Het spijkeren van de 95 stellingen op de slotkerk te Wittenberg door Maarten Luther op 31 oktober 1517 betekende het begin van een wonderlijke vernieuwing van de Christelijke kerk. Vier grote principes bepaalden de reformatie: Alleen Christus. Alleen genade. Alleen geloof. Alleen de Schrift. Tenslotte drukte de Bijbel, ondersteund met belijdenissen en catechismussen zo’n volkomen stempel op het volksleven, dat in veel landen vrijheid en vooruitgang aanbraken en de invloed van de christelijke beschaving zich uitbreidde over de gehele wereld. Zij bracht licht aan de volkeren die in duisternis leefden, vrede aan de onderling vijandige stammen, voedsel aan hongerenden, medicijnen aan zieken, vorming aan leergierigen.

Met gezag van de opdracht van Jezus gingen zendelingen de hele wereld in en predikten aan de volkeren. Zij doopten in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, en leerden de bekeerlingen alles op te volgen wat Jezus hun opgedragen had.. Bijgeloof, hekserij, mensenoffers, slavernij en kannibalisme werden onderdrukt en scholen, universiteiten, ziekenhuizen en weeshuizen werden gesticht krachtens de wens om God en Zijn Woord beter te verstaan en de barmhartigheid van Christus na te volgen.

Aanpassing aan het Christendom aan de cultuur van Afrika
Zo kwam het Evangelie ook naar Afrika en wint nu sterk aan invloed. Maar op veel plaatsen wordt het vermengd met het Afrikaanse geloof. Bijvoorbeeld: twee kerkelijke hoogwaardigheidbekleders, de Rooms-katholieke Aartsbisschop van Bloemfontein, Buti Tlhagale, en de Anglicaanse aartsbisschop van Kaapstad, Njongonkulu Ndungane, willen het rituele slachten van dieren in de Christelijke eredienst opnemen. Volgens Christianity Today zegt aartsbisschop Tlhagale. “Het offeren aan de voorouders is en blijft een algemeen gebruik bij de Zuid-Afrikanen. Als het in de mis opgenomen wordt moet het bij voorkeur voor de collecte plaatsvinden.”Tot kritische collega’s zegt hij: “het westelijke verstand kan de rol van de voorouders niet goed begrijpen. Als het Christendom moet worden geafrikaniseerd, mag men de voorouders en waar zij voor staan, niet negeren… De voorouderverering en het symbolisch plengen van een bloedig offer zijn geen terugkeer naar het heidendom. Op deze manier spreken de zwarte Afrikanen met de doden.”

De Anglicaanse hiërarchie stemt kennelijk daarmee in. Omdat zij leden door Afrikaanse religievormen verliest, wil zij de cultuur van de inboorlingen meer tot haar recht laten komen. Daarbij hoort het rituele slachten van een dier, een gebruik, dat westerse zendelingen steeds afgekeurd hebben. De aartsbisschop van Kaapstad Njongonkulu Ndungane, stelt vast, dat zulke riten niet verboden zijn. “het is niet echt een dierenoffer,” zegt hij. “Het is een liturgische functie, die de levenden met de doden verbindt.”

De Zuid-Afrikaanse Raad van kerken (SACC) stelde reeds in 1996 een “verzoeningsrite”  voor zijn leden vast, waarmee ze geesten van mensen die in de revolutionaire strijd omgekomen waren, moesten aanroepen. Daarbij hoorde een drankoffer van “bier, bloed of water  vermengd met maïsmeel.”  Het moest als volgt uitgevoerd worden: “Speren of knotsen, houten heilige voorwerpen, geweren of andere passende passende symbolen worden op een deken of een gestikte deken op de grond gelegd. Terwijl een assistent het drankoffer langzaam op de symbolen van de vooroudergeesten giet…, spreekt de predikant het volgende gebed uit: .. Terwijl wij dit offer plengen, bidden wij u, voorouders, aanwezig te zijn bij het zoenoffer. Wij nodigen de geesten uit van allen die ontijdig als onschuldige slachtoffers van menselijke blindheid gestorven zijn…”

Deze rite laat zien, dat de voorouderverering in Zuid-Afrika wijdverbreid is, zelfs onder Christenen. Dr. Erich Leistner, directeur-emeritus van het Afrika-Instituut verklaart: “De traditioneel Afrikaanse mens bouwt op twee begrippen. Het eerste is het zich nauwgezet houden aan de heilige geboden en handelingen die ons door de voorouders overgeleverd zijn. De voorouders houden onverbiddelijk nauwgezet in het oog, of men zich trouw aan de traditie houdt, maar verwachten ook  dat men hen huldigt en hen bij alle belangrijke gebeurtenissen in het leven van hun nageslacht aanroept. Het tweede begrip is dat van de magische handelingen, als offers en andere rituelen die men wijdt aan de vooroudergeesten en andere onzichtbare machten: het werpen van wervelbotten, het dragen van amuletten enz.

Dat zulke magische handelingen vaak in hogere kringen voorkomen werd recent door Pastor Dr. Kenneth Meshoe, de leider van de Afrikaanse Christen-Demokratische Partij (ACDP) benadrukt. Hij zei dat zelfs ministers en parlementariërs voor elke belangrijke beslissing eerst de geesten van hun voorouders raadplegen door middel van medicijnmannen en het werpen van wervelbotten. Medicijnmannen, zei hij, treft men geregeld bij parlementen aan, en hij voegt eraan toe: “In Afrika is de aanbidding van voorouders en magie wijdverbreid, maar waarheen heeft dat ons geleid?… Zolang wij de doden aanbidden, zal de dood in al haar verschrikkelijke verschijningsvormen onder ons macht uitoefenen. Hoe zal het ons kunnen verbazen, dat in Zuid-Afrika de meeste misdaden ter wereld voorkomen? Om opnieuw het leven te ontvangen, hebben wij de levende God nodig. Ook Houphouët Boigny, oud-president van de Ivoorkust, stelde vast dat in de elite van Afrika een sterk geloof in magie leeft. In de Nationale Vergadering zei hij eens: “Als wij in de tassen van alle zwarte Zuid-Afrikanen die hier bijeen zijn, zouden zoeken, niet naar wapens bijvoorbeeld, maar naar amuletten, zouden wij, broeders bij 94 % een fetisj vinden.

Het geloof in voorouders word vaak ten onrechte met de heiligenverering in de Rooms-katholieke Kerk vergeleken. Daar worden de heiligen gezien als voorbidders voor mensen bij God. Maar die voorouders zijn geen heiligen en de Bijbel geeft duidelijk aan dat er maar één Middelaar tussen God en mensen is, de Mens Jezus Christus. Hij gaf Zijn leven om de gehele mensheid van haar schuld vrij te kopen (1 Timotheüs 2: 5). Het is Christus , en Christus alleen die allen absoluut en eeuwig redden kan, die zich door Hem tot God wenden. (Hebr. 7: 25)

Medicijnmannen
Naar schatting bezoekt 70 % van de 45 miljoen Zuid Afrikanen de 200.000 medicijnmannen. Vorig jaar werden dezen opgenomen in het medische stelsel, door de “Wet op de practiseurs van de traditionele gezondheid”. Deze wet, die een “kader schept voor de samenwerking tussen de reguliere geneeskunde en de traditionele genezers.” De minister voor gezondheid, Manto Tshabala-Msimang voegde eraan toe: “Dit is een restoratie, een herbevestiging van de waarde van onze Afrikaanse cultuur en ik denk dat dit een grote dag, een historische dag voor Afrika is.”
Toch klinken er ook bezorgde stemmen. Phumla, een Afrikaanse Christin, sprak naar het hart van velen, toen zij zei: “Ik ben teleurgesteld. Als men de traditionele genezers een ambtelijke status geeft, opent men de sluizen voor demonische machten… Waarom, denkt U, heeft Afrika sinds de koloniale tijd geen vooruitgang geboekt? Het geloof in de toverkrachten is een deel van het probleem. Verwoest ons land alstublieft niet.”