De recente verkiezingsoverwinning van de rechts-extremistische DVU (Deutsche Volks Union) staat niet op zichzelf. Duitsland staat volgens de schrijvers van het boek ‘Rechtsschreiber’ aan de vooravond van een grote ruk naar rechts.
“Een nieuwe politieke stroming dringt zich op en vecht om de openbare mening te kunnen beheersen”. Deze heterogene stroming omvat de oude en de nieuwe rechtsen en strekt zich uit van de rechts nationaal-liberale vleugel van de FDP, via de CDU en rechtsge­worden linksen tot zelfs rechtsextre­misten toe die inmiddels allen hun sympathisanten binnen de media hebben.


“Vijf jaar na de Duitse eenheid is er in het land een strijd om de beheersing van de publieke opinie begonnen”, aldus B. Junge, J. Naumann en H. Stark, auteurs van het boek ‘Rechtsschreiber’, een boek uitgegeven bij Elefantenpress in Berlijn.

Het boek beschrijft de veranderingen in het politieke landschap van Duitsland en komt tot de conclusie dat er een nieuwe politieke stroming aan het ontstaan is: de nationaal-conserva­tieven.
“Vanuit de oude en nieuwe hoofdstad Berlijn roept een rechts medianetwerk tot de aanval tegen alles wat links of liberaal schijnt te zijn”.
Thema’s als ‘Grootmacht Duitsland’, ‘Volk en Elite’, ‘Nationale Identiteit’ en ‘Conservatieve Revolutie’, zijn weer in bij rechtse groeperingen.
De belangrijkste publicaties die deze politieke omwenteling ondersteunen en propageren zijn onder andere kranten als Die Welt, Frankfurter Allgemeine Zeitung en de rooms-katholieke Rheinische Merkur, maar ook een kritisch blad als Focus, de tegenhanger van Der Spiegel.

De nieuwe conservatieven experimenteren met steeds wisselende bondgenootschap­pen om een nieuwe politieke partij uit de grond te stampen. Maar dat zal nog wel vijf tot vijftien jaar duren, volgens sommigen.
De ‘Neue Rechte’, een rechtse politieke stroming die voornamelijk in de jaren tachtig van zich deed spreken, heeft zich inmiddels bij de natonaal-conserva­tieven aangesloten. Voor hen is bondskan­selier Helmut Kohl (CDU) een verfoeilijke sociaal-democraat.

De nieuwe conservatieven dromen van een partij ter rechterzij­de van de CDU, een partij die weer Duits-nationale partijpolitiek nastreeft, maar die niet op het populistische niveau van de Republikaner blijft hangen. Ook in Oostenrijk, Zwitserland, Frankrijk en Italië is sprake van soortgelijke ontwikkelingen, nu nog kleine, rechtse politieke basisbewegingen die een nationaal-conserva­tieve politieke vernieuwing willen doorvoeren.

Hoewel het boek vrij diep ingaat op de politieke discussie in de Bondsrepu­bliek, is het duidelijk dat de rol van de media en de think tanks een grote invloed hebben en uiteindelijk van doorslagge­ven­de betekenis zijn voor het politieke besluitvor­mingsproces.

In het hoofdstuk ‘Wer Macht will, macht Medien’, schrijven de auteurs dat de politieke agenda belangrijker is dan ooit. “Wie politieke en culturele debatten wil bepalen, is van de media afhankelijk en heeft de wisselwerking van politiek en openbare mening nodig. Door pers, radio en televisie wordt de samenleving beïnvloed, worden meningen gevormd en bepaald. Wie de macht wil hebben, vormt de media”.

Behalve de media en conservatieve uitgeverijen die een stortvloed van ‘national-deutsche’ literatuur produceren, bruist het in Duitsland van de politiek-conservatieve studiecentra (vaak gegroepeerd rondom een of ander tijdschrift), discussiekringen, allerlei formele en informele netwerken van belangengroepen, lobby’s die in de wandelgangen de politiek trachten te beïnvloe­den, culturele verenigin­gen en think tanks die de verspreiding van dit nieuwe gedachtengoed verbreiden en financieren. Er is hierbij sprake van een naadloze overgang van rechts naar rechts-radicaal tot aan neo-nazi. Ook de Groenen duiken in deze netwerken op.

De belangrijkste think tanks (‘politieke seismografen’) in dit conservatieve landschap zijn de Deutschland Stiftung, de Bundeszentrale für politische Bildung, de Ludwig-Frank-Stiftung für ein freiheitliches Europa (met Otto von Habsburg als ere-lid), Studienzentrum Weikersheim (gefinancierd door Daimler Benz), de Konrad-Adenauer-Stiftung, de Hanns Seidel-Stiftung en de Friedrich-Naumann-Stiftung; de laatstgenoemde drie zijn de think tanks van respectieve­lijk de CDU, de CSU, en de FDP.
Deze instituten zijn opgericht naar voorbeeld van Amerikaanse think tanks, die een enorme invloed hebben op het politieke proces. De Duitse think tanks worden gefinancierd deels door de Duitse Bondsdag en deels door het bedrijfsle­ven die veel geld voor deze organisaties op tafel legt. Allen strijden tegen de ‘culturele hegemonie van links’, een concept van de Italiaanse communist Antonio Gramsci, maar dan rechts ingevuld.

“De republiek is na de hereniging een behoorlijk stuk naar rechts opgeschoven. Wat gisteren nog als onacceptabel bruin gold, wordt vandaag in de Welt am Sonntag afgedrukt en door de Bundeszentrale für politische Bildung onder het volk gebracht en vindt gedeelte­lijk zijn ingang in de politieke apparaten van de CDU, CSU, FDP en af en toe de SPD.(…). De nieuwe conservatieven verklaren dat links en rechts verouderde politieke concepten zijn; er is één nationalis­me die alle ideologie te boven gaat. Dit komt neer op een oorlogsverklaring aan de Duitse Bondsrepu­bliek”.

Barbara Junge, Julia Naumann, Holger Stark: Rechtsschreiber – Wie ein Netzwerk in Medien und Politik an der Restauration des Nationalen arbeitet. Elefanten Press, Berlijn, 1997.