“Het grote publiek gelooft dat de farmaceutische industrie het algemeen welzijn dient. Dat is te danken aan de pr-functionarissen die in dienst zijn van deze farmabedrijven. Het grote publiek weet niet veel over de achtergronden, over wat zich binnen de farmaceutische bedrijven afspeelt, over de informatie die wordt achtergehouden, over het rooskleurig voorstellen van geneesmiddelen die eigenlijk niet bijster effectief zijn, over de mensen die ziek zijn geworden door het gebruik van medicijnen. Het grote publiek beschouwt de farmaceutische bedrijven niet als a-moreel, omdat de pr-afdelingen verhinderen dat zij dergelijke dingen te weten komen”

Dat was voor Jeffrey Robinson, schrijver van het boek ‘de medicijnenmaffia’ geen beletsel om zich jarenlang te verdiepen in de praktijken van Big Pharma, de farmaceutische industrie.
Het boek leest als een thriller die de ongure activiteiten van Big Pharma ontmaskert en waar de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen gebruikt wordt, niet om zo veel mogelijk mensen beter te maken, maar om zoveel mogelijk geld te verdienen. Het commercieel belang staat op de eerste plaats.
De aandeelhouders willen immers winst zien. Bovendien worden de fondsen bestemd voor het ontwikkelen van nieuwe geneesmiddelen gereserveerd voor ziektes die veel voorkomen in de ontwikkelde landen en niet in de eerste plaats voor ontwikkelingslanden.

Noord-Amerika, Europa en Japan vormen tezamen 80% van de wereldmarkt voor geneesmiddelen. Afrika maar 1%.
Afrikanen die geen geld hebben voor geneesmiddelen, krijgen ze ook niet. Als er al geneesmiddelen naar een bepaald derde wereldland worden gestuurd, is dat niet uit liefdadigheid, maar puur omdat het goedkoper is de geneesmiddelen weg te geven, in plaats van ze op wettelijk voorgeschreven manier te vernietigen. Medicijnen dus waarvan de houdbaarheidsdatum allang verstreken is. Bovendien kan Big Pharma de gedoneerde medicijnen aftrekken van de belasting.

In 2000 waren er wereldwijd 25 toonaangevende farmaceutische bedrijven. De verwachting is dat in 2010 als gevolg van de vele fusies, dit nog maar twaalf zullen zijn.
De twaalf economisch machtigste farmakartels beheersen de wereldmarkt voor geneesmiddelen, compleet met hun lobby- apparaat dat regeringen efficiënt weet te beïnvloeden. Big Pharma geeft zelfs directe financiële steun aan campagnes van Amerikaanse politici.

Met name de Amerikaanse markt is de meest winstgevende. Daar kunnen de farmabedrijven dubbele prijzen voor hun producten vragen, als nergens anders ter wereld. Maar Big Pharma moet over het algemeen voorzichtig te werk gaan: als een bedrijf het geneesmiddel te laag prijst, loopt het risico zich de woede van de aandeelhouders op de hals te halen wanneer het dividend bekend wordt. Als het bedrijf het geneesmiddel te hoog prijst, gaan de gezondheidsautoriteiten steigeren en volgen er beschuldigingen dat het bedrijf de patiënten bezwendelt.
In het algemeen ronden geneesmiddelenbedrijven de prijzen naar boven af. Meestal laten ze de prijzen bewust oplopen, totdat het product ‘zo afschrikwekkend duur geworden is, dat de omzet begint terug te lopen’. Duurder wil overigens ook niet zeggen beter.

Research and Development kost Big Pharma veel geld. Dat wordt doorberekend in de prijs van het medicijn. Maar voor zeldzame ziektes, ziektes waar in de ogen van Big Pharma wereldwijd minder dan 200.000 mensen aan lijden, is Big Pharma weinig bereid extra geld aan R&D te besteden. Er zijn wereldwijd 5000 van zulke ziektes bekend.

Met de testresultaten van nieuwe medicijnen wordt volgens Robinson trouwens behoorlijk gesjoemeld. Er is altijd wel een medisch tijdschrift te vinden dat het nieuwe geneesmiddel de hemel in prijst. Schrijvers van deze artikelen zijn meermaals gefêteerd geweest door Big Pharma en hadden financieel belang bij een gunstig oordeel.

Met name huisartsen vormen een belangrijke poortwachter van Big Pharma. Zij worden door artsenbezoekers gevisiteerd met gelikte verhalen over de nieuwste medicijnen.
Van huisartsen wordt verwacht dat ze deze nieuwe medicijnen voorschrijven. Maar nieuw wil ook niet altijd zeggen beter. Robinson besteedt er een heel hoofdstuk aan. Stuitend zijn de praktijken waar huisartsen overladen worden met attenties en uitnodigingen voor conferenties en snoepreisjes onder het mom van bijscholing waarbij zij onthaald worden op lekker eten, drank en andere geneugten des levens.
Ook houdt Big Pharma, geheel in de stijl van de CIA, ‘files’ bij van het privé-leven van artsen, alles bedoeld om ze te beïnvloeden en te bespelen.

De tentakels van Big Pharma reiken niet alleen tot in regeringen, maar ook tot in universitaire onderzoeksinstellingen, die de resultaten van medisch-wetenschappelijk onderzoek weten toe te snijden op de verlangens van Big Pharma. En de betrokkenen die vaak dubbele en driedubbele petten op hebben, ervaren dit alles als geen probleem.

Uitvoerig gaat Robinson in op de octrooien die geneesmiddelen marktbescherming biedt voor de vele jaren nadat een geneesmiddel geproduceerd en getest is. “Het is niet ongebruikelijk dat er op één bepaald geneesmiddel twintig tot dertig verschillende octrooien rusten, want hoe meer octrooien, des te langer blijft de concurrentie op afstand”.
De juridische trucs die Big Pharma in rechtszaken hanteert om aanklagers van het lijf te houden en rechters te beïnvloeden, worden door Robinson beschreven. Robinson heeft het voornamelijk over de Amerikaanse en Britse situatie. Maar aangezien Big Pharma wereldwijd opereert, zal de situatie in Nederland niet veel anders zijn.

De internationale maffia heeft zich inmiddels over illegale exporten en importen van geneesmiddelen ontfermd. De helft van alle verkochte geneesmiddelen in Afrika, met name ten zuiden van de Sahara is vervalst. Hier is sprake van ‘high-tech-misdaad’.
In China en India worden medicijnen geproduceerd die zelfs niet eens aan minimumeisen van veiligheid en hygiëne voldoen. Deze medicijnen worden heen en weer verhandeld, waarbij grof geld verdient wordt. Zo’n 60% van de medicijnenmarkt in Indonesië wordt bevoorraad door de georganiseerde misdaad. Big Pharma treedt hiertegen trouwens met zijn eigen spionage- en opsporingsdiensten op.

Westerse reclamecampagnes voor nieuwe medicijnen zijn op z’n zachtst gezegd manipulatief en misleidend. Achter elke medicijnreclame schuilt het grimmige gezicht van Big Pharma.
Of zoals Robinson zich afvraagt: Moeten wij onze gezondheid, zoals ons gevraagd, toevertrouwen aan bedrijven die hun aandeelhouders verzekeren dat hun loyaliteit op de eerste plaats bij hen ligt?“

Jeffrey Robinson: De Medicijnenmaffia – Geld, ego en macht binnen de farmaceutische industrie, Elmar, Rijswijk, 2003