Het afgelopen jaar zijn de betrekkingen tussen Irak en Iran aanmerkelijk verbeterd. Beide staten zoeken toenadering tot elkaar en hebben een gezamenlijk doel: de Amerikaanse invloed in de Golfregio ondermijnen. Regeringsvertegenwoordigers van beide landen zijn met elkaar in gesprek. Grote verschillen tussen beide staten en de nodige spanningen blijven voorlopig bestaan.

Jane’s Intelligence Review, een maandblad dat in London wordt uitgegeven en politieke, militaire en diplomatieke ontwikkelingen op de voet volgt, stelt dat de toenadering tussen Irak en Iran nauw te maken heeft met het feit dat Saddam Hussein al geruime tijd bezig is het VN-embargo tegen zijn land te ontduiken.

Sinds het begin van 1998 heeft Iran enkele duizenden krijgsge­van­genen vrijgelaten die waren opgepakt tijdens de oorlog tussen beide staten in de periode 1980-1988. Als antwoord daarop heeft Irak ook enkele honderden gevangenen vrijgelaten. Ook mogen Iranese pelgrims sinds kort belangrijke sjiitische heiligdommen in Zuid-Irak bezoeken.

In december vorig jaar reisde de Irakese vice-president Yassin Ramadan naar Teheran voor een islamitische conferentie waar belangrijke gesprekken met een Irakese delegatie werden gevoerd. Uiteindelijk resulteerde dit in een ‘memorandum of understanding’ tussen de hoogste leiders.

Behalve de politieke toenadering is er volgens Jane’s ook toenadering tussen hoge legerofficieren en leiders van de geheime diensten. Het gaat hier om ontmoetingen tussen Qusay, zoon van Saddam Hussein en het hoofd van de Iranese geheime dienst Qorbanali Dorri Najafabadi. Qusay werd begeleid door de topman van de Irakese geheime dienst, verantwoordelijk voor de talloze slachtpartijen en massa-executies.
Dat neemt echter niet weg dat de geheime diensten van beide landen nog steeds doorgaan de vijandige verzetsbewegingen in elkaars land te ondersteunen en te bewapenen.
Toch is het opmerkelijk dat de Iranese verzetsbeweging Mujahe­deen-e-Khalq die zijn basis heeft in Irak, met toestemming van Saddam Hussein door Iran werd gebombardeerd. Daarbij werd de no-fly zone boven Irak geschonden. Een feit dat door het Pentagon verzwegen werd.
Ook de Amerikanen willen betere betrekkingen met Iran, zeker na de komst van een nieuwe president en zeker om Saddam Hussein een voet dwars te zetten.

Tot nu toe zijn er nog geen aanwijzigingen dat Iran de steun aan het Badr Corps opzegt. Het Badr Corps bestaat uit ongeveer 15.000 strijders die vechten tegen het regiem in Baghdad. Het Corps maakt deel uit van een overkoepelende organisatie, die ironisch genoeg, gesteund wordt door de CIA. Ook steunt Iran de Patriotti­sche Unie van Koerdistan met wapens, die eveneens deel uitmaakt van de door de CIA gesteunde overkoepelende organisatie.
Net als de Amerikanen willen de Iraniërs liever een zwakke Saddam Hussein dan een regiem dat innerlijk te gronde gaat aan rivali­teiten. Ook wil Iran niet dat een nieuwe regering in Irak richting het westen opschuift.