Volgens een voorlopig register dat de Britse regering heeft gepubliceerd naar aanleiding van een eerder onderzoek naar de vrijmetselarij, is een op de vijf mannelijke magistraten lid van deze organisatie. Dit meldt het Britse dagblad The Independent.

Volgens Lord Irvine of Lairg, de Lord Chancellor (een functie die ongeveer overeenkomt met die van minister van Justitie), behoort 19 procent van alle mannelijke magistraten en 4,9 procent van alle mannelijke rechters tot de club die zich bezig houdt met de ‘Koninklijke Kunst’.


Lord Irvine vertelde de Home Affairs Select Committee van het Britse Lagerhuis dat er geen bewijs is dat magistraten en rechters vanwege hun lidmaatschap van de vrijmetselarij elkaar bevoordelen.
Echter, er is een brede opvatting bij het publiek dat er toch zulke ongerijmd­heden plaatsvinden. Volgens Lord Irvine is het belangrijk, voor het belang van publieke opinie, dat het lidmaatschap van de vrijmetselarij niet langer door de magistra­ten en rechters geheim wordt gehouden.

Op het register dat samengesteld is door het departement van de Lord Chancellor, komen 26.000 magistraten voor waarvan bijna 1100 het lidmaatschap van de vrijmetselarij hebben toegegeven, 867 rechters weigerden de vraag te beantwoorden. De verwachtingen zijn echter dat nog meer rechters en magistraten zullen toegeven dat zij lid zijn. Er moeten nog meer dan tweeduizend rechters naar hun eventuele bindingen gevraagd worden.

Volgens Chris Mullin, voorzitter van het Comité, is het redelij­kerwijs aan te nemen dat de meeste van degenen die weigeren de vraag te beantwoorden, inderdaad vrijmetselaars zijn. “Een aantal van één op de vijf mannelijke magistraten, met zonder twijfel duidelijke regionale afwijkingen, is niet onrealistisch”.

Een volledig openbaar register met de namen van magistraten en rechters die lid zijn van de vrijmetselarij zal volgend jaar door de Britse regering gepubliceerd worden.
De Lord Chancellor gaf toe dat een openbaar register “in hoge mate controver­sieel” is, maar “het is duidelijk dat alle rechters hun maçonnieke bindingen openlijk moeten melden als er een medegenoot voor de rechtbank verschijnt”. Hij erkende dat er geen bewijs is dat een rechter-vrijmetselaar een verdachte-vrijmetse­laar spaart, maar dat er nog steeds een brede overtui­ging bij de mensen leeft dat dit wel zo is.