Jon Immanuël heeft in “The Jerusalem Post” (International Edition) uitgelegd hoe hopeloos het is, met iemand als Yasser Arafat te onderhandelen. Hij stagneert, bedenkt zich, wijzigt op het laatste moment, schrijft gauw iets in de kantlijn wat de hele afspraak teniet doet en bovendien, als hij dan zijn handtekening heeft gezet, doet hij stiekem weer iets heel anders. Of hij laat lagere vazallen onderhandelingen met Israël verzorgen en haalt een streep door het resultaat, moord en brand schreeuwend over het een of andere “onrecht” dat hem wordt aangedaan….

Er bestaat nu een voorlopig ontwerp voor een mogelijk accoord van de aan Arafat over te dragen stad Jericho; in totaal 55 vierkante kilometer. Dat is dan vanaf het dorp Ouja, tien kilometer te noorden van de stad, en vanaf de Musa Alami boerderij, die vijf kilometer ten oosten van Jericho ligt, en het Karantal klooster,vier kilometer ten noord-westen (op een berg, waar het leger van Israël een waarnemingspost heeft). Arafat heeft er al bezwaar tegen gemaakt en op: “Ik wil geen stukje huid of haar van een Jood zien als ik Jericho binnen kom”. Hij vindt dat Israël de grenzen maar moet bewaken met electronische apparaten (afstandsbediening).
Ariël Sharon (voorheen minister van defensie) zegt, dat de Joden het nu veel te druk hebben met begrafenissen en het ontwijken van stenen, waarmee ze door de Arabieren worden bekogeld, die alsmaar worden ontzien om de “vrede” niet in gevaar te brengen. De huidige regering is ten volle aansprakelijk voor deze schandalige toestand. Het leven is ontwricht. Alles gaat achteruit. De Arabieren zijn schaamteloos brutaal geworden.

In andere landen begrijpen vele Joden er ook niets meer van. Leerlingen van de Solomon Schlochter school in Philidelphia (Verenigde Staten) stuurden een bedankbrief naar Yasser Arafat, vanwege zijn handdruk met premier Yitzhak Rabin voor het witte huis. Ongelofelijk, zegt de heer Sharon.

Er zijn ook zakenlieden in Judea, die hun schouders ophalen en zeggen: “Och, we hebben toch wel eerder onder een vreemde bezetting geleefd”, ja, honderden jaren onder de Perzen, de Grieken, de Romeinen enz. Maar nu hadden wij toch eindelijk weer een eigen, vrij land, zo goed en kwaad als ‘t ging? Is dat niets meer waard? Zijn we niet bezig ons eigen thuis te verliezen, de hele basis van ons bestaan?

Daarom vraagt de heer Sharon zich af, of iedereen in zijn land gek geworden is; dan is alleen Yasser Arafat nog “normaal”!
Moshe Zak merkt op, dat Arafat bang is voor verkiezingen en bang is zich onder “het volk” te bewegen, want hij heeft vele vijanden. Hij wil dat het gehate Israël hem zal beschermen…

Is hij dat waard? Arafat had schriftelijk beloofd, zijn volgelingen op te roepen tot verwerping van terreur en bij te dragen tot bevordering van vrede en stabiliteit. Daar is niets van terecht gekomen. “The Jerusalem Post” schrijft, dat hij in elke toespraak zorgvuldig heeft vermeden die onderwerpen aan te raken. Hij refereert echter wel aan “het plan van 1974” en dat houdt in : de vernietiging van Israël. Dit is dezelfde man die eist, dat Israël 15.000 “voormalige” terroristen zal bewapenen, om de grenzen van Judea, Samaria, Gaza enz. te gaan bewaken!

De bevolking van Israël raakt het geleuter van de politici beu. Nog slecht 26% (arbeiders-partij) steunt premier Rabin. Zijn voornaamste tegenstanders zijn van de Likoed-partij (30%) en de Tsomet-partij (10%). De regering heeft dus niet meer het hele volk achter zich en iedereen is het er over eens, dat de aanhang dagelijks kleiner wordt.

Shmuel Katz concludeert: “Het vredes-proces is een farce”. We onderhandelen niet met mensen, die vrede wensen. We zullen ondervinden, dat de Arabische landen niet voor niets in de laatste drie jaar voor 58 miljard U.S.dollars aan nieuwe wapens hebben gekocht.