De historische studie over de Tweede Wereldoorlog, geschreven door Daniël Goldhagen, is inmiddels bijna in de vergetelheid geraakt. Vele woorden zijn gesproken over zijn boek ‘Hitler’s Willing Executioners: Ordinary Germans and the Holocaust’.
Op de flap van de Amerikaanse editie wordt vermeld door wie het boek is gefinancieerd: de Krupp Foundation, de Whiting Foundati­on, het Minda de Gunzburg Center for European Studies van de Harvard University, de Littauer Foundation en het Simon Wiesent­hal Center in Los Angelos.

Wie er achter het Gunzburg Center zit, vermeldt het boek niet. Maar de vader van Minda de Gunzburg, die in 1985 overleed, was Sam Bronfman, de oprichter van Seagram’s liquors, een van de grootste drankproducenten ter wereld en mede-eigenaar van de British Whiskey Trust. De broer van Minda is Edgar Bronfman, het hoofd van het World Jewish Congress, mede-oprichter en ere-voorzitter van de Anti-Defamation League, een joodse lobbygroep.
De echtgenoot van Minda de Gunzburg was de Franse baron Alain de Gunzburg, die niet alleen een bestuursfunctie bij Seagram’s heeft, maar ook een toppositie bij de Banque Louis Dreyfus en door familiebanden gerelateerd is aan de machtige Rothschilds. Opmerkelijker is dat hij lid is van de 1001 club, een elite genootschap opgericht door prins Bernhard met als oorspronke­lijk doel het Wereld Natuurfonds financieel draaiende te houden.

Voor het schrijven van zijn boek ontving Goldhagen opmerke­lijk genoeg zijn salaris van de Duitse regering. Een woordvoerder van de Amerikaanse tak van de Deutsche Akademischer Austausch­dienst verklaarde in 1996 dat hij geld van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken had ontvangen met de opdracht het via Guido Goldman, het hoofd van het Gunzburg Center, aan Goldhagen over te maken. Guido Goldman is de zoon van Nahum Goldman, de beroemde zionistische leider uit de jaren dertig en veertig.

Begin jaren zestig promoveerde Guido op het onderwerp ‘De invloed van de Duitse ijzerindustrie op de buitenlandse politiek na 1918’. Door zijn research raakte hij bevriend met Berthold Beitz, topman van de Krupp Foundation. Deze vriendschap leidde uiteinde­lijk tot de financiële ondersteuning van Goldhagen’s boek. Maar uit Amerikaanse onderzoekingen blijkt dat de Krupp Foundation gewild heeft dat dit boek geschreven werd.
Momenteel is Beitz voorzitter van de Alfred Krupp von Bohlen und Halbach Stiftung die de bezittingen van de Krupp familie beheert. Beitz was tijdens de oorlog een beruchte Nazi-functionaris in het door de Duitsers bezette deel van Polen. In Roemenië werkte hij voor Shell. Na de oorlog is hij nooit voor zijn daden gestraft, integendeel, binnen de Britse zone was hij jarenlang hoofd van een verzekeringsconcern.

Over de Krupp Foundation nog een interessant feit: in het bestuur zit ook Karl Otto Pöhl, voormalig voorzitter van de Duitse centrale bank, aanwezig op de geheime Bilderbergconferen­ties en topfuncties bij de J.P.Morgan Bank, Oppenheim Bank en Unilever. Samen met George Bush zit hij in de top van Barrick Gold, een mijnconsortium dat momenteel het oostelijke deel van Congo exploiteert.

In het boek van Goldhagen, dat een aanval is op de politiek, cultuur en religie van het Duitse volk, komt de Duitse industrie en met name Krupp er zonder kleerscheuren vanaf, terwijl zij toch de belangrijkste ondersteuner van het Nazi-bewind was. De publicatie van het boek kan duiden, en die gedachte is in Duitsland en Amerika meermaals geuit, dat Goldhagens boek deel uitmaakt van een subversieve politieke campagne tegen Duitsland, net als de recentelij­ke hetze van de Scientology beweging.
Het feit dat Goldhagen de Krupp’s bedankt voor hun ondersteuning en hen niet bekritiseert voor de rol die zij tijdens de oorlog gespeeld hebben, is veelzeggend.
Aan het begin van zijn boek legt Goldhagen uit dat zijn aanval niet gericht is tegen de Nazi’s, noch tegen degenen die de Nazi’s aan de macht hebben geholpen, maar de ‘uitvoerders’ van de holocaust. Daarmee bedoelt hij het Duitse volk. Het Nazi-bewind met zijn beulen blijven buiten schot.