In het weekblad “Taipeï Journal” schrijft de Amerikaanse politieke analist Floyd Ciruli over de verandering van de verdedigingsplannen van de vrije wereld. Welk(e) land(en) bedreigt of bedreigen ons en dus waartegen moet de defensie zich opstellen om een botsing te voorkomen en/of te overleven?
De gebeurtenissen van de afgelopen tien jaar hebben duidelijk gemaakt, dat de economie van Azië nauwer verbonden is met die van de rest van de wereld dan men tot dusver had gedacht.
De gevolgen van de economische crisis van 1997 voelen we nu nog.

Japan heeft zich geweldig ontwikkeld, streefde velen voorbij, maar de recessie heeft het land gedwongen een afwachtende houding aan te nemen.
Nu dringt Rood-China op, maar om meer dan economische redenen. Het wil de plaats van Rusland innemen en het Westen bedreigen. Peking begeert macht, het koestert wensen die aan Hitler en Stalin doet denken.
De gewone man, o.a. in de U.S.A., begint dat in de gaten te krijgen, en de generaals in Washington zijn bezig de verdedigingslijnen op de wereldkaart te verleggen. Berichten uit landen zoals Indonesië (opstandelingen, onafhankelijkheidsbewegingen) en Pakistan (bedreigt buurlanden met atoomwapens) hebben hiertoe bijgedragen.

De Amerikaanse vloot is nu welkom in de haven van Singapore, waar speciaal een dok wordt gebouwd voor vliegdekschepen. Thailand neemt deel aan gezamenlijke oefeningen met Amerikaanse mariniers. Washington heeft de vriendschappelijke betrekkingen met de Filippijnen hersteld en de militaire bases daar weer in gebruik genomen.
Hoewel aarzelend, heeft Vietnam laten merken, graag een streep door het verleden te willen halen. Er wordt niet meer op Amerikanen gescholden en de Chinezen worden geen buitengewone voorrechten meer aangeboden. Taiwan (vrij China) wordt door Peking met meer wantrouwen bekeken sinds het een president heeft, die geen Chinees, maar een geboren Taiwanees is. Hij wil wel zaken doen met het vaste land, maar bakt geen politieke zoete broodjes met de communisten.

De toenadering tussen Noord- en Zuid-Korea, geforceerd door de Clinton-regering, heeft meer weg van een toneelstuk, waar met name Japan weinig vertrouwen in heeft, behalve Marxistische elementen onder hen en soortgelijke relschoppers, die de communisten in de kaart willen spelen (dat bleek in Okinawa tijdens de G8 conferentie).

Peking laat de wereldopinie koud. Elk jaar krijgt het meer wapens, meer invloed en meer macht. De gewone man wordt er onderdrukt, gebruikt en weggeschopt. De regering heeft Middeleeuwse trekjes. Handel drijven met zulke (soms gecamoufleerde) barbaren heeft geen zin, maar de Clinton-regering heeft alles gedaan om het ware karakter van Peking te verbergen voor de media. Hij heeft hiermee bereikt, dat (bijvoorbeeld tijdens een in Colorado gehouden enquête onder de bevolking) velen zeggen het niet belangrijk te vinden, of het Amerikaanse leger Taiwan beschermt tegen Rood-China of niet. Ongeveer 21% vond van wel, dat de U.S.A. meer wapens aan Taiwan moest geven, om zich te kunnen verdedigen. En 25% zei, dat de U.S.A. Taiwan niet te hulp moest komen, als het door Peking werd aangevallen…

Floyd Ciruli zegt, dat het hem is opgevallen, dat de Amerikaanse politici in het algemeen vaak heen en weer geslingerd worden tussen overdrijven en onderschatten. De militairen hebben meer oog voor de dreiging van Rood-China in de toekomst. Als Washington Peking als een betrouwbare handelspartner wil beschouwen, zal het op een dag wel eens kunnen ontdekken, dat het zich heeft vergist.