Maar liefst veertig jaar lang is Joseph Wilting lid geweest van de Jehova’s Getuigen. ‘De beste jaren van mijn leven verstreken in dienst van een organisatie die ik uiteindelijk verbitterd, gedesillusioneerd en gebroken de rug toekeerde’. Wilting wil zijn recentelijk verschenen autobiografie ‘duidelijk maken hoe rechtschapen en goedwillende mensen onder het mom van religie, door een destructieve organisatie worden gemanipuleerd’.

Wilting schreef zijn boek enige jaren nadat hij de sekte in 1986 had verlaten. De negatieve gevoelens zijn inmiddels weggeëbd. Hij ziet nu ook in dat de leiders van het Wachttorengenootschap ook maar misleidde mensen en slachtoffers zijn. ‘Het is de beweging, het geloofssysteem dat gevaarlijk is’.
Wilting is inmiddels vele jaren een Bijbelgetrouw christen. Nadat hij met de Jehova’s Getuigen brak, heeft hij geleerd zelf de Bijbel te onderzoeken. ‘De enorme chaos die in mijn geest was ontstaan door mijn indoctrinatie gedurende bijna vier decennia, kon alleen door Gods ingrijpen verholpen worden’. Het was een geestelijke macht die uiteindelijk de grip over hem verloor, zo ervoer Wilting het. Alleen het geloof in Christus heeft hem overtuigd van de Waarheid.

Wilting’s boek is bijzonder aangrijpend. Na zijn uittreden heeft hij sociale pedagogie, psychologie en psychiatrie gestudeerd en zijn negatieve ervaringen met de Jehova’s vanuit deze benadering beschreven. Met zijn onderzoek naar autoritair en totalitair gedrag en opvoedingsmethoden hield hij zich in het bijzonder bezig. Dat maakt zijn analyse des te onthullender.

Het grootste deel van zijn boek gaat over hoe het is om een Jehova’s Getuige te zijn. ‘Hoe voelt het om in een totalitaire beweging te verkeren en welke negatieve en vaak tragische gevolgen dit voor een individu kan hebben’. ‘De geestelijke gevangenis waarin ik bijna veertig jaar had geleefd had ernstige psychische sporen nagelaten’.

Wilting heeft als ouderling en presiderend opziener gezien wat er binnen de organisatie gebeurd is. En dat maakte hem bang. Hij heeft met honderden Jehova’s Getuigen gesprekken gehad en ontving talrijke brieven. ‘Zij spraken hun vertwijfeling, hulpeloosheid en twijfel uit’. Als sociaal pedagoog heeft Wilting vele Jehova’s in het psychiatrisch ziekenhuis gesproken. Ongeveer zeventig procent heeft kleine of grotere psychische problemen en meer dan vijftig procent gebruikt kalmerende middelen of antidepressiva. ‘Hoe was zoiets mogelijk in het ‘geestelijk paradijs’?.’

Wilting was afkomstig uit een traditioneel rooms-katholiek gezin met autoritaire ouders. Jarenlang zat hij in een kindertehuis. Hij volgde maar vier jaar lagere school en na ook nog vele keren seksueel te zijn misbruikt, groeit zijn bitterheid tegen zijn ouders, de roomse kerk, de school, politie en staat.
Vanuit een gevoel van teleurstelling en machteloosheid keert hij zich langzaam van het geloof af. De kerk en de rooms-katholieke hiërarchie was rot, corrupt, hypocriet en onrechtvaardig. Al vroeg had zijn omgeving hem laten weten dat hij ‘een grote nul’ was.
Zijn agressie tegen de gevestigde kerken dreef hem uiteindelijk tot de Jehova’s Getuigen waar hij geleidelijk aan wordt ingepalmd. Het begin van een indoctrinatieproces en een jarenlange psychische kwelling. ‘Ik werd een willig slachtoffer van hun denkcontrole. Maar dat besefte ik toen nog niet’. ‘Het systeem leek erg veel op dat van de KGB of de gevreesde Gestapo’.

Pas toen Wilting door de leiding van de Jehova’s getuigen werd bekritiseerd en aangesproken werd op zijn ‘onverantwoordelijke gedrag’, namelijk zijn huwelijk en de verzorging en aandacht die hij gaf aan zijn twee kinderen, begon er een lampje te branden. De leiders van het Wachttorengenootschap houden niet van kinderen; ze leiden af van de dienst aan Jehova. Al gauw lijdt iemand aan ‘geestelijke ontrouw’ en is ‘zwak in de waarheid’. ‘Maar mijn agressie werd nog steeds verdrongen door de angst voor Armageddon’. Langzaamaan werd zijn zelfrespect ondermijnd en eindigde hij in een diepe depressie. In 1983 werd hij opgenomen in een Noorse psychiatrische kliniek.

Wilting besteedt aandacht aan het autoritaire, hardvochtige en arrogante rechtssysteem dat gehanteerd wordt en waarvoor de leden angst hebben. Het lijkt veel op dat van de middeleeuwse inquisitie: aangeklaagden hebben geen verdedigers, de ouderlingen zijn zowel rechter, aanklager, verdediger, jury en beul. Dit systeem heeft velen tot wanhoop en zelfmoord gedreven. De aanklager kan morgen tot aangeklaagde verklaard worden.
Het rechtssysteem van de Jehova’s is boven het wereldse systeem verheven, zo is de ervaring van Wilting. Absolute controle over het individuele lid en volkomen onderwerping aan de leiding is het opperste gebod. Het ‘Big Brother’ hoofdkwartier in Brooklyn heeft altijd gelijk. Dat is overigens ook de reden waarom Jehova’s Getuigen geen hulp van psychologen mogen inroepen. Alles wordt intern geregeld, door incompetente en onbekwame lieden.

Twijfel aan de leer was er eigenlijk direct al aan het begin, maar Wilting verdrong deze inconsequenties. Oude doctrinaire blunders werden verklaard met: ‘het licht scheen destijds niet zo helder’. Zo hield Wilting zich jarenlang op de been.
‘Pas na vele jaren begonnen mijn slapende hersens eindelijk te ontwaken. Binnen de leer zijn er dingen die niet met elkaar in overeenstemming te brengen zijn’. Dit bracht hem uiteindelijk in psychische problemen, want ook daar hoorde hij dat hij eigenlijk ‘een grote nul’ was.
Dit alles speelde zich in de jaren zeventig en tachtig in Nederland en Noorwegen af, waar Wilting afwisselend verbleef. Uiteindelijk werd hij als oud vuil gedumpt en zette in 1986 definitief een streep onder zijn lidmaatschap.
De leer van de Jehova’s Getuigen biedt ‘geen enkele hoop, troost of verlichting’. Je wordt uitgeknepen als een citroen. ‘Alle leden staan heel wantrouwend tegenover elkaar’.

De problemen waarmee Jehova’s Getuigen te kampen hebben zijn niet mals. Leden die gebroken en verslagen zijn, door slaaptekort, werkweken van zestig tot tachtig uur, stress, manische depressiviteit, de druk om feilloos te moeten zijn, schuldgevoelens, geestelijke verwarring, zelfmoordplannen, alcoholisme, huwelijken die op de klippen lopen, kinderen die tussen wal en schip geraken, overmatig gebruik van medicijnen, dat alles door de sociale druk, de velddienst en andere werkzaamheden van de leden gewijd aan de dienst van de ‘getrouwe en beleidvolle slaaf’. Letterlijk slaaf. Het is een macaber drama wat zich afspeelt.

‘Psychische kwalen onder Jehova’s Getuigen zijn zo algemeen dat in proefschriften over het thema religie en mentale ziekten de Jehova’s Getuigen vaak als voorbeeld worden genoemd’. In Noorwegen hebben de leden vijf tot tien keer meer last van zenuwziektes dan de rest van de bevolking. Dat speelt zich allemaal af achter de mooie façade. Wereldwijd zo becijfert Wilting, zijn er vele duizenden omgekomen omdat zij zich van de leiding niet mochten laten inenten of geen orgaantransplantaties mochten ondergaan of geen bloedtrans­fusies toegediend mochten krijgen.

De destructieve sekte van de Jehova’s ‘is een ideale verblijfplaats voor machtswellustelingen’. Voor mensen met een beetje opleiding roept het indoctrinatieproces van de Jehova’s direct weerstand op. En iemand met een hogere opleiding is per definitie verdacht, ja zelfs een bedreiging. De leiding haat intellect en onafhankelijk denken. Er wordt voor de leden gedacht.
Degenen die eraan weten te ontsnappen, blijven levenslang min of meer behekst door het wereldbeeld van het Wachttorengenootschap. Er is een groot gebrek aan saamhorigheidsgevoel hetgeen een gevolg is van een ‘koud, gevoelloos systeem waar vervreemding een feit is’.

Wilting pleit dan ook voor echte vriendelijkheid, waardering, begrip, eerlijkheid, respect, liefde, medeleven en empathie in de omgang met (ex-)Jehova’s Getuigen. ‘Deze eigenschappen die andere mensen mij toonden, behoorden tot de belangrijkste schakels die mij hielpen naar een leven in christelijke vrijheid’.

Na zijn uittreding uit de sekte kregen de woorden van Jezus: ‘Indien dan de Zoon u zal vrijgemaakt hebben, zo zult gij waarlijk vrij zijn’ (Joh. 8:36), voor Wilting wel een heel realistische betekenis.

Joseph Wilting: Het koninkrijk dat niet kwam, autobiografie van een ex-Jehova’s Getuige, Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 2002, 208 pag.
Verschenen in Noorwegen (1992), Zweden, Duitsland en in Nederland (2002)