In een artikel in Visie, het programmablad van de Evangelische Omroep van vorige week, stelt de directeur van de Evangelische Alliantie in Nederland, Arnold van Heusden, zich buitengewoon tegemoetkomend op tegenover een van de  vertegenwoordi­gers van de roomse kerk in Nederland, bisschop Muskens van Breda.

Een achtdelige EO-radioserie in het kader van het gesprek tussen protestanten en rooms-katholieken, waarvan de inhoud nu nog niet precies vaststaat, is er bezig aan te komen. In ieder geval zal er ook een gesprek zijn met ds. H.J. Heg­ger, een voormalige rooms-katholiek priester die vele jaren geleden tot het protes­tantisme is overgegaan en vele boeken heeft geschreven waarin hij zijn innerlijke strijd met de roomse kerk beschrijft.

Onder invloed van de oecumenische beweging (‘de oecumene van het hart’) zoeken rooms-katholieken en protestanten de laatste decennia over en weer toenadering, “om samen te ontdekken wat hen bindt en wat hen scheidt”, aldus het artikel in Visie.
Van Heusden en Muskens die opgegroeid zijn met een wederzijdse antipathie voor elkaars geloof, blijken elkaar nu wel erg dicht te benaderen. Van Heusden blijkt een warm pleitbezorger “van een voortgaand gesprek en waar mogelijk samenwerking tussen roomsen en protestanten” te zijn.
“Ik denk dat de aanwezigheid van Christus in ieder die Hem toebehoort, voor mij een heel belangrijk punt is. Ik ga er van uit dat Christus woont en wil werken in mij en ook in andere christenen die ik tegenkom”.

Toch blijkt dat Van Heusden de nodige reserves ten opzichte van de roomse kerk heeft. Zo blijft hij zeer gereserveerd staan tegenover de roomse visie op de kerk, het hiërarchische stelsel, de ambten en het leergezag. In de praktijk zijn er dingen die scheiden en pijn doen, volgens Van Heusden.
Kwalijker wordt het als blijkt dat beide heren langs elkaar heen praten, een discussie die vertegenwoordigers van de roomse kerk meestal winnen. Een discussie die protestanten niet mogen verliezen als zij de discussie zuiver houden en zich realiseren hoe de roomse kerkleer in theologische en juridische termen vervat wordt.

De huiveringwekkende woorden “Anathema sit” (“Vervloekt zij…”), die Rome over verschillende kernpunten uit de reformatorische leer heeft uitgesproken, zijn nooit formeel herroepen. Maar volgens Muskens “praat men zo niet meer. Dat zijn wijzen van omgang geweest om iets aan elkaar duidelijk te maken”.
Hieruit blijkt de vaagheid van de bedoelingen van de roomse kerkleer, die geen andere kerk erkent dan alleen de universele rooms-katholieke wereldkerk die alle andere kerken tot ketterijen heeft verklaard. Dat staat tot op de dag van vandaag als bindende norm bepaald in de Codex Iuris Canonici, het kerkelijke wetboek, de grondwet van de rooms-katholieke kerk.

Dat weet Muskens, maar in de discussie met protestanten weten vertegenwoordi­gers van de roomse kerk lastige punten altijd met succes te omzeilen.
Op de vraag van Van Heusden of “die mate van overduidelijkheid, die dan formeel niet herroepen wordt, daar wel innerlijk afstand van wordt genomen”, beantwoordt Muskens met de opmerking dat “de theologie daarachter misschien nog wel leeft, maar als men over “anathema” praat, dan praat men over vrienden, die onder elkaar een verschil van mening hebben. Dan krijg je een heel andere toonzetting. Dan ga je de dingen niet aanvallend, maar verzoenend formuleren”.

Aan het eind van het artikel blijkt ook Van Heusden met het roomse virus te zijn aangestoken. “Als je zegt dat bij zichtbare verschillen de een de waarheid heeft en de ander niet, dan praat je anders dan wanneer je zegt dat achter de dingen waar we beiden mee bezig zijn de waarheid van het Evangelie staat. En dat de verschillen -die wij heel pijnlijk ervaren- misschien wel interpretatieverschillen zijn. En dat de ruzies die we hebben, misschien wel ruzies tussen vrienden zijn. Dat moet je proberen vast te houden tot op het punt dat centrale waarheden van het geloof openlijk ontkend worden. Daarom voel ik mij als orthodox protestant vaak beter thuis bij de katholieke orthodoxie dan bij de protestantse vrijzinnigheid”.

De directeur van de Evangelische Alliantie in Nederland is, blijkens dit artikel volkomen onkundig van de kerkpolitieke doelen die de roomse kerk nastreeft. Hij laat zich misleiden door een mistige gedachtegang, wollig taalgebruik en doorziet niet de redeneertrucs die roomse autoriteiten in hun gesprek met de Reformatie altijd paraat bij de hand hebben.

Als Muskens uitspraken doet die in formele tegenspraak zijn met de kerk waartoe hij behoort en met de officiële kerkleer zoals die door de paus wordt vastgesteld en door de Codex Iuris Canonici is vastgelegd, misleidt hij zijn gesprekspart­ners. Dan spelen er bijbedoelingen mee.
Als Van Heusden verklaart dat de “pijnlijke verschillen” misschien wel “interpretatieverschil­len” zijn en dat “de ruzies die we hebben, misschien wel ruzies tussen vrienden zijn”, kan men zich afvragen waarom en waarvoor al die tienduizen­den christenen die onder het moordend zwaard van de roomse inquisitie hun leven hebben gegeven.