De elite van het politieke, maatschappelijke, sociale en culturele leven in Hamburg, een van Duitsland’s belangrijkste economische kerngebieden, komt regelmatig bijeen in de zeer exclusieve Übersee Club.


De ere-president Prof.Dr. Rolf Stödter noemde het ‘een van de meest prestigieuze herenclubs op het Europese continent’. Deze club die bijna tweeduizend leden telt is vanouds de ontmoetingsplaats waar zakenlui en politici elkaar treffen.

De Übersee Club is in 1922 in Hamburg opgericht door onder andere de superbankier Max Warburg, die uitgebreide zakelijke contacten onderhield met de Amerikaanse industrieel Averell Harriman. Het doel was om de economie van het door de eerste Wereldoorlog geteisterde Duitsland weer op poten te helpen. De juiste contacten en de juiste informatie was hierbij van hoogste belang.
Warburg zag het idee voor een exclusieve half-geheime herenclub wel zitten. Hij had reeds decennia lang samengewerkt met de Britse politicus Lord Milner, de oprichter van de Round Table Conferences die dezelfde functie hadden als menig exclusieve eliteclub van rijke industriëlen.
Later werd Warburg de topadviseur van Hjalmar Schacht, de Nazi-bankier onder Hitler.
De broers van Max Warburg controleerden de Kuhn Loeb investeringsbank in New York die samen met het Harriman imperium betrokken raakte bij de financiering van de Oktober revolutie in Rusland.

In 1933 liet Warburg zich zeer positief uit over de machtsovername van Hitler, maar dat nam niet weg dat de Übersee Club zijn poorten in 1934 tijdelijk moest sluiten.
De eerste president van de Übersee Club was Wilhelm Cuno, tevens president van de Hamburg Amerika Line, de Hapag, die tot rond 1923 gefinancieerd werd door Max Warburg.

In 1920 werd het beheer over de Hapag overgenomen door Averell Harriman en de grootvader van de latere president George Bush. Cuno werd geheel afhankelijk van wat de Amerikanen hem opdroegen. Tot zijn dood in 1933 was Cuno een tijd lang Rijkskanselier. Geen sinecure voor de president van deze buitengewoon exclusieve club. De symbiose tussen politiek en economie was nu perfect.
Na 1933 werd de Hapag gebruikt voor Nazi doeleinden: via de scheepvaart maatschappij werd Nazi propaganda Amerika binnengebracht.

In de jaren tot Hitlers’ machtsovername waren vele prominenten aanwezig.
De club was nauwelijks opgericht of Rijkspresident Friedrich Ebert met twee van zijn ministers waren te gast bij de Übersee Club. Gustav Stresemann en de kultuurfilosoof Oswald Spengler hoorden eveneens tot het gezelschap, evenals professoren van de Britse Cambridge Universiteit. Genoodzaakt door de politieke situatie moest de Club dicht.

In 1948 heropende de Übersee Club zijn deuren. De ex-burgemeester van Hamburg Rudolf Petersen werd tot nieuwe president gekozen. In 1950 telde de club reeds 600 leden. Als sprekers waren de ‘Hohen Kommissare’ van de drie bezettingsmachten in Duitsland te gast. De club moest gaan dienen als motor voor de wederopbouw van de Noordduitse handelsregio.
Na de Tweede Wereldoorlog braken er gouden tijden aan voor de Übersee Club. Niet alleen de inkomsten namen toe, ook het prestige werd danig opgepoetst. Op Theodor Heuss na (het na-oorlogse staatshoofd), die overigens wel lid was van de Rotary Club, waren alle Duitse staatshoofden te gast in de Übersee Club. Maar ook Franz Joseph Strauss (Lions’ Club), Willy Brandt en Helmut Schmidt (Lions’ Club) waren regelmatig te gast.
De ex-kanselier Schmidt is sinds 1964 zelfs lid van het curatorium van de Übersee Club.

In de jaren zestig en zeventig waren onder meer aanwezig: Charles de Gaulle, Lord Carrington, James Callaghan, Alexander Haig, Bruno Kreisky, François Mitterand, Edward Heath en Teddy Kollek.

De Übersee Club heeft belangrijke invloed op het economische leven van Hamburg. Ook in Bonn, de voormalige hoofdstad van Duitsland, bestaan dergelijke exclusieve clubs met dezelfde doeleinden.
De Übersee Club is ook een machtig instrument in de handen van Amerikaanse belangen. De benaming Übersee Club doet wellicht meer vermoeden.