Liberia behoort tot de landen, waarover voortdurend verwar­ring bestaat in de media.
Het is levensgevaarlijk, vandaag de dag rond te wandelen in de restanten van Liberia. Er wordt lukraak gescho­ten.

Zoals de Nigeriaanse minister van buitenlandse zaken, Tim Ikiwi, heeft verklaard: “Liberia dreigt van het oppervlak van de aarde te worden geveegd”.
Daar zit een waarschuwing in voor de huidige regering van Zuid-Afrika, want welbeschouwd bestaat er een parallel tussen beide landen, zegt ‘The Aida Parker Newsletter’ (Auckland Park, RSA).

De media beweren ten onrechte, dat Liberia destijds is ge­sticht door bevrijde Amerikaanse slaven, waarmee dan negers worden bedoeld.
Het was in 1816 een initiatief van ds. Robert Finley en zijn ‘American Colonization Society’. Deze idealisten brachten duizenden mensen met een donkere huidskleur over naar Afrika, waar ze hen hielpen een eigen staat op te bouwen.
De hoofdstad werd Monrovia, genoemd naar de toenmalige presi­dent James Monroe. Uiteraard was de leiding in de handen van blanken, die de negers alles van de grond af leerden. Al deze mensen waren christenen en het was dan ook de bedoeling van ds. Finley, dat zij het Evangelie zouden prediken aan de reeds in Afrika wonende stammen. Dat gelukte niet omdat die mensen hen niet begrepen, verankerd als zij waren in hun afgoden en bijgeloof.

In 1847 werd de onafhankelijke republiek officieel gesticht en de eerste president was een neef van George Washington. Er werd een goede haven gebouwd en wegen aangelegd. Er kwamen rubber-plantages, bruggen, dijken, enz. Blanke initiatiefne­mers uit de USA pompten biljoenen dollars in Liberia.
Er kwamen zendelingen en predikanten naar het land, die ker­ken, scholen en ziekenhuizen lieten bouwen. Presbyterianen, Baptisten, Methodisten en Luthersen gingen het binnenland in, waar ze gemeenten stichtten van de Krahn, Gio en Mano stammen.
Liberia groeide en bloeide. Het werd het meest stabiele land van heel Afrika, welbeschouwd. Totdat een ongeletterde ser­geant van het leger, in 1980, een staatsgreep organiseerde.

Deze Samuel Doo overviel een vergadering van de regering, die praktisch helemaal uit leden van de christelijke ‘True Whig Party’ bestond, vermoordde president William Tolbert, z’n gezin, en het merendeel van de ministers.
Zo begon de ellende.
In 16 jaar tijd is Liberia verwoest. De verschillende ethnis­che rassen hebben elkaar bijna uitgeroeid. Het land is bank­roet. Waar eens de hoofdstad Monrovia was, ligt nu een groot kerkhof met puin, geraamtes, uitgebrande auto’s, enz. tot op het strand. De levende wezens, die er nog zijn, zijn totaal verwilderd. Eigenlijk bestaat Liberia niet meer. Niemand geeft leiding, niemand weet raad. Dagelijks vallen er meer doden; ze worden niet meer begraven.

Andere landen hadden er geen belang bij om te hulp te komen. Liberia pleegde zelfmoord en de rest van de wereld keek een andere kant op.