Twee leden van de redactie van het Australische weekblad ‘The Bulletin’ hebben een bezoek gebracht aan het eiland Ambon, dat deel uitmaakt van de republiek Indonesië.
Ben Bohane en Michael Maher hebben er met leidende figuren gesproken en alles bekeken. wat er nog overeind staat, met name in de hoofdstad. Het is duidelijk dat de moslims met macht en geweld Ambon in hun macht willen hebben en zo veel mogelijk christenen uit willen roeien.

Langs de straten staan lange rijen gebombardeerde huizen, tot aan het militaire kerkhof, waar 2000 gesneuvelde soldaten van de geallieerden (meest Australiërs) zijn begraven op een berghelling.
Die tijd valt in het niet in vergelijking met de huidige situatie. Fanatieke semi-militaire moslims hebben sinds 1998 duizenden christenen afgeslacht en hun eigendommen vernietigd. Er staan nog maar enkele kerken en scholen geheel of gedeeltelijk overeind. Ook het oorlogsmonument midden op het kerkhof is door de moslims veranderd in een hoop brokstukken. Dit is typerend voor de slag om Ambon, waar niets of niemand door de moslims wordt ontzien. Slechts een paar oude moslimleiders schudden hun hoofd en herinneren aan de tijd dat alle mensen op Ambon samenwerkten om de Japanners te verdrijven.

De leider van de christenen is dokter Noke Mailoa. Hij zegt dat hij bijna een vredesverdrag met de moslims had afgesloten, begin 2000, toen uit Java een heel bataljon ‘Laskar Jihad’ aankwam (een moslimse moordenaarsbende, gesteund door een internationaal genootschap van moslims).
De christenen stuurden onmiddellijk bericht naar Djakarta, dat zij de ‘Laskar Jihad’ niet op Ambon wensten. Inderdaad heeft president Andurrahman het bataljon enige malen bevolen Ambon te verlaten, maar niemand trekt zich iets van hem aan. De plaatselijke moslimleider Yoesoef Fly wordt eveneens genegeerd omdat hij het met Noke Mailoa eens is.

Ambon herbergt ook vele vluchtelingen van andere eilanden, die kampen hebben gebouwd op een afgelegen stuk grond, met toestemming van gematigde moslims en beschermd door Indonesische militairen (TNI). Twee uur lopen verderop, in Passo, wonen ongeveer 4000 christelijke vluchtelingen die afkomstig zijn uit het dorp Waai, dat in juli 2000 door moslims met de grond gelijk werd gemaakt.
Zij worden geleid door een boer, Philip Tuhalahuruw, bijgestaan door zijn vrouw Martha met hun zes kinderen. Hij zegt dat 28 mensen uit zijn dorp door de ‘Laskar Jihad’ zijn vermoord.

Dominee Akyuwen uit Ambon City zegt dat iedereen op het eiland in angst leeft. Ook Passo is al 17 keer aangevallen door moslimbenden van de ‘Laskar Jihad’ onder leiding van Jaffar Umar Thalib, die niets met de pers te maken wil hebben. Zijn woordvoerder,  Ayip Syalruddin, geeft toe dat ze zijn opgeleid in Bogor, in de buurt van Djakarta, als ‘Jihadstrijders’. Hun trainingskamp is inmiddels gesloten. Hij zegt dat hij geen vrede wil sluiten, omdat de christenen een onafhankelijke Molukse staat willen stichten en de moslims wegjagen, maar de religieuze leiders (de ‘ustads’ en de ‘kiai’) hebben het laatste woord.

In het algemeen is de toestand slechter geworden sinds president Soeharto op Java van het toneel verdween. De moslims hebben president Wahid aan de macht geholpen en zij dwingen hem allerlei voorrechten af. Zij willen de Taliban in Afghanistan als ideaal naar voren schuiven, zodat heel Indonesië een fanatieke moslim republiek zal worden, kompleet met allerlei radicale voorschriften zoals de Sharia wetten. Het ziet er echter niet naar uit, dat zij op korte termijn succes zullen hebben, aldus de Australische journalisten