“De vertegenwoordigers van de huidige rood-groene coalitie in Duitsland zijn bijna allemaal nakomelingen van de generatie van de zestiger jaren en zijn voortgebracht door de anarchistische-marxistische organisaties uit deze tijd. Zij zijn het die met succes ‘de mars door de instituties’ hebben voltrokken”.

De geestelijke vader van deze generatie is de zg. Frankfurter Schule, gevestigd in het Frankfurter Institut für Sozialforschung.


Max Horkheimer, Theodor Adorno, Friedrich Pollock, Herbert Marcuse, Jürgen Habermas, Wolfgang Abendroth en Erich Fromm zijn de belangrijkste vertegenwoordigers van de ‘voortdurende aanval op alle fundamentele normen en waarden van de samenleving’.
In de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw verbonden zij neomarxisme met de Freudiaanse psychoanalyse tot de zg. Kritische Theorie, fundamenteel voor alle maatschappijkritiek.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkten zij in Amerika aan de toekomstige heropvoeding van het Duitse volk. Toen zij na 1945 naar Frankfurt terugkeerden, was hun doel “de vernietiging van de Duitse geestelijke traditie, de liquidering van alle volks- en vaderlandslievenheid, de destructie van alle autoriteit en de vernietiging van de familie en de staat”, aldus Rolf Kosiek in zijn boek ‘Die Frankfurter Schule und ihre zersetzenden Auswirkungen’.

Kosiek’s boek is een reactie op de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen in Duitsland. Zijn kritiek is kenmerkend voor kritiek van nieuw rechts en de nieuwe conservatieven in de Bondsrepubliek.
Kosiek is voorzitter van de Gesellschaft für Freie Publizistik, een genootschap dat zich nadrukkelijk aan de rechterkant van het politieke spectrum beweegt. Anti-antifascisme, anti-marxisme, anti-kapitalisme, anti-Amerikanisme, anti-bevolkingspolitiek, anti-multiculturalisme, anti-euro en pro-nationaal Duits volksbewustzijn, zijn de meest opvallende kenmerken van deze stroming.
Begrijpelijk dat Kosiek’s boek weinig moet hebben van het marxistische gedachtengoed van de Frankfurter Schule waarvan een aantal leden ooit lid waren van diverse communistische partijen.

De huidige politieke elite in de Bondsrepubliek is verregaand door de generatie van de zestiger jaren bepaald. Of het nu gaat om Gerhard Schröder, Oskar Lafontaine, Rudolf Scharping, Rita Süssmuth, Otto Schily, Joschka Fischer of Jürgen Trittin, allen zijn zij door de ideeën van de Frankfurter Schule beïnvloedt. Daarbij maakt het niet uit welke partij deze politici vertegenwoordigen.
Diverse leden van de huidige politieke elite in Duitsland waren in de jaren zestig en zeventig betrokken bij het neo-marxistisch verzet tegen de toenmalige regering en staat.

De tijdgeest en de huidige politieke situatie zijn niet te verklaren als men de geestelijke achtergrond niet kent die door de linkse intelligentsia in de jaren zestig en zeventig is neergelegd.

In 1923 werd het Institut für Sozialforschung door twee joods-  marxistische intellectuelen opgericht. Gefinancieerd werd het geheel door Felix Weil, een joods-Duitse graanhandelaar die later naar Argentinië vluchtte. De eerste directeur was Carl Grünberg, een andere joodse marxist.
De nazi’s sloten in 1933 het instituut. Het instituut verplaatste daarop zijn activiteiten naar Amerika. In 1946 werd het in Frankfurt heropend.
Dat de omvorming van de Duitse ‘volksmentaliteit’ al eerder op het programma stond, blijkt volgens Kosiek uit de essays van de Amerikaanse socioloog Talcott Parsons, die ten tijde van de oorlog een programma opstelde om de Duitsers en hun instituties om te vormen. (pag.72)

De auteur vermeldt voortdurend de joodse afkomst van de bekende filosofen, sociologen en psychologen die op een of andere manier betrokken zijn geweest bij het Institut für Sozialforschung en later bij de Franfurter Schule.
De achterliggende en onuitgesproken suggestie is dat dit ‘joodse instituut’ in Duitsland komt afrekenen voor wat de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog hebben uitgespookt.

Met name Horkheimer wilde een wetenschappelijk gefundeerde heropvoeding van de Duitse bevolking bewerkstelligen.
Begrippen als demokratisering, anti-autoritaire opvoeding, manipulatievrije meningsvorming, transparantie, repressievrije ruimtes en ‘Herrschaftsfreie Diskussion’, moesten de geesten rijp maken voor de nieuwe orde. Er werd door Marcuse zelfs een ‘linguïstische therapie’ geformuleerd.
Alle bestaande politieke en maatschappelijke begrippen moesten voorzien worden van nieuwe inhouden die de kapitalistische indoctrinatie moest neutraliseren en bestrijden.
Want dat was wel zo’n beetje het ergste voor de Frankfurter Schule wat er op de wereld bestond: het kapitalisme. Dit systeem was bijna net zo erg als fascisme.

Niemand vroeg zich overigens af of deze geëngageerde sociale wetenschappers, die in de oorlog de nazi’s juist ontvluchtten, later in de kapitalistische Bondsrepubliek alle gelegenheid kregen om hun antikapitalistische denkbeelden te spuien. Daarbij werd hen geen strobreed in de weg werd gelegd.

Zo bewerkte de Frankfurter Schule dat het marxisme tot een beslissende factor werd in het politiek-maatschappelijke krachtenveld en op de universiteiten in de Bondsrepubliek.
Centrale termen waren: zelfverwerkelijking, emancipatie, basisdemocratie en bevrijding van het valse bewustzijn.

Volgens de auteur is de Frankfurter Schule als geestelijke vader te beschouwen van Nieuw Links en de Groenen die enkele jaren later opdoken. Maar ook de Rote Armee Fraktion, die de denkbeelden tot in hun uiterste consequentie heeft doorgevoerd, zou niet hebben bestaan zonder de nalatenschap van de Frankfurter Schule.

De ergste golven van deze chaos zijn overigens grotendeels voorbij, meent Kosiek. Ze hebben echter grote schade aangericht in de samenleving.
Er is een generatie gekweekt die geen enkele verplichting meer koestert jegens bestaande culturele tradities en de huidige samenleving. De overwinning op ‘repressieve tolerantie’ die door Marcuse werd uitgewerkt in zijn boeken, werd jaren later de basis van de intolerantie tegen alle andersdenkenden.
Beide tendensen ziet men momenteel terug in het politieke handelen van westerse regeringen en tussen burgers onderling.