Dit jaar, in juli a.s., is het 125 jaar geleden dat het beruchte dogma van de pauselijke onfeilbaarheid werd afgekondigd.


Miljoenen Rooms-Katholieken zijn misleidt door het dogma van paus Pius de IXe (1846-1878). De Rooms-Katholieke Kerk zal proberen alle herdenkingen aan dit feit zo veel mogelijk uit de openbaarheid te houden.

De voormalige bisschop van Evreux, Jacques Gaillot, zei dat de RK Kerk een dictatuur is, en daarmee sloeg hij de spijker op zijn kop. Deze dictatuur is hoofdzakelijk gebaseerd op een leer, die in 1870 tot dogma werd verheven en die het gehele leerstelsel der RK kerk immuun maakt voor kritiek.
In het dogma is vastgelegd dat de paus de eerste plaats in de wereld inneemt en verheven is boven alle wereldlijke overheden. Zijn ambt is een juridische instelling van goddelijk recht. Het dogma is wet en de wet is dogma.

Voor 1870 was de onfeilbaarheid van het pauselijk leerambt onbekend. Er is ook geen enkele theoloog, zelfs geen Rooms-Katholieke, die zich daarover ooit ten positieve heeft uitgesproken.
Het onfeilbaarheidsdogma van Pius IXe was alleen zijn zaak en hij alleen heeft het dogma met alle middelen doorgedrukt. Deze paus die niet bepaald vrij was van antisemitisme (hij liet de joden tot 1870 opsluiten in getto’s) en antidemocratische denkbeelden, heeft zijn ambt grovelijks misbruikt.

In 1870 ging het om de macht en het hoogste gezag in de kerk, toen van de paus werd verklaard dat hij inzake geloof en moraal niet kon dwalen. Tot op de dag van vandaag houdt Rome zich daaraan vast en bestrijdt een ieder die dit dogma ter discussie stelt. Het resultaat was en is een corrupte geestelijke leiderselite, onbereikbaar voor kritiek en gevoelloos oordelend over het zieleheil van hun gelovigen.

Paus Pius de IXe zag de kerk van alle kanten belegerd, niet het minst door de gevolgen van de revolutie van 1848. Hij wilde een dam opwerpen tegen liberalisme, secularisme, rationalisme en de principes van de Franse revolutie. Dat was de hoofdreden voor het afroepen van het dogma.
Tegenstanders van het onfeilbaarheidsdogma werd het zwijgen opgelegd. Bisschoppen werden gekneveld, boeken op een index gezet, en vormen van centralisme ingevoerd. Discussies tussen bisschoppen en kardinalen onderling werden door de paus verboden.

De voorvechters van het dogma, onder andere de Jezuïeten, werkten als een pressiegroep. Om steun te krijgen voor het afroepen van het dogma deinsden ze niet terug voor dwang en geweld, dreigementen van doodzonde en excommunicatie, perskneveling, manipulaties, ontslagen uit het ambt, en het kopen van stemmen.

Een andere reden was dat de kerkelijke staat in 1870 verloren was gegaan. Als compensatie voor het verlies van zijn wereldlijke macht had de paus zijn geestelijke bevoegdheden vergroot. En om de onafhankelijkheid van de paus ten opzichte van de wereldlijke koning van Italië te onderstrepen vaardigde hij het dogma uit.
Met het oog op de droevige financiële omstandigheden van de kerklijke staat merkte hij op: (Saro forse infallibile, ma sono certamente fallito (“Ik mag dan onfeilbaar zijn, failliet ben ik in ieder geval”)).

De aanspraken van de paus berustten op een uiterst zwakke basis.
Het verzet tegen het dogma nam, voordat het dogma werd afgekondigd, reeds grote vormen aan.
Vanaf het moment dat het Eerste Vaticaanse Concilie begon (8 december 1869) probeerde Pius IXe de noodzakelijke steun voor het dogma te vergroten. Ja, in vele gevallen nam hij zelf het heft in handen om tot de hevig begeerde uitspraak te komen. Hij speelde daarbij een uiterst sluw spel van geslepen diplomatie. In vertrouwen deelde hij de hoofredacteur van het Jezuïetische blad Civiltà Cattolica mede: “Ik ben zo vast besloten door te zetten, dat ik desnoods de uitspraak zelf doe en het concilie ophef, als dat het niet doet”.
De bisschoppen die protest tegen het dogma aantekenden noemde hij “onruststokers, schurken, verraders, ezels en wilde dieren”. Voor vele bisschoppen was het concilie het trauma van hun leven.
Maar Pius de IXe vond zichzelf toch al onfeilbaar, hij had immers ook in 1854 het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria uitgeroepen?

Door het afroepen van het dogma is definitief de vrijheid van meningsuiting in de Rooms-Katholieke Kerk uitgeschakeld. Gelovigen en theologen moeten hun geweten ondergeschikt maken aan de onfeilbare leer. Tegenspraak wordt niet geduld.

Kan de Rooms-Katholieke Kerk ooit toegeven dat er in 1870 een verkeerde beslissing is genomen en toestaan dat zij een onbevooroordeeld onderzoek toelaat naar de omstandigheden rond de afkondiging van het dogma?
Een dogma dat geen enkele aanspraak kan maken op rechtsgeldigheid, evenals het hele ambt van de paus en de kerk die hij aanvoert?

Waarom moesten kort na het concilie dat het dogma afriep, vrijwel alle archieven die betrekking daarop hadden vernietigd worden? En waarom is er, wat er met betrekking tot het concilie aan archieven overgebleven is, ontoegankelijk gemaakt?