De economische crisis die grote delen van Azië vorig jaar trof, is ook de leider van de wereldwijde Moonsekte, Sun Myung Moon, niet onberoerd gelaten.
Dat blijkt uit het feit dat Moon in Zuid-Korea kort geleden enkele belangrijke bedrijven van de hand heeft moeten doen. Het gaat om Tong Il Heavy Industries, Hankook Titanium, Il Song Construction en Il Shin Stone, de vier bedrijven verenigd in de Tong Il Unification Group. Ooit behoorde dit conglomeraat van bedrijven tot de dertig grootste van Zuid-Korea. Ook is de sekte wegens een enorme schuldenlast niet meer in staat geld aan de Koreaanse banken terug te betalen.

De problemen voor de Moonsekte dateren niet van gisteren. Gedurende het afgelopen jaar heeft de sekte al te kampen gehad met sterk afnemende inkomsten. Dit heeft ongetwijfeld te maken met het afnemende aantal leden. In de hoogtijdagen telde de sekte wereldwijd honderdduizenden aanhangers.
Eind 1997 hadden de in totaal zeventien bedrijven die met de Moonsekte verbonden waren een schuld van 1.2 miljard dollar. Het frisdrankenconcern Il Hwa, ook verbonden met de beweging, ging failliet. En ook verloor Moon de exploitatierechten van een toeristenoord bij Mount Kumgang in Noord-Korea. Toen de Noord-Koreaanse regering een streep door de rekening zette, was dit mede te wijten aan de slechte situatie waarin de Tong Il Unification Group verkeerde. Een landontginningsproject in Afrika en een aandeel in een assemblagelijn voor de produktie van personenauto’s in China liepen eveneens op niets uit. (Guardian, 5 december 1998)

Ook blijken de ‘Ware Ouders’, Sun Myung Moon en zijn vrouw Hak Jan Ha, niet zo onfeilbaar als de sekteleden voorgesteld hadden. Moons’ kinderen blijken er een allesbehalve ingetogen levenswijze op na te houden.
Vorig jaar schreef de vrouw van een van de zonen van Moon een boek waarin zij haar man beschrijft als een “gewelddadige cocaïne verslaafde”. Ook andere kinderen laten zich weinig vleiend uit over de man die ooit beweerde “het verlossings­werk van Christus af te maken”. Een van zijn zonen kwam ook nog eens om bij een tragisch auto-ongeluk.

In veel landen is de 78-jarige religieuze leider inmiddels niet meer welkom. In 1982 werd hij in Amerika veroordeeld wegens belastingontduiking. Vorig jaar zei Moon over Amerika dat het land “de oogst van satan vertegenwoordigd, het koninkrijk van extreme individualiteit en vrije sex”.
In Guatemala, El Salvador en Venezuela worden leden van de Moonsekte niet meer toegelaten. In Uruguay, waar de leider nog een dagblad en een hotel in handen heeft, gelden beperkende maatregelen.

Inmiddels heeft Moon zijn geluk al ergens anders beproefd. Zijn plan is om “een koninkrijk der hemelen op aarde te vesti­gen”, een nieuwe Hof van Eden. Sinds enige tijd is hij te vinden in het Zuidwesten van Brazilië, niet ver van de grens met Paraguay. Daar heeft Moon met zijn vrouw en een honderdtal aanhangers een commune gesticht in het dorpje Jardim, waar een aantal projecten opgezet zullen worden. (Independent, 28 november 1998).
Moon hoopt dat komende toeristenstroom en de werkgelegenheid die daaruit voortvloeit, hem weer de nodige geldmiddelen zal verschaffen. Voor Moonkenners zou het kwijnende bestaan van de ooit zo omvangrijke sekte, wel eens het begin van het einde kunnen zijn.