In de duisternis van de Zuid-Afrikaan­se politiek van tegen­woor­dig, is elk zonnestraaltje welkom, zegt ‘The Aida Parker Newsletter’ (Auckland Park, RSA).
Er is namelijk hoop gewekt door verdeeldheid in de leidende partij van president Mandela, het ‘African National Congress’.


Ter gelegenheid van hun jaarvergadering kwamen drie strategi­sche documenten op tafel, die gemeen hebben, dat zij zich plotseling afkeren van het steeds gepropageerde socialis­me (Communisme). Er zijn verschillen in de interpre­tatie en bovendien is er geen garantie, dat er in de praktijk echt iets van terecht komt, maar toch, het is beter dan niets.
Aan de hand van de koerswijziging verklaart de regering, dat zij particu­lier initiatief gaat aanmoedigen en het vormen van persoonlijk bezit. “Er moet een leefklimaat komen, dat gunstig is voor investeringen”, verklaarde de minister van financiën, Trevor Manuel, in het parlement.

Hij zegt te zullen ‘aansturen’ op een economische groei van zes procent in het jaar 2000. De inflatie mag niet hoger zijn dan 7,6%. Minder loonsverho­gingen. De nationale schuld beloopt op het moment nog 300 miljard Rand. Vele blanke gezinnen lijden gebrek en ontvangen pakketten voedsel en kleding van plaatselijke hulporganisaties, maar ook van over­zee.

Zuid-Afrika heeft geen producten meer, waarmee het op de wereldmarkt kan concurreren. Het is de regering duidelijk, dat de invloed van de communis­tische vakbonden met spoed moet worden teruggedron­gen; geen centralisering en minder onderhan­delin­gen.
Commentaar van het blad ‘Financial Mail’: “Dit macro-econo­misch plan is gebaseerd op economische realiteit en logica, gezien in andere landen”. De koerswijziging komt geen dag te vroeg. De belastingpo­litiek is wurgend. Sinds 1989 zijn de vooruitzichten voor het zakenleven in Zuid-Afrika alsmaar grimmiger geworden. Niemand geloofde meer in een moderne industri­le economie.

De begaafdste mensen, die Zuid-Afrika nu het hardst nodig heeft, zijn vertrokken naar andere landen. Zij weten, dat Zuid-Afrika aan de top in handen is van drie soorten Marxis­ten. Met vage beloften en onverant­woorde looneisen komen de buitenlandse investeer­ders niet en dus ook niet meer werk­gelegenheid. Tot nu toe zijn zelfs hele fabrieken gedwon­gen hun deuren te sluiten en te verdwij­nen naar een ander land.

Diverse gemeente-besturen hebben geen kans gezien meer dan vier procent aan belastin­gen en huur te innen, dus hebben ze niets afgedragen aan de centrale regering. Criminali­teit viert hoogtij, gewelddaden blijven toenemen. Daar wordt het meeste overheidsgeld door opgeslokt. De scholen en de zie­kenhuizen zijn de wanhoop nabij; er is geld van de Europese unie ver­kwanseld door de minister van gezondheid, Nkosazana Zuma, be­schermd door president Mandela die zei: “Ze is een goede vrouw. Laat haar d’r gang maar gaan”.

De secretaris-generaal van de centrale van vakbonden (Cosa­tu), Sam Shilowa is een bewonderaar van Stalin. Hij is de verkeerde man, op de verkeerde plaats, op de verkeer­de tijd.
­Eerder heeft hij stakingen georgani­seerd en allerlei fabrieken bedreigt.
Hij heeft drie miljoen leden achter zich….