Op zondag 6 oktober jl. werd Josemaria Escriva de Balaguer, oprichter van het roomse Opus Dei in Rome heilig verklaard.
Een jaar voorafgaande aan deze heiligverklaring waren er wereldwijd activiteiten georganiseerd om de geesten rijp te maken voor deze beslissing van het Vaticaan, die in de ogen van vele critici wel bijzonder snel uit de lucht kwam vallen.


Tentoonstellingen en foto-exposities ter ere van de oprichter in diverse Europese landen, opening van nieuwe Opus Dei hogescholen, studiedagen, nieuwe biografieën over Josemaria, de start van sociale projecten in derde wereld met steun van Opus Dei, dit alles ter meerdere glorie van het roomse genootschap en zijn stichter.

Ook vond er in januari dit jaar een internationaal congres in Rome plaats, ‘De grootsheid van het gewone leven’, georganiseerd door de Pauselijke Universiteit van het Heilig Kruis. Ruim 1200 deelnemers uit 57 landen verdiepten zich enkele dagen in het onderricht van Josemaria.

Voor een zaligverklaring en een heiligverklaring zijn in de Vaticaanse theologie twee wonderen nodig. Zoals wel vaker bleek uit de geschiedenis van de roomse heilig- en zaligverklaringen, waren niet alle kandidaten per definitie geschikt voor deze ultieme promotie. Maar dat kon natuurlijk altijd geregeld worden.
Veel critici van het Vaticaan wijzen op het feit dat heilig- en zaligverklaringen vaak een politieke stellingname van het Vaticaan inhouden. Dat kan zijn de onderstreping van een bepaalde kerkpolitieke koers, de nadruk op een bepaalde theologische exegese of de herbevestiging van de activiteiten van een bepaalde roomse organisatie. Reeds in 1982 werd de oprichter van Opus Dei ondanks heftige kritiek zaligverklaard.

Op 20 december 2001 heeft de Congregatie voor de Heiligverklaringen een wonder goedgekeurd dat wordt toegeschreven aan de stichter van Opus Dei: de genezing van een chirurg die leed aan chronische radiodermatitus, een kwaadaardige huidziekte.
Nu denkt iedereen dat Josemaria de man persoonlijk heeft genezen, maar dat blijkt niet waar te zijn.
Het informatiebulletin van Opus Dei van april dit jaar onthult hoe de chirurg is genezen van zijn ziekte. De genezing is echter een feit.

De man in kwestie, de Spaanse dokter Manuel Nevado Rey ging in november 1992 naar Madrid om enkele zaken te bespreken met ambtenaren van het ministerie van Landbouw. Daar komt Nevado in contact met een landbouwkundig ingenieur die hem een prentje met een gebed van Josemaria overhandigde. Josemaria was net enkele maanden geleden zalig verklaard door het Vaticaan.
Josemaria echter was zeventien jaar eerder in 1975 overleden en kon zelf dus geen genezingen meer verrichten. Maar dat was geen belemmering voor de roomse heiligverklaarders.

De Spaanse ambtenaar stelde Nevado voor zich onder de bescherming van Josemaria te stellen, zo konden zijn handen genezen. Nevado begon ‘de genade van zijn genezing op voorspraak van de zalige Jozefmaria te vragen’. Hij vertelt: “Vanaf de dag dat ze me het prentje gaven en ik mijn toevlucht had genomen tot de voorspraak van de zalige Jozefmaria Escriva, werden mijn handen steeds beter. In ongeveer vijftien dagen verdwenen de afwijkingen volledig en zagen mijn handen eruit zoals nu: volledig genezen”.

De Medische Raad van de Congregatie voor de Heiligverklaringen heeft op 10 juli 1997 unaniem geoordeeld dat het hier gaat om ‘een volledige en blijvende genezing, een echte restitutio ad integram, d.w.z. dat er gezond weefsel is gekomen op de plaats waar zich de zieke en kwaardaardige huid bevond’.
Op 9 januari 1998 heeft de commissie van theologen-consultores van het Vaticaan, die zich moest uitspreken over het bovennatuurlijk karakter van deze genezing en over het oorzakelijk verband tussen de aanroeping van de zalige Jozefmaria Escriva en de verdwijning van de ziekte, unaniem een positief oordeel geveld.
Op 21 september vorig jaar werd het wonder door de kardinalen en bisschoppen van de Congregatie, unaniem toegeschreven aan de voorspraak van de zalige Jozefmaria. Een dag daarvoor is het betreffende decreet over het wonder in aanwezigheid van de paus voorgelezen.

Opmerkelijk is dat Josemaria in zijn werk ‘De Weg’ schrijft: “Ik heb geen wonderen nodig: aan die uit de Schrift heb ik meer dan genoeg. Wat ik wel nodig heb, is dat je je plicht vervult en aan de genade beantwoordt” (De Weg, 362)

Opus Dei dat wereldwijd 60.000 leden telt verspreid over 80 nationaliteiten is een conservatief rooms bolwerk.
In 1982 verkreeg het de voorziene kerkrechtelijke vorm van personele prelatuur en was daarmee direct verantwoording schuldig aan de paus en niet meer aan de bisschoppen. Ook deze beslissing was een kerkpolitieke beslissing, genomen door de huidige conservatieve paus in een tijd dat de roomse kerk te duchten had van interne ondermijning en aanvallen van buitenaf.

Ten tijde van de Spaanse dictator Franco was Opus Dei tot een belangrijke politiek-economische machtsfactor geworden. Diverse ministers waren lid van het Opus Dei.
Volgens het Zwitserse dagblad Tages-Anzeiger, ontvangen sommige Opus Dei projecten gelden van de Europese Commissie.

Er is alle reden te veronderstellen dat de heiligverklaring van Josemaria een conservatieve koers moeten onderstrepen. Dat iemand daarbij heilig verklaart wordt zonder ook maar zelf een wonder te hebben verricht, lijkt te passen in de logica die onderworpen is aan kerkpolitieke doelen van het Vaticaan. Talrijke kritische publicaties over het Opus Dei van de afgelopen decennia wijzen hierop.