Binnen twee jaar moeten Israëli’s en Palestijnen in vrede leven. Zo luidt een resolutie die Frankrijk in juni indiende bij de VN-Veiligheidsraad. Voor professor Alon Ben-Meir gaat die resolutie niet ver genoeg: ‘zij moet meer zijn dan een papieren tijger.’De professor uit New York buigt zich al dertig jaar over het Israëlisch-Palestijns conflict. Nog altijd is hij hoopvol, maar ook realistisch.
Zo stond de Midden-Oostenexpert tijdens een lezing op 28 mei in het Antwerpse ontmoetingscentrum Atlas een geëmotioneerde Palestijn te woord wiens dorp is geannexeerd. Die man wil rechtvaardigheid. ‘Maak je daar geen illusies over. Wees reëel en maak het beste van de huidige situatie. Door in het verleden te blijven hangen, hebben we over honderd jaar nog steeds dit gesprek. Het enige verschil is dat het dodental is opgelopen’, aldus Ben-Meir.

De roep om rechtvaardigheid komt zowel van Israëli’s als Palestijnen. Om tot een oplossing te komen focust u op een psychologisch aspect. Wat houdt dat in?
Alon Ben-Meir: Israëli’s noch Palestijnen zijn nu bereid om toegevingen te doen. Psychologisch moeten zij een omslag maken. Dat is lastig omdat de politieke leiders nauwelijks vertellen over de vooruitgang die zij tijdens onderhandelingen tussen 2001 en 2012 boekten. De bevolking weet hierdoor weinig over de besproken concessies, vrede en een tweestatenoplossing. Wat burgers wel zien zijn kopstukken die elkaar publiekelijk aanvallen en beschuldigingen over en weer slingeren.

Kunnen zowel de leiders als het volk die psychologische omslag maken?
Alon Ben-Meir: Daar wringt het schoentje, de kopstukken kunnen dat niet. Zij houden vast aan bestaande ideeën. Zolang niemand zich bereid toont om concessies te doen voor een vredesdeal, zal de bevolking dat ook niet overwegen.
Toch weten beide kampen dat toegevingen nodig zijn. Neem bijvoorbeeld het recht van Palestijnse vluchtelingen om terug te keren naar Israël. Elke Palestijn denkt dit recht te kunnen uitoefenen, wat in de praktijk nooit zal gebeuren. Israël accepteert dat simpelweg niet, het zou het joodse karakter van het land uitvegen. Wellicht dat Israël een symbolisch gebaar maakt, waarbij tien- tot twintigduizend vluchtelingen mogen terugkeren, maar daar blijft het bij. En de Palestijnse Autoriteit is zich daar ook van bewust.
Een ander voorbeeld is de toekomst van Jeruzalem. Israëlische politici zijn ervan overtuigd dat die stad een eenheid blijft en tegelijkertijd de hoofdstad van Israël. De Palestijnen en de Arabische wereld zullen dat echter niet accepteren, wat Israël ook weet.

Om tot een compromis te komen, worden zowel een- als tweestatenoplossingen genoemd. Wat heeft uw voorkeur?
Alon Ben-Meir: Een staat is onmogelijk, er is geen joodse Israëli die dat accepteert. Die oplossing betekent namelijk dat de Palestijnen in een oogwenk de meerderheid in de nieuwe staat hebben. Als die staat democratisch is, hebben de Palestijnen dus de touwtjes in handen. In het andere geval ontstaat een apartheidsstaat waarin de Israëli’s de macht houden en de Palestijnen discrimineren. Mensen kunnen zo lang over de eenstaatoplossing praten als ze willen, maar het is niet realistisch.

Een tweestatenoplossing is dat wel?
Alon Ben-Meir: Ja, het is zelfs de enige optie. Je moet realistisch zijn en bekijken wat mogelijk is in de huidige situatie. Met illusies maak je geen vrede. Israëli’s en Palestijnen moeten nu eenmaal samenleven, of ze willen of niet. Ze zitten aan elkaar vast. Maar hoe zij samenleven – gewelddadig of geweldloos – is aan hen.
Uiteindelijk weten Palestijnen ook dat ze niet heel Israël kunnen vernietigen, en begrijpen Israëli’s ook dat zij niet alle Palestijnen uit de Westelijke Jordaanoever en Gaza kunnen verdrijven.
De tweestatenoplossing is dus onvermijdelijk. De vraag die rest is: hoelang gaat het nog duren? Nu hebben politici nog illusies dat ze alles kunnen krijgen, zonder toegevingen te doen.

Welke leiders zijn wel bereid om toegevingen te doen en zo te werken aan een tweestatenoplossing?
Alon Ben-Meir: Die bestaan momenteel niet. Nieuw politiek talent is nodig om het publiek voor te bereiden op het onvermijdelijke samenleven.
Dat is lastig. Als je naar de gevoelens van een Israëlische en een Palestijnse jongen van tien jaar vraagt, zullen beiden zeggen slachtoffer van de geschiedenis te zijn. De een ziet zichzelf als slachtoffer van de holocaust, de ander van de Nakba van 1948, ook al hebben zij die gebeurtenissen niet meegemaakt. Doordat politici vanaf de jaren veertig hun slachtofferrol doorgeven in plaats van op verzoening te focussen, houden jongeren die gevoelens.

Het beeld van de bevolking verandert dus pas als politici hun verhaal aanpassen, maar zij houden voet bij stuk. Wie kan daar verandering in brengen?
Alon Ben-Meir: Omdat er geen sterke leiders zijn, is krachtige interventie van buitenaf nodig. Dat moet meer zijn dan bemiddelen, zoals de Verenigde Staten (VS) doen. Internationale partijen moeten een raamwerk voor vrede presenteren, met daarin de afspraken die de laatste 22 jaar, vanaf de Oslo-akkoorden, zijn gemaakt. Veel punten zijn hier al besproken, zoals het uitwisselen van land, hoeveel Palestijnen in Israël mogen wonen en wat er met Jeruzalem moet gebeuren. Een interventie van buitenaf moet druk uitoefenen om de onderhandelingen te herstarten.

Wat bedoelt u met een krachtige interventie?
Alon Ben-Meir: Zowel de VS als de Europese Unie (EU) hebben belangen in het Midden-Oosten. Toch moeten zij soms streng zijn, net zoals bij het opvoeden van een kind. Frankrijk dient bijvoorbeeld eind juni een resolutie in bij de VN-Veiligheidsraad. Daarin staat dat Israël en de Palestijnse gebieden met elkaar moeten onderhandelen om binnen twee jaar vrede te sluiten. Dat is een begin, maar het gaat niet ver genoeg. Dat heb ik ook tegen het Europees Parlement gezegd.
De resolutie moet tanden hebben. Er moet instaan wat de consequenties zijn als de partijen niet tot een deal komen. Daarbij moet de VS politieke druk uitoefenen, de EU economische. Israël zelf merkt al een verschuiving waar het niet blij mee is: steeds meer landen erkennen de Palestijnse staat.
Tot slot moet de resolutie op het Arabisch vredesinitiatief van 2002 gebaseerd worden. In dat document zitten elementen die zowel Hamas als zeer rechtste Israëli’s accepteren, wat de tekst zo interessant maakt. De Palestijnse politieke partij Fatah en de meerderheid van de Israëlische bevolking zijn voor het initiatief. Daarom moet de Arabische Liga druk zetten, onder leiding van leidende staten als Saoedi-Arabië, Jordanië en Egypte. Israël heeft hier ook baat bij. Voor dat land is vrede met de Palestijnen niet genoeg, Israël wil vrede met hele Midden-Oosten. Het vredesinitiatief kan daartoe leiden. ‘Europarlementsleden begrijpen niet hoe groot het gevaar voor Europa is.’

President Barack Obama’s termijn loopt binnenkort af. Gaat hij daarom meer druk zetten op Israël?
Alon Ben-Meir: Dat zou logisch zijn. Obama en de Israëlische premier Benjamin Netanyahu hebben een passionele haatrelatie. Obama kan niet herkozen worden, waardoor hij een politiek risico kan nemen door druk te zetten. Als de resolutie positief uitpakt, kan Obama met een goed gevoel het Witte Huis verlaten. Zo niet, mag zijn opvolger de rommel opruimen.
Er gebeurt niets buiten die resolutie. Deze week gaven twintig Europarlementsleden mij alleen maar argumenten waarom de EU niet moet ingrijpen. Volgens mij begrijpen zij niet hoe groot en gevaarlijk de problemen in het Midden-Oosten zijn. Om je daar tegen te wapenen zijn grondtroepen nodig. Islamitische Staat (IS) kan uitbreiden en voor je het weet staan strijders voor de poorten van Europa.

De Arabische wereld heeft haar handen vol aan IS. Hebben die landen wel zin en tijd om zich om het Israëlisch-Palestijns conflict te bekommeren?
Alon Ben-Meir: Ondanks alles, blijft het vredesinitiatief op de onderhandeltafel. Leidende staten hebben de financiële en politieke middelen om druk te zetten. Dat kunnen zij ook zonder Syrië, die in 2002 wel het initiatief ondertekende.
Paradoxaal genoeg is het document nu relevanter dan ooit, juist vanwege de onrust in het Midden-Oosten. Er is een nieuwe kans om het vuur van het Israëlisch-Palestijns conflict te doven nu het hele Midden-Oosten in lichterlaaie staat. Ook Israël is niet immuun voor IS, radicalisering van Palestijnen en de stappen van Iran. Voor omringende landen is Israël nu eerder een bondgenoot dan een vijand. Zij wisselen bijvoorbeeld informatie uit over Iran. Die samenwerking geeft kansen, maar dan moeten de VS en de EU wel druk uitoefenen.

Een drukkingselement op Israël is de Boycott, Divestment, Sanctions (BDS) campagne. Een onderdeel hiervan is een academische boycot. Is dat nuttig?
Alon Ben-Meir: Ik ben tegen die boycot. Informatie uitwisselen is essentieel voor innoverend onderzoek. Ik wil juist met hoogleraren uit het Midden-Oosten discussiëren, want dat verbetert de kwaliteit van mijn onderzoek.
Daarbij beïnvloeden academici de publieke opinie. Dat gebeurt ook in Israël, waar je mag schrijven en zeggen wat je wilt. Over het algemeen zijn de Israëlische professoren liberaal. Door hen te boycotten keren die hoogleraren zich tegen mensen, organisaties en landen die aan BDS doen. Dat zullen burgers vervolgens in hun teksten lezen. Hierdoor werkt de boycot contraproductief.
De gehele BDS is nuttig als Israël zijn boekje te buiten gaat, maar je moet het niet te allen tijde gebruiken. Dat gebeurt nu wel.
‘Een Gaza-oorlog kan zo weer gebeuren. Vorige zomer gingen beide landen hun boekje te buiten. Het startsein van het Gaza-conflict was de ontvoering van drie Israëlische jongens’.

Kan een soortgelijke actie opnieuw tot een Gaza-oorlog leiden?
Alon Ben-Meir: Absoluut, de spanningen lopen hoog op. Mijn angst is dat een terrorist de Westelijke Jordaanoever binnengaat, zich daar opblaast en zo vijftig Israëli’s vermoordt. Natuurlijk komt Israël met een reactie en voor je het weet, escaleert de situatie opnieuw. Dit scenario kan je alleen voorkomen als er vrede is en de veiligheidsdiensten samenwerken.

De Israëlische minister van Justitie, Moshe Ya’alon, ziet dat anders. Hij wil Israël veiliger maken door Israëli’s en Palestijnen in gescheiden bussen te laten reizen. Schrikt dat plan gematigde Israëli’s af?
Alon Ben-Meir: Zeker, zij trekken weg. Over dat probleem hoor je nauwelijks iets, terwijl er in de afgelopen zeventien jaar een miljoen Israëli’s emigreerden. In mijn woonplaats, New York, wonen 600.000 joden.
Ik vroeg aan een aantal waarom zij naar New York zijn verhuisd. De reden? Zij willen niet dat hun kinderen in het leger moeten dienen, om hun land te verdedigen. Verder is veertig procent hoogopgeleid. Voor hen zijn er te weinig banen, waardoor die groep uitwijkt naar andere werelddelen. In Duitsland keren joden ook terug. Vijftien jaar geleden waren daar nauwelijks joodse gemeenschappen, ondertussen wonen alleen in Berlijn al 100.000 joden.

Ook al schrikt de regering zo’n grote groep burgers af, toch blijft zij zich stug opstellen. Wil dit kabinet überhaupt een regeling treffen?
Alon Ben-Meir: De regering zegt dat ze daarvoor openstaat, maar dat meent ze niet. Dit kabinet zal geen enkele stap richting een resolutie doen. Ze zullen de nederzettingen uitbreiden en kleine gebiedjes creëren, bijvoorbeeld in de steden Ramallah en Bethlehem. Daar zullen Palestijnen autonomie genieten zolang zij het veiligheidsbeleid van Israël volgen.

Ondertussen wil premier Netanyahu ook meer ministerposten creëren.
Alon Ben-Meir: Volgens de wet mogen er maximaal achttien ministers zijn. Netanyahu wil dat nu uitbreiden naar ongeveer dertig, om individuen uit zijn Likoed-partij tevreden te stellen. Dat gaat de belastingbetaler honderden miljoenen euro’s kosten.
En dan is er nog de meest schandalige benoeming van Ayelet Shaked als minister van Justitie. Zij riep openlijk op om Palestijnen uit te roeien. Als minister wil ze de wetten van het Hooggerechtshof aanpassen. Nu is het rechtssysteem eerlijk, ook voor Palestijnen. Shaked wil conservatieve rechters installeren die in 99 procent van de zaken tegen Palestijnen zullen stemmen.

Om dat plan uit te voeren moet Netanyahu’s regering wel in het zadel blijven. Gaat het kabinet zijn termijn uitzitten?
Alon Ben-Meir: Dat betwijfel ik. Ze hebben slechts een zetel meer dan de oppositie. Als parlementsleden stemmen mag niemand ziek zijn of zelfs even naar het toilet gaan, want dan ontbreekt een meerderheid voor het voorstel.
Daarbij gaat de bevolking niet akkoord als de zeer nipte meerderheidsregering grote wetswijzigingen wil doorvoeren. Dit verzwakt het kabinet waardoor het moeilijk is om vier jaar te regeren. Dat betekent tegelijkertijd ook dat de kans op een regering die wel aan een oplossing wil werken, dichterbij komt.

Interview overgenomen van: www.mo.be