Onder voorzitterschap van Senator Jesse Helms heeft in Washington DC het “Committee on Foreign Relations” van de Amerikaanse Senaat vergaderd om te spreken over de relaties van U.S.A. met Rood-Cina.
De voornaamste spreker  was Dr. Arthur Waldron,  professor in Internationale betrekkingen aan de universiteit van Pennsylvania en directeur van het bureau voor “Asian Studies” van het “American Enterprise Institute”.


Hij is tegenstander van het bevorderen van de handel met Peking en het aangaan van een bindende overeenkomst. Hij is verbijsterd over de houding van de president en anderen tegenover de expert Wei Jingsheng (die professor is in New York) wiens waarschuwingen in de wind worden geslagen.

Het is bijvoorbeeld een feit dat de regering in Peking niet bereid is naar de wensen van het Chinese volk te luisteren en steeds meer gebruik maakt van geweld om aan de macht te blijven. China gaat voort met het vergroten van haar militaire macht en bedreigt haar buurlanden, met name de republiek Taiwan (Vrij China). Peking heeft geprobeerd  de “China Democratic Party” te kraken en anticommunistische denkbeelden fel bestreden.Het heeft honderden dag-en weekbladen een verschijningsverbod opgelegd.
Websides en het Chinese Internet zijn geblokkeerd (die helemaal onder controle staan onder de regering).
De Academie voor sociale studies is
“Gezuiverd” Kortom, de onderdrukking neemt toe en het is  mogelijk (gelet op de geschiedenis van andere landen) dat er verzet komt, die tot een omwenteling zal leiden of het begin zal worden van een grote oorlog. Ik betwijfel of hier iets goeds uit zal voortkomen.

Sinds het begin van 1990 is Rood China een steeds grotere bedreiging geworden voor de Verenigde Staten, zoals het fabriceren van geleide projectielen, die vliegdekschepen kunnen vernietigen.

Peking verwacht, dat Washington zo graag handel wil drijven met de Chinezen (en geld investeren), dat het daar het beschermen van haar land aan zal wagen. Wat een uitnodiging voor Peking om militaire acties voor te bereiden. In plaats van het stellen van eisen, zoals het openen van de concentratiekampen en het opheffen van dwangarbeid (slavernij).
Daar wees de Amerikaanse ambassadeur in Moskou, Jack Matlock, reeds op in het jaar 1980. Terwijl het sinds 1930 wettelijk verboden is, in de U.S.A. goederen in te voeren, die het product zijn van dwangarbeid. Niets wijst erop, dat men zich hierover druk maakt in Washington. Het Congres behoort de regering hierop met nadruk te wijzen, in plaats van voort te gaan op de ingeslagen weg van handel drijven zonder vragen te stellen. Respect voor het bestaansrecht van de medemens is geen luxe, maar een voorwaarde en het staken van een voortdurende bedreiging, behoren voorwaarden te zijn, die Peking moeten worden ingepeperd. Dit is absoluut essentieel om een ramp in Azië te voorkomen.

Het is dwaasheid, een droombeeld, dat als we NIET onze tanden laten zien tegenover Rood-China, het zomaar een braaf land zal worden. In tegendeel. Hierover alleen praten is dan ook totaal onvoldoende.
Washington moet een gevaarlijk duidelijke boodschap naar Peking sturen en dienovereenkomstig handelen, zichtbaar voor iedereen.
Aldus Dr. Arthur Waldron (bekort).

Deze realistische waarschuwing behoort op grote schaal verspreid te worden. Destijds dacht de wereld ook, dat het met Hitler wel los zou lopen, en men kwam bedrogen uit!