Het volk van de Oekraïne heeft gestemd en Viktor Joesjtsjenko is democratisch gekozen. Toch lijkt de overwinning van Joesjtsjenko een handje geholpen te zijn.

De spontane revolutie die heeft plaatsgevonden en de spontane ‘volksrevolte’ die dagenlang op de televisie te zien was, was geen toeval.
Deze spontane uiting van de volkswil was al eerder met succes toegepast in Servië in 2000 en in Georgië in november 2004. (Volgens een ambtenaar van het Amerikaanse State Department waren in Kiew zelfs ‘veteranen’ uit Servië en Georgië aanwezig).


Het scenario van de ‘oranje uitgedoste massa’s op het centrale plein in Kiew was lang van tevoren voorbereid’. ‘Want wie organiseerde en financierde al die popconcerten en het gratis eten en drinken en de warme kleding voor vele duizenden demonstranten’, vroeg Het Parool eind vorig jaar zich al af.

Geld kwam niet alleen uit het westen, maar met name uit de Verenigde Staten.
Een van de organisaties die meer dan 10 miljoen dollar in allerlei niet-gouvernementele organisaties in de Oekraïne stopte is het National Endowment for Democracy (NED) geweest.
Ook het National Democratic Institute (NDI) en het International Republican Institute (IRI) hebben geld overgemaakt naar de organisaties die de hand hebben gehad in de uiteindelijke overwinning van Joesjtsjenko.

Opmerkelijk is dat de voorzitter van de Raad van Bestuur van de NDI de voormalige minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright is. In de Raad van Bestuur van het IRI duiken Lawrence Eagleburger, Jeane Kirkpatrick en Brent Scowcroft op.
Eagleburger was eveneens Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken en Kirkpatrick was ambassadeur bij de VN en is onder andere aan het American Enterprise Institute (AEI) verbonden. Scowcroft was generaal in de Amerikaanse luchtmacht en later verantwoordelijk voor nationale veiligheidsvraagstukken.
Het IRI zou in de jaren negentig betrokken zijn geweest bij de voorbereidingen voor een pro-Amerikaanse staatsgreep in Haïti, maar dat is een ander verhaal.

Volgens het zeer goed geïnformeerde Amerikaanse weekblad Executive Intelligence Review is er veel meer aan de hand.
Op 7 december vorig jaar, tijdens een zitting van de International Relations Committee van het Huis van Afgevaardigden, vroeg senator Ron Paul om een officieel onderzoek van de Amerikaanse Rekenkamer naar de geldstromen richting Oekraïne, met name de gelden die over gemaakt zijn via de US Agency for International Development (USAID).
Senator Paul sprak over ‘het topje van de ijsberg’. Geld dat door de Amerikaanse belastingbetaler is opgebracht.
Veel geld, dat is inmiddels vast komen te staan, is via de USAID naar de Poland-America-Ukraine Cooperation Initiative (PAUCI) gesluist, een van oorsprong Poolse organisatie met kantoren in Warschau en Kiew.

PAUCI wordt in Amerika beheerd door het Amerikaanse filiaal van Freedom House, een bekende mensenrechtenorganisatie waar momenteel ex-CIA directeur James Woolsey het hoofd van is.
(De Poolse website van PAUCI verwijst daar ook naar, er wordt daar ook vermeld dat Freedom House PAUCI’s programma financiert).
Voordat Woolsey de scepter bij het Freedom House zwaaide, was Leo Cherne daar hoofd van. Cherne was in zijn eerdere carrière hoofd van de afdeling psychologische oorlogvoering van de CIA. Freedom House is overigens altijd gefinancierd geweest door de NED.
De huidige president van de NED is Carl Gershman, lid van de Council on Foreign Relations en in 1980-1981 actief voor Freedom House. Op de website van de NED staan alle directeuren vermeldt: het leest als een ‘who is who’ van de Amerikaanse politieke topelite.

Van het genoemde PAUCI stroomde het geld naar de diverse Oekraïense ngo’s.
Hoogst opvallend is toch wel wie in de adviesraad van PAUCI zitten: John E. Herbst, de Amerikaanse ambassadeur in de Oekraïne; Victor Ashe, de Amerikaanse ambassadeur in Polen; de directeur voor buitenlandse aangelegenheden binnen het Poolse ministerie van Economie; de Amerikaanse directeur van de USAID die verantwoordelijk is voor de Oekraïne, Wit-Rusland en Moldavië; een topambtenaar van het Poolse ministerie van Buitenlandse Zaken en een topambtenaar van het State Department.

Er is ook geld van de USAID naar het Western Ukraine Regional Training Center overgemaakt. Deze organisatie prijkt met het logo van de USAID op hun website.
Volgens senator Paul is het overduidelijk: De Amerikaanse regering staat achter Joesjtsjenko en wil ook dat hij hoe dan ook de verkiezingen wint.

Ook van de partij is mega-speculant George Soros en zijn Open Society Institute dat een andere Oekraïense organisatie financiert: het Oekraïense Nationale Centrum voor Politieke Studien. In het bestuur zit opmerkelijk genoeg Joesjtsjenko. Van het PAUCI komt ook geld binnen, aldus senator Paul.

Een ander congres vorig jaar december werd georganiseerd door het American Enterprise Institute (AEI). Een organisatie die de morele en psychologische ondersteuning van Joesjtsjenko heeft geleverd.
Hoofdspreekster op dit congres was Paula Dobriansky, topambtenaar op het State Department en verantwoordelijk voor ‘Global Affairs’ en lid van de Council on Foreign Relations (CFR).
In de jaren tachtig was zij lid van Reagan’s National Security Council en actief voor de National Endowment for Democracy. Dobriansky is ‘Oekraïne specialist’ en volgt al jaren de politieke ontwikkelingen in het land. Zij reist vele malen naar de Oekraïne en spreekt daar vertegenwoordigers van de ngo’s nog voordat ze met regeringsvertegenwoordigers aan tafel gaat zitten.
Haar vader, Lev Dobriansky, was in de Tweede Wereldoorlog werkzaam in de Amerikaanse militaire inlichtingendienst en in de OSS, de voorloper van de CIA.
In de Koude Oorlog en daarna was hij lid van de World Anti-Communist League (WACL) en actief in het Captive Nations Committee dat de Sovjetunie de nek om moest draaien. Later in de jaren tachtig werd Lev Dobriansky Amerikaans ambassadeur op de Bahama’s.

Hoofdthema op het congres: de politieke toekomst van de Oekraïne. Hoewel Paula Dobriansky geen voorkeur uitsprak voor een bepaalde kandidaat, waren de andere sprekers wel geprononceerder in hun steun voor Joesjtsjenko.

Voor Joesjtsenko zelf werd de rode loper uitgelegd tijdens zijn bezoeken aan de Verenigde Staten enkele jaren geleden.
Bezoeken die zijn betaald door het International Republican Institute. Tijdens een van zijn reizen had hij een uitgebreid onderhoud met Dick Cheney.
In 2001, voordat Joesjtsjenko uit zijn functie als premier werd gezet, was hij de favoriet van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) in zijn pogingen de Oekraïne open te leggen voor buitenlandse investeringen en voor het uitvoeren van omvangrijke privatiseringscampagnes.

Volgens Executive Intelligence Review is het werkelijke doel waarom de Amerikanen zo graag Joesjtsjenko steunen, heel iets anders. Een parallel met Afghanistan en Irak doemt op, namelijk: olie.

Er lopen namelijk een flink aantal oliepijpleidingen door de Oekraïne. Deze pijpleidingen vervoeren olie uit Rusland naar West-Europa.
Volgens Zbigniew Brzezinski, voormalig veiligheidsadviseur van Jimmy Carter, communistenvreter en Ruslandhater bij uitstek en ook actief voor het Freedom House inzake Tsjetsjenië, zou de Oekraïne het oliewapen tegen Rusland kunnen gebruiken, namelijk de olietoevoer naar West-Europa belemmeren of verminderen. De Amerikanen zouden zo de Oekraïne als pressiemiddel tegen Rusland kunnen gebruiken, zodat Rusland minder olie kan exporteren en zodoende zou de Russische economie direct geraakt worden.
Door een belemmering in de olieaanvoer naar West-Europa zouden diverse landen in Europa onder druk gezet kunnen zetten als de Amerikanen meer steun zouden willen verkrijgen in Europa. Het mes snijdt hier aan twee kanten.

Volgens Executive Intelligence Review zou Brzezinski op een forum van het American Enterprise Institute in december vorig jaar gezegd hebben dat als de democratie slaagt in de Oekraïne, Rusland gedwongen wordt om meer democratie toe te laten om niet achter te blijven bij het westen.
Joesjtsjenko speelt met vuur, gezien een paar regio’s in de Oekraïne die met afscheidingsplannen rondlopen.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat Joesjtsjenko zo snel mogelijk zijn land lid wil maken van de Europese Unie, van de Wereld Handelsorganisatie en van de NAVO.