Vorige week benoemde de Amerikaanse president Clinton de 76-jarige Washingtonse advocaat Lloyd N.Cutler tot juridisch adviseur van het Witte Huis. Verder dan de vermelding dat Cutler een partner is in het advocaten kantoor Wilmer, Cutler & Pickering, en dat hij bekend staat als een doorgewinterde veteraan in het Washingtonse politieke steekspel, kwamen de meeste dagbladen niet. Als gevolg van de Whitewater-zaak moet Cutler voor een periode van een half jaar rust brengen in het Witte Huis. Zijn taak is onder andere het aanzien van het Witte Huis naar buiten verbeteren. Hij gaat de schakel vormen tussen het Witte Huis en de justitiele autoriteiten.

Cutler is niet alleen lid van de Council on Foreign Relations (CFR) maar zit ook in de Raad van het Brookings Institution, een aartsconservatieve think tank van de Amerikaanse regering.

De CFR is een adviesorgaan voor de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten. De CFR doet niet aan public relations omdat zij hun activiteiten niet te veel in het daglicht wil stellen. Reeds vele publicaties hebben aangetoond dat adviezen van de CFR aan de Amerikaanse regering zwaarder wegen dan de beslissingen van het State Department. Volgens sommigen zou de CFR een soort schaduwregering zijn met betrekking tot het buitenlandse beleid van de VS. De belangrijkste toppolitici en beleidsmakers in Amerika zijn lid van deze Raad. De CFR vormt een hechte politieke elite die nauw verbonden is met de hoogste macht in Amerika. Deze machtselite controleert direct en indirect de media, de bankwereld, de industrie en het leger.

Het Brookings Institution, in 1927 opgericht, met het hoofdkwartier in Washington leverde in de jaren tachtig het ideologische voer voor de Reagan regering. Officieel doet Brookings wetenschappelijk onderzoek naar vraagstukken inzake oorlog en vrede, economie en buitenlandse politieke ontwikkelingen. Er wordt ook samen met andere instituten onderzoek gedaan naar bevolkingsvraagstukken.

Gezien de samenstelling van de Raad van het Brookings Institution kan men stellen dat Brookings geregeerd wordt door de CFR, en als zodanig de think tank vormt voor de CFR en het Amerikaanse buitenlandse beleid. De Raad bestaat uit ongeveer 170 personen waarvan 40 lid zijn van de CFR, waaronder Cutler. Andere prominenten die tegelijkertijd lid zijn van de CFR en van Brookings, zijn onder andere David Rockefeller, James D. Robinson, hij is de topman van American Express Company, de alomtegenwoordige Paul Volcker, ex topman van de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank en deelnemer aan de geheime Bilderberg conferenties, en last but not least Katharine Graham, voorzitter van de Washington Post, lid van de CFR en deelnemer aan de Bilderberg conferenties. Zij controleert een van de grootste kranten in Amerika.

Ook het bestuur van het Brookings Institution ritselt van de CFR leden; de voorzitter en de president zijn er beide lid van. Opmerkelijk is ook dat de boekencatalogus die het Brookings uitgeeft, publicaties vermeldt van het Londense Royal Institute of International Affairs (RIIA). Het RIIA is de Britse pendant van de CFR, een uitdenksel van Cecil Rhodes en Lord Milner, twee politici uit het begin van deze eeuw die een universalistische visie hadden waarbij de wereld door een kleine superelite geregeerd zou moeten worden.

Net als vele andere conservatieve think tanks wordt het Brookings gefinancierd door het Amerikaanse bedrijfsleven. Voorbeelden: Lockheed, Shell, Texaco, IBM, Sandoz, Mobil Corporation en Sony zijn de grootste geldschieters.
Evenals de Chase Manhattan Bank, waarvan de voorzitter Thomas G.Labrecque in de Raad van Brookings zit, alsmede Exxon, wier vice-voorzitter Jack G. Clarke eveneens in de Raad van Brookings zit. Beide goede vrienden van Cutler.

Lloyd N. Cutler maakt ontegenzeggelijk deel uit van een machtige politieke elite die een enorme greep heeft op het openbare leven in Amerika.