Begin september werden er drie jongemannen (twee Duitsers en een Turk) in hun vakantiehuisje in het Duitse plaatsje Medebach opgepakt wegens het beramen van de “grootste aanslag” in Duitsland. Drie verdachten waren onder meer van plan aanslagen te plegen op Amerikaanse militaire objecten. Door hun arrestatie zou “een zware aanslag” verijdeld zijn. In alle media stond het bericht op de voorste pagina. De “harde kern” van de Duitse cel van de Islamic Jihad Union (IJU) zou hiermee een zware slag zijn toegebracht. Volgens sommige kranten zou er ook een link met Al Qaida zijn. Bijna driehonderd ambtenaren van het Bundeskriminalamt waren een half jaar bezig om de organisatie in kaart te brengen. Duitsland was ter nauwer nood gered. Het Duitse terreurcomplot werd ook in verschillende Amerikaanse media breed uitgemeten. Zo werd onder meer Syrië door The New York Times in verband met het complot gebracht.

Nu blijkt dat bij de nieuwswaarde van dit bericht grote vraagtekens gezet moeten worden. Niet bij het feit dat de verdachten van plan waren om daadwerkelijk een aanslag te plegen, maar eerder bij het feit dat er andere bedoelingen meespeelden in het verspreiden van dit bericht door de massamedia. Een onderzoek naar de organisatie (de IJU), de opdrachtgevers, de relatie met het buitenland, maar ook het tijdstip van de arrestatie laten opmerkelijke dingen zien.
Waarschijnlijk is de IJU het product van de Oezbeekse geheime dienst, opgericht om islamieten in het eigen land in discrediet te brengen. Volgens anderen is de IJU mede door de CIA uit de grond gestampt, terwijl de organisatie tegelijkertijd op de ‘terroristenlijst’ van het State Department staat.  Dat mogelijk de Oezbeekse dienst erachter zit komt naar voren uit verder onderzoek rond de gang en wandel van de verdachten Fritz Gelowicz, Daniel Schneider en Adem Yilmaz. Onderzoek is uitgevoerd door diverse Duitse terreurexperts.
De IJU zou een afsplitsing zijn van de Islamic Movement of Uzbekistan. Informatie over deze organsiatie dook voor het eerst op in het voorjaar 2004 kort na de bomaanslagen op de Amerikaanse en Israëlische ambassade in de hoofdstad Tasjkent. Deze informatie is door de Oezbeekse geheime dienst doorgespeeld aan de Amerikaanse autoriteiten.

Volgens het Duitse actualiteiten programma Monitor blijkt deze Islamic Jihad Union “puur een verschijnsel op het internet te zijn.” Dat beweert Benno Köpfer, islamexpert bij het Landesamt für Verfassungsschutz in Stuttgart, Baden-Württemberg, de regionale afdeling van de Duitse staatsveiligheidsdienst. Volgens hem verheerlijken alle islamitisch terroristische organisaties hun aanslagen op hun websites. Op deze websites staan bomaanslagen en zelfmoordacties ten toon gespreid, evenals talrijke heldhaftige acties in hun opleidingskampen. Van de IJU niets van dit alles. De IJU wordt genoemd op een website van een Turkse radicale moslimorganisatie. Ook van een link met Al Qaida geloven de meeste onderzoekers binnen de Duitse staatsveiligheid niets. Een eerder interview met Köpfer over deze zaak verscheen kort daarvoor in de Berlijnse krant Taz. Daarin beweert Köpfer dat veel info over de IJU afkomstig was van de CIA en dat deze informatie was doorgespeeld naar de Duitse geheime dienst. De Duitse autoriteiten die niet behoren tot de kring van veiligheidsdiensten zouden zijn omgepraat en overtuigd om tegen de IJU op te treden. Dan zou Duitsland de agenda van de Oezbeekse geheime dienst uitvoeren. In Duitsland wonen ook veel uitgeweken Oezbeken.

IJU neemt weliswaar de ideeën van Al Qaida over maar heeft volgens Köpfer  organisatorisch of hiërarchisch niets met Al Qaida te maken. Een link die de media wel constant hebben gelegd. Vraag is dus nu in wiens opdracht deze drie Duitse jongemannen handelden.
Het zg. ‘Bekennerschreiben’ van de IJU na de arrestatie van de drie, verscheen pas een week later op de Turkse website. Daarin wordt erkend dat zij bezig waren met voorbereidingen voor een aanslag op de Amerikaanse luchtmachtbasis Ramstein. Veiligheidsmensen in Stuttgart twijfelen echter aan de echtheid van dit ‘Bekennerschreiben’. Uit de verhoren bleek later dat de drie gearresteerden tot op het laatste moment niet wisten op welk doel ze een aanslag moesten plegen.
Inmiddels is vrijwel zeker dat deze bomaanslagen het werk waren van de Oezbeekse geheime dienst. Dit staat in het boek ‘Murder in Samarkand’,  geschreven door Craig Murray, Brits ambassadeur in Oezbekistan ten tijde van de aanslagen in 2004.  Na de aanslagen werden vele honderden mensen gevangen genomen en gemarteld. Een aantal ‘bekenden’ dat ze lid waren van de IJU. De informatie kwam bij de Amerikanen terecht en die zette de organisatie op de State Department lijst van terroristische organisaties.

Craig Murray betwijfelt of de IJU wel bestaat. “Er is geen direct bewijs daarvoor. De eerste keer dat we van de IJU hoorden was toen de Oezbeekse regering met de info zelf naar buiten kwam kort na de bomaanslagen.”  Murray zegt eveneens in het programma Monitor dat hij grote twijfels heeft of die aanslagen wel daadwerkelijk  plaatsgevonden hebben. Het ging volgens hem om schietpartijen en executies midden op straat door de Oezbeekse ordetroepen. Iets dat vaker gebeurd is.
Volgens Murray werkt Duitsland nauw samen met de regering in Oezbekistan inzake veiligheidsvraagstukken. Oezbekistan heeft een slechte naam als het gaat om het respecteren van mensenrechten. In het recente verleden vonden er slachtpartijen door de veiligheidstroepen plaats tijdens demonstraties van dissidenten. Ook werkt Duitsland volgens Murray nauw samen met de Oezbeken als het gaat om oliewinning. De Duitsers en de Russen zijn gezamenlijk in een project betrokken om Oezbeeks gas via een pijpleiding naar Duitsland te transporteren. Belangrijke sleutelfiguur hierin is overigens Gerhard Schröder, de voormalige bondskanselier.
Murray: “Toen ik ambassadeur in Oezbekistan was, werden wij voortdurend op de hoogte gehouden door de Oezbeekse geheime dienst. De informatie hebben wij ook gecontroleerd. Voor zover wij de informatie konden checken klopte deze telkens niet. Iedere keer bleek informatie van deze diensten niet waar te zijn.” Murray gelooft daarom dat de Oezbeekse geheime dienst zelf achter de aanslagen in Tasjkent zit. Zij hebben dit hetzij via de IJU georganiseerd, hetzij dat ze gebruik gemaakt hebben van agents-provocateurs binnen het netwerk van de IJU, of dat zij mensen hebben overtuigd om aanslagen te plegen.”

Op zijn website zegt Murray: “Laat me het nogmaals herhalen: ik heb nooit iemand in Oezbekistan ontmoet, inclusief islamitische groepen die van de IJU hadden gehoord. Ik heb dit uitvoerig onderzocht. Dat de IJU een afsplitsing van de Islamic Movement of Uzbekistan zou zijn, is nog nooit aangetoond. Niemand in islamitische kringen in het Verenigd Koninkrijk of Oezbeekse immigrantenkringen wereldwijd heeft ooit gehoord van de IJU. Niemand kan een naam noemen, laat staan de naam van een leider. De veiligheidsdiensten hebben een verbazingwekkende hoeveelheid elektronische communicatie tussen extremisten en verdachte terroristen onderschept. Er is in al die gesprekken nooit een verwijzing naar de IJU gelegd.  Ik zeg niet dat de IJU niet bestaat. Het zou kunnen. Misschien is het een werkelijke terroristische organisatie. Misschien is het een operatie van agents-provocateurs. Het zou ook eenvoudig een uitvinding van de Oezbeekse veiligheidsdienst kunnen zijn. Maar ik hoorde er het eerst over tijdens de vermeende aanslagen in 2004.  De connectie met de IJU bleek achteraf onjuist. De IJU is door de Amerikanen en de Duitsers gebruikt als rechtvaardiging voor hun connecties met het verbijsterende en totalitaire Oezbeekse regiem, wellicht het meest wrede ter wereld.”

De drie Duitse verdachten uit Sauerland zitten nog steeds vast, maar er zijn meer vragen dan antwoorden. Monitor heeft de Duitse officier van justitie om opheldering gevraagd over het zg. ‘Bekennerschreiben’. Als antwoord kreeg Monitor dat het onderzoek naar de echtheid van deze brief nog niet afgesloten is” Zo duidelijk is de link met Al Qaida en de IJU in Sauerland toch ook weer niet.
Een dag na de arrestatie van de drie bleek het waar het de Duitse autoriteiten werkelijk om te doen was geweest: de minister van Binnenlandse Zaken Wolfgang Schäuble zag in deze ”verijdeling van de grootste aanslag in Duitsland” een aanleiding om het geïnitieerde debat over de verruiming van de bevoegdheden van de veiligheidsdiensten in Duitsland te heropenen. Schäuble oogstte veel tegenstand met zijn pleidooi voor een intensieve controle van het internetverkeer. Deze hobbel is nu ook genomen.

Kortom, het meest voor de hand liggende scenario, hoewel niet bewezen, lijkt te zijn dat de Duitse en de Oezbeekse autoriteiten een ongeschreven deal hebben gesloten om meerdere vliegen in een klap te slaan. Het nakomen van de deal door de Duitse autoriteiten zou de arrestatie van een groepje onbekende terroristen betekenen, waarbij en passant een link werd gelegd met Al Qaida. Het was trouwens een raadsel waarom de Duitse staatsveiligheid zo precies op de hoogte was van dit uiterst kleine en onbekende groepje van drie jongens die met deze plannen rondliepen. Het lijkt erop alsof het Bundeskriminalamt voor deze actie door de Oezbeekse geheime dienst met een speciaal doel getipt is. Andere commentatoren beweren dat de Duitse geheime dienst door de Amerikaanse National Security Agency is getipt. Hoe het ook zij, de strijd tegen het terrorisme kon opnieuw opgevoerd worden, met alle consequenties voor de vrijheid van de burger van dien. Ook kon de angst voor het terrorisme daarbij weer wat opgepept worden. Door de arrestatie in Duitsland kon Oezbekistan wijzen op het gevaar van een organisatie die ook in eigen land actief is. Zo hadden de Oezbeekse autoriteiten een aanleiding om keihard op te treden tegen alle radicale islamitische organisaties in eigen land.
Rusland en de Verenigde Staten hebben daar eveneens een gezamenlijk belang bij. Stabiliteit in het land heeft de hoogste prioriteit voor een ongestoorde olie- en gaswinning en het aanleggen van pijpleidingen in en door Oezbekistan. De Verenigde Staten en de CIA werken al vele jaren samen met de Oezbeekse machthebbers als het gaat om de bestrijding van islamitisch terrorisme.