Tijdens en na de ondertekening van het vredesverdrag tussen Israël en Jordanië is de sfeer koeltjes gebleven. Het lijkt er veel op dat iedereen een afwachtende houding aanneemt in de zin van “Wat heb ik er voor een profijt van?”, of “Kan ik er zaken mee doen?”.


Aldus David Makovsky in ‘The Jerusalem Post’ (International Edition). Economisch voordeel kan het ijs breken tussen twee landen, die vol zitten met mensen, die elkaar haten.

In het parlement van Jordanië zitten 16 islamitische fundamentalisten die geweigerd hebben hun instemming met het verdrag te betuigen. In feite zijn de inwoners tot nu toe nauwelijks betrokken bij de vrede.

Dat bleek al tijdens de rede van koning Hoessein in de Knesset. Iedereen was er, maar de meesten vielen in slaap. Aldus Steve Rodan, die erbij was.
Gedurende een uur gaf de koning een boeiende opsomming van de ontwikkeling van zijn land op elk gebied. Hij is druk bezig er een modern welvarend land van te maken. President Clinton en premier Rabin kunnen daar niet aan tippen. Enfin, aan het einde kreeg de koning een applaus.
Hij is nu bezig thuis de mentaliteit van de bevolking om te vormen, te beginnen bij de top, zegt Makovsky. Van nature is de koning een geboren diplomaat – aangemoedigd door kredieten en andere gunstige afspraken met Amerika.

In tegenstelling tot de overeenkomsten met Egypte en de P.L.O. heeft Jordanië geen eisen gesteld aan de Israëlische regering. Er komen géén volksverhuizingen aan te pas, en geen enkele boerderij hoeft in de steek gelaten te worden. Er worden geen dromen vernietigd.

Jordanië is echter geen democratie. Koning Hoessein en kroonprins Hassan zijn geen gekozen Jordaanse volksvertegenwoordigers. Menselijkerwijs gesproken zal het vredesverdrag allen waarde hebben zolang dit tweetal in leven is. Daarna wordt het twijfelachtig.
Bovendien heeft de koning niet de leden van de terroristische groepering ‘Hamas’ durven weg te sturen. Deze groepering leidt guerilla’s op het Jordaanse grondgebied op om daarna in Israël ‘acties’ te ondernemen.

President Clinton zei vriendelijke dingen tegen de vredesluitende partijen, maar hij had zich niet met Syrië moeten bemoeien. Het rechtstreekse contact tussen Israël en Syrië is nu onderbroken.
President Assad is al moeilijk genoeg wegens zijn financiering van de ‘Hamas’ en de ‘Hezbollah’ bewegingen.
“Hopelijk heeft Clinton niet het zenden van Amerikaanse troepen aangeboden om eventueel een accoord over de hoogten van Golan te waarborgen, want dat zou tot een ramp leiden”. Aldus de gewezen generaal John Foss in Washington.

“Vrede is meer dan een afspraak op papier” zei Clinton. “Het is een gevoel, een activiteit, een devotie”. Dat vonden alle aanwezigen mooie woorden om mee naar huis te nemen, schreef Allison Kaplan Sommer, maar wat zijn ze waard in de praktijk? Dat moeten de politici zo zoetjesaan toch wel uit bittere ervaring weten. De pers in Israël zweeg er dan ook maar liever over.
In Amman moet je nog niet in het openbaar Hebreeuws spreken of zeggen dat je uit Israël komt…
Een beetje moeilijk als iemand de berg Nebo wil bezoeken, de historische plaats waar Mozes geweest is, en waar zelfs een monument voor hem is opgericht…

Overigens is het merkwaardig dat de verstandhouding van koning Hoessein met premier Rabin nu beter is dan met Yasser Arafat. Hoessein kan zich niet veroorloven Arafat nog naar de mond te praten terwijl Amerika de economie van zijn land opkrikt. Honderden miljoenen dollars aan schulden zijn geschrapt.
Zijn land mag bovendien over enige tijd gebruik gaan maken van de havens Haifa en Ashdod voor export van goederen bestemd voor Europa.