De Franse Nazi-jager Serge Klarsfeld heeft André Bettencourt, een van de directeuren van het Franse cosmeticahuis L’Oreal, ervan beschuldigd anti-joodse propaganda te hebben bedreven voor de Nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog.


Dit meldt het maart nummer van het maandblad ‘Christenen voor Israël Actueel’ dat in Nijkerk wordt uitgegeven.

Klarsfeld heeft de Amerikaanse autoriteiten inmiddels opgeroepen om Bettencourt voortaan de toegang tot de Verenigde Staten te weigeren. Bettencourt zou in de jaren 1940-1942 maar liefst 64 columns in een Franse krant hebben gepubliceerd waarin hij telkens fel uithaalde naar de joden. Hij omschreef ze als `hypocriete farizeeërs` en meende: “Ze worden vervloekt door iedereen”.
Bettencourt, die inmiddels 75 jaar is, trad vorig jaar af als vice-voorzitter van de Raad van Bestuur van L’Oreal. Naar nu is bekend geworden is hij toen ook al eens door de Amerikaanse autoriteiten ondervraagd over zijn Nazi-verleden. Bettencourt is gehuwd met de dochter van Eugene Schuller, de stichter van L’Oreal. Hij is nog steeds de belangrijkste aandeelhouder van het concern.

Ook Ingvar Kamprad (68), stichter en eigenaar van de Zweedse meubelgigant Ikea, is in opspraak geraakt door een al dan niet vermeend Nazi-verleden. Het Zweedse blad ‘Expressen’ onthulde onlangs dat Kamprad tot 1950 lid is geweest van een extreem-nazistische groepering en dat Ikea onder zijn leiding één van de eerste bedrijven ter wereld was die een boycot tegen Israel afkondigde. Al sinds 1950 weigert Ikea zaken te doen met Israel.
Kamprad heeft inmiddels toegegeven lid van de Naziclub te zijn geweest, maar zegt dat hij het lidmaatschap al lang geleden heeft opgezegd en dat hij er momenteel spijt van heeft. Kamprad: “Dat was een deel van mijn leven waarover ik ten diepste spijt heb”.
In Israel vraagt men zich overigens af of de economische boycot van Ikea nog steeds door het bedrijf wordt gehanteerd. Israel is één van de weinige westers-georiënteerde landen waar geen Ikea-vestiging is.