AMSTERDAM-LIENDEN, Het KNP:
Op dinsdag 29 november jl. was ‘De Markten’ in Brussel de locatie voor een debat over de privatisering van de oorlog. De laatste jaren, met de oorlogen in Irak en Afghanistan, kwam het fenomeen van de ‘civiele contractanten’ steeds meer in de media. Het gaat over organisaties die bepaalde taken van het leger overnemen en die vaak een bijzonder slechte naam hebben.

Het debat werd georganiseerd door ‘Gegoten Lood’, een Brusselse organisatie voor kunst, cultuur, media en debat. Er waren twee sprekers uitgenodigd: de Nederlandse generaal-majoor in ruste Kees Homan en cameraman Daniel Demoustier, die zowel in Irak als in Afghanistan aanwezig was.

Het was geen debat tussen twee tegenstanders, want de sprekers waren het bijna altijd met elkaar eens en vulden elkaar vaak aan. Aan de ene kant Homan met zijn algemene en technische kennis, aan de andere kant Demoustier, met zijn anekdotes en ervaringen als cameraman op het terrein.

Het fenomeen van de civiele contractanten is groot geworden in de Verenigde Staten, zeker de afgelopen tien jaar met de oorlogen in Irak en Afghanistan.

Het leger besteedt om verschillende redenen bepaalde taken uit aan private firma’s. Vaak hebben deze firma’s een technologische voorsprong, zijn ze goedkoper of kunnen ze effectiever te werk gaan. Voor het overgrote deel houden ze zich bezig met logistieke ondersteuning, catering en opleidingen voor het plaatselijke leger of politie, en met veiligheidstaken. Slechts een klein deel neemt effectief deel aan gevechtsoperaties.

Homan en Demoustier bespraken enkele problemen die ontstaan zijn door de opkomst van de private firma’s. “Op dit moment is de verhouding tussen de militaire en de civiele aanwezigheid in Afghanistan 1 op 1,4, en in Irak 1 op 1,1, bijna even groot dus”, zegt Homan. “Maar als er gesproken wordt over het aantal doden in het conflict, gaat het enkel over de slachtoffers onder de militairen. Terwijl er in Afghanistan meer slachtoffers vallen bij de civiele contractanten. De slachtofferlijst geeft dus een vertekend beeld van het werkelijke aantal slachtoffers.”

Amerika kan de terugtrekking uit Irak en Afghanistan ook alleen maar doen omdat ze samenwerken met de private bedrijven. “Het klinkt mooi als Obama zegt dat hij 30.000 soldaten gaat terugtrekken”, zegt Homan, “maar hij vertelt er niet bij dat het aantal civiele contractanten hetzelfde zal blijven, en misschien zelfs nog gaat stijgen.”

“De laatste jaren is het de tendens bij mediaorganisaties om veiligheidsmensen aan te nemen die ons vergezellen als we in oorlogsgebied werken”, vertelt Demoustier. “Omdat het zo’n lucratieve markt is, zijn er steeds meer mensen die gaan werken als civiel contractant. Ze zijn vaak totaal onbekwaam, maar nemen puur voor het geld zo’n job aan. Wij hebben er dikwijls helemaal niets aan.”

“En het gaat verder: wat ik een zeer gevaarlijke situatie vind, is dat de firma’s het geld ruiken. Ze doen er alles aan om nog meer contracten binnen te krijgen. Toen ik aanwezig was in Haïti na de aardbeving, is er ontdekt dat er persberichten rondgestuurd zijn door de beveiligingsfirma’s zelf. Daarin waarschuwden ze voor het gevaar voor journalisten en hulpverleners om te werken in het gebied. Terwijl het op dat moment niet nodig was om beveiliging in te huren, maar na die berichten deed iedereen het natuurlijk wel.”

Er is ook het probleem van de belangenvermenging tussen politiek en grote bedrijven als Halliburton, Dynacore. Er is het voorbeeld van Dick Cheney, die vice-president was onder George Bush maar tegelijkertijd financiële belangen had in Halliburton, waar hij in de jaren ’90 nog CEO was geweest. En er is de steun van de grote firma’s voor de campagnes van politici in de VS.

“Er is verschrikkelijk veel geld gemoeid met deze industrie. Van 1994 tot 2002, dus nog voor de echte groei van deze industrie, was het bedrag van de orders bij de private firma’s die in onderaanneming voor het leger werkten 300 miljard dollar”, vertelt Homan.

Op dit moment zijn verschillende firma’s bezig met de ontwikkeling van een charter, dat vanaf volgend jaar in werking moet treden. “Het is een reeks van gedragscodes voor de civiele contractanten, waar bijvoorbeeld ook in staat dat de conventie van Geneve zal moeten gerespecteerd worden”, aldus Homan. “Er zal ook in een controlemechanisme voorzien worden en een mogelijkheid bestaan om een klachtenprocedure te starten.”

Op dit moment werken er 84 bedrijven aan mee en het is de bedoeling dat overheden alleen nog bedrijven zullen aannemen die het charter ondertekend hebben en dus een licentie hebben. Firma’s die fouten maken tegen het charter, zullen die licentie verliezen.

Homan: “Het charter is er gekomen op vraag van de private sector zelf. Na het voorval in Irak, waar mensen van BlackWater 17 mensen hebben doodgeschoten, kwam er wereldwijd veel protest tegen hun werkwijze.” Het is afwachten wanneer het charter effectief in werking zal treden, en of het zal gerespecteerd worden.

Bewerkt overgenomen van: http://www.dewereldmorgen.be

Lienden, 27 december 2011