Kenneth Jost en Benton lves-Halperin hebben in het maandblad “Researcher” de huidige stand van zaken in de Arabische wereld besproken, wat betreft het bevorderen van de democratie in diverse grote en kleinere landen in het Midden-Oosten. Dit onderwerp werd door president George W. Bush aan de orde gebracht op 6 november 2003 en ondersteund door de Egyptische socioloog Saad Eddin Ibrahim (hoofd van het Ibn Khaldun Centrum), die een garantie Van US$ 225.000 heeft ontvangen van de Europese Unie.

Egypte is lid van de “Liga van Arabische staten”, die met 22 leden 300 miljoen mensen vertegenwoordigt, die feitelijk geen van allen bepaald vriendschappelijke gevoelens koesteren ten aanzien van Amerika, maar president Hosni Moebarak in Caïro brengt het er nog het beste vanaf.
Het enige land waar het verkiezen van een staatshoofd werkelijk volkomen vrij is, is het kleine Djibouti, in de Hoorn van Afrika. en het enige land waar het parlement de macht heeft controle uit te oefenen over de regering is Koeweit.

Het totaal van de Arabische wereld ziet er als volgt uit:
Algerije, 32,8 miljoen inwoners, gedeeltelijk vrije verkiezingen voor het kiezen van een staatshoofd en een parlement. Burgeroorlog tegen moslims sinds 1992.
Baghrein, 700.000 inwoners, gedeeltelijk vrije verkiezingen, voor het eerst in 2002. Moslims wonnen, maar voorstanders van een democratie.
Comoren, 600.000 inwoners, recentelijk gedeeltelijk vrije verkiezingen Politieke spanningen tussen de president en drie vice-presidenten op andere eilanden die ook tot de Comoren behoren, in de Indische Oceaan .
Djibouti, geheel vrije verkiezingen. Het merendeel van de 500.000 inwoners staat achter de president. Zij helpen het terrorisme te bestrijden.
Egypte, 74,7 miljoen inwoners, gedeeltelijk vrije verkiezingen. President stemt in met een aantal hervormingen in het centrale bestuur. Sociale en economische problemen geven fanatieke moslims brandstof tot ontevredenheid.
Irak, 24,7 miljoen inwoners, geen vrije verkiezingen. maar hopelijk alsnog mogelijk, onder toezicht van Westerse mogendheden.
Jordanië, 5,5 miljoen inwoners. Parlement in 2001 door koning Abdullah II ontbonden, onder druk van moslim oppositie tegen Westerse politiek.
Koeweit, 2,2 miljoen inwoners. gedeeltelijk vrije verkiezingen. Samenwerking van Emir en eerste minister (zijn broer) goed voor de economie.
Libanon, 3,7 miljoen inwoners, geen vrije verkiezingen. Regering is pro-Syrië. Politieke strijd tussen christenen en arabieren.
Libië, 5,5 miljoen inwoners, geen vrije verkiezingen. Staatshoofd Muammar el-Khaddafi heeft politieke partijen die hem niet welgezind zijn verboden.
Mauritanië, 2,9 miljoen inwoners, gedeeltelijk vrije verkiezingen. President Maaouiya Ould Taya verijdelde een staatsgreep
Marokko, 31,7 miljoen inwoners. Vrije verkiezingen Constructieve leiding van koning Mohammed VI op economisch en politiek gebied.
Oman, 2,8 miljoen inwoners, gedeeltelijk vrije verkiezingen. Economische en politieke modernisering onder leiding van Sultan Qaboos
“Palestijnse gebieden”, 3,2 miljoen inwoners. Voorlopige verkiezingen geweest in 1996, verdere verkiezingen uitgesteld.
Qatar, 800.000 inwoners. Verkiezingen worden binnenkort gehouden, heeft de Emir bepaald . Militaire samenwerking met de U.S.A.
Saoudi-Arabië, 24,3 miljoen inwoners, geen vrije verkiezingen. Leiding berust bij kroonprins Abdullah, die streeft naar economische en politieke liberalisatie. Neemt actief deel in de strijd tegen het terrorisme .
Somalië, 8 miljoen inwoners. Werkt reeds tien jaar aan de vorming van een federale regering; wordt tegengewerkt door een politieke stroming in het noorden van het land, die probeert een eigen republiek te vormen .
Soedan, 38,1 miljoen inwoners. Het noordelijke deel heeft een moslim regering, het zuidelijke deel heeft toestemming gekregen een christelijke regering te vormen (overgangsperiode van zes jaar) na een bloedige oorlog van twintig jaar.
Syrië, 17,6 miljoen inwoners, geen vrije verkiezingen. President Bashar Assad werkt  aan vernieuwingen in de politiek van zijn land.
Tunesië, 10 miljoen inwoners, geen vrije verkiezingen, maar wel een referendum waarin in 2002 met 99% instemming president Zine el-Abidine Ben Ali werd bevestigd als staatshoofd. De vorming van politieke partijen is verboden.
Verenigde Arabische Emiraten, 2,5 miljoen inwoners, geen vrije verkiezingen. Het bestuur van het land is in handen van een groep gevormd door zeven vorsten, sinds 1971. Er bestaan geen politieke partijen. De moderne economie zorgt voor een groot jaarlijks inkomen. De federatie voert een moderne buitenlandse politiek en heeft wetten ingevoerd, die financiële steun aan terroristische organisaties effectief verhinderen.
Westelijke Sahara, 300.000 inwoners . Dit land is praktisch geannexeerd door Marokko, en heeft erg geleden door jarenlange overvallen van de Polisario guerrila’s, die sinds 12 jaar in toom worden gehouden door de Verenigde Naties.
Jemen,19,3 miljoen inwoners, bestaat sinds 1990 uit een samenvoeging van Noord- en Zuid-Jemen en heeft in 2001 de werkzaamheden van president Ali Abdullah Saleh en zijn parlement goedgekeurd. Jemen is actief betrokken bij het opsporen van cellen van de Al-Queda terroristen organisatie.

Adrian Karatmycky, gewezen president van het “Freedom House”, zegt dat in geen enkel land waar de Arabieren in de meerderheid zijn op het ontstaan van een volledige democratie moet worden gerekend. James Philips, een expert van de “Heritage Foundation” zegt dat echte democratie eenvoudig niet bestaat in de Arabische wereld. Thomas Carothers, vice-president van de “Carnegie Endowment for International Peace” verklaart, dat er heel weinig sporen bestaan van democratische ontwikkelingen in genoemde landen.
Maar de dagen van het Ottoman Empire zijn voorbij, zegt Radwan Masmoudi, hoofd van het “Centre for the Study of Islam and Democracy” in Washington.