais.

Voor de Christus van de Bijbel in de traditioneel christelijke zin was op de Kerkdag uiteraard geen plaats. De geestelijken, die daar de show moesten stelen waren dan ook ds. Nico ter Linden en Huub Oosterhuis. Nico ter Linden bestrijdt, evenals zijn broer Carel ter Linden, de hofprediker, de lichamelijke opstanding van Christus. Zij degraderen daar Christus tot een geest en de kerk tot een soort spiritistisch genootschap, ter aanbidding van de geest van een gestorvene. Daarmee doen zij niet onder voor Huub Oosterhuis, eind jaren zestig uit de orde van de Jezuïeten gezet wegens zijn deelname aan de opstelling van de Hollandse Catechismus, waarin de unieke positie van Jezus werd afgeschaft.

Dat de leiding van de PKN met het op de Kerkdag gepresenteerde visitekaartje een ruk wil maken richting linkse politiek, moet men zelf weten. Maar dan ook nog aan de haal gaan met de kerkelijke goederen van de plaatselijke kerken die willen volharden in het authentiek christelijk geloof gaat alle perken te buiten!
En waarom staat dit rechtse kabinet achter dit alles? Dat kan men toch echt niet verdenken van bevlogenheid door spiritualiteit in linkse sferen. Dat heeft meer economische belangstelling voor “het Groene Hart”. En misschien ook voor de kerkelijke goederen?

Trefwoorden: