Nu zij vaak behandeld is als een belasterde minderheid, heeft de Rooms-katholieke kerk in West-Europa besloten zich als zodanig te gedragen.

Naar het voorbeeld van de tactiek van belangengroepen, organiseert de Kerk steeds vaker gebeurtenissen waarin de kerk duidelijk van haar aanwezigheid blijk geeft naar het publiek toe als van een organisatie waar niet mee te spotten valt en leidt zij leden op om hun geloof te verdedigen op het meest geseculariseerde continent ter wereld.

Dit nieuwe zelfvertrouwen markeert een duidelijk afstand nemen van de verdedigende houding van de eens machtige Kerk sinds de Zestiger Jaren in Europa, waar een einde is gekomen aan het in het openbaar praktiseren van de religie en het Rooms-katholicisme vaak het mikpunt is van wrede grappen.
Nu zaken van levensbelang als doop, het bijwonen van de mis op zondag en nieuwe priesterroepingen op een laag peil gekomen zijn, denken sommigen in de kerk dat het nu alleen maar beter kan gaan.

“Er is verandering,” zei de Kardinaal van Brussel, Godfried Daneels tegen Reuters op een conferentie in Parijs die een week duurde, bedoeld om het geloof in de niet zo religieuze Franse hoofdstad nieuw leven in te blazen.
De kerk was afgedaald in de catacomben en was bang om in het openbaar op te treden. Nu vormen de Rooms-katholieken een minderheid en als alle minderheden lijden zij niet aan complexen. Zij zijn veel minder bang om voor hun geloof uit te komen dan 20 jaar geleden.”

De Franse socioloog  Marcel Gauchet zag de verandering als een manier om zich als een tegencultuur te hervormen. “Er kan geen religie meer voortbestaan zonder op een of andere manier duidelijk blijk te geven van haar identiteit.” zei hij tegen het Rooms-katholieke weekblad La Vie

Onwetende jeugd

“De jongste generatie van Europa is ook veranderd,” zei Daneels tijdens de actieconferentie  voor “zending in de stad”, in de tweede helft van oktober die bijgewoond werd door Rooms-katholieken uit heel Europa.

“Zij zijn volledig onwetend van de meeste zaken die met het Rooms-katholieke geloof te maken hebben, maar zij staan er voor open,” zei hij.

De actie “stadszending” in Parijs, een mengeling van conferenties en concerten om Rooms-katholieken uit heel Europa aan te trekken, maakte deel uit van een actie die in 2003 in Wenen gestart was en de komende jaren in Lissabon, Brussel en Boedapest voortgezet zal worden.

De campagne om het Rooms-katholicisme in Europa sterker te maken is een opvallend keerpunt voor een streek die eens zo Christelijk was dat zij missionarissen over de hele wereld uitzonden.
Kathedralen sieren de steden, maar slechts 10-15 procent van de Rooms-katholieken gaan regelmatig naar de kerk.

Johannes Paulus II deed reeds in 1979, tijdens zijn eerste reis als paus naar zijn geboorteland Polen een oproep voor “nieuwe evangelisatie” en heeft het “trots om Rooms Katholiek te zijn”- thema een handelsmerk gemaakt voor zijn missie die bestond uit het vele reizen. Maar hij was zijn tijd duidelijk vooruit.

De Parijse kardinaal Jean-Marie Lustiger, een tot het Rooms-katholieke geloof bekeerde Jood heeft het eerst zijn idee van stadsmissie aan medekardinalen voorgesteld toen zij debatteerden over de Kerk in het nieuwe millennium.

“Wij zijn geen tele-evangelisten”

Zoals de Wereldjeugddagen zijn de tweejaarlijkse jamborees van de paus, vaak “Katholiek Woodstock,” “stadsmissie” genoemd, sterk in het presenteren van populaire attracties, zoals theater, rock, reggae en concerten met gospelmuziek

Er was ook een “blij uur” voor jonge vrijgezelle Rooms-katholieken

De kardinalen die het evenement financieel steunden, wier leeftijden varieerden tussen 52 en 78, schenen een enigszins verdedigende houding aan te nemen. “Wij zijn geen tele-evangelisten,” betoogde Lustiger met klem toen hij uitlegde waarom zij de voorstellingen organiseerden.

Kardinaal Christoph Schoenborn, wiens stad Wenen kan bogen op een lange geschiedenis van kunst, bouwkunst en muziek ten dienste van de Kerk, zei dat de eigentijdse cultuur een belangrijk middel was om de jeugd aan te spreken, die naar hij zei, “praktisch religieuze analfabeten waren.”

“De kerk heeft de zintuigen altijd aangesproken met liturgie, toneel en muziek” zei hij. “De middelen om de zintuigen aan te spreken zijn verschillend, maar de zintuiglijke waarneming blijft.

Peter Erdo uit Boedapest  met 52 jaar de jongste Rooms-katholieke kardinaal, gaf toe dat zijn smaak meer klassiek was, maar hij voegde eraan toe: “Jongemensen communiceren veel minder via het gedrukte woord, maar meer met audiovisuele methoden. Dit dienen we te erkennen.”

Boodschap en muziek

De boodschap is niet losgemaakt van de muziek. Tijdens een Christelijk rock-concert buiten de kerk van de heilige Sulpice werden tenten opgezet om informatie over het Rooms-katholicisme te bieden en was er ruimte om rustig met een priester te zitten praten. Binnen werd de biecht afgenomen.

Diocesane priesters met de Roomse kraag om, Franciscanen in hun bruine pijen en nonnen in pastelkleurige habijten liepen ongedwongen tussen het publiek en praatten met mensen van alle leeftijden.

Velen zijn op zoek naar de zin van hun leven.”zei Christophe, een student van de theologische school in Parijs, die van de muziek genoot. “Als de Kerk niet naar buiten komt, waar zal men ons dan vinden?”