Barry Rubin is directeur van het “Global Research In International Affairs Center” en redacteur van “Middle East Review of International Affairs”. Hij heeft op verzoek een hoofdartikel geschreven in “Foreign Affairs” en stelt vast, dat sinds de aanval van september 2001 op New York en Washington, de gebruikelijke wijsheid over de motieven achter zulk een dodelijk terrorisme is bevroren.
Jarenlang hebben zekere activiteiten, zoals de steun van de U.S.A. aan Israël, in het hele Midden Oosten hartzeer veroorzaakt.

Hoewel anti-Amerikanisme wijd verbreid is in de Arabische regeringen en zaken, is er iets vreemds en misleidends in. De haat van de Arabieren en moslims kan geen antwoord van hen zijn op onvriendelijke politiek tegen hen, omdat Washington hen juist steeds de hand boven het hoofd heeft gehouden.
Nee, die vijandigheid is hoofdzakelijk het product van baatzuchtige manipulatie door verschillende groepen in de Arabische samenleving die anti-Amerikanisme gebruiken als een dekmantel om de aandacht van de mensen af te leiden van andere, veel ernstiger problemen in hun maatschappijen en ondernemingen.

Dit onderscheid behoort niet over het hoofd te worden gezien door Amerikaanse politici.
Immers, als anti-Amerikanisme onder de Arabieren gegrond blijkt te zijn in binnenlands gemanoeuvreer in plaats van misdaden van de Amerikanen, dan zal het lanceren van een “public relations’ campagne of een wijziging van de politiek van Washington geen effect hebben. Feitelijk, als de U.S.A. zou proberen de Arabische wereld te bewijzen dat ‘t geen bedreigende bedoelingen heeft, zou het uiteindelijk de zaak erger maken. Nieuwe Amerikaanse pogingen tot verzoening zouden de radicale elementen in het Midden Oosten alleen maar bewijzen, dat hun anti-Amerikaanse strategie is geslaagd en da het de beste manier is om van een superieur land concessies af te dwingen.

Verschillende landen in het Midden Oosten hebben anti-Amerikanisme gebruikt als laatste middel om hun gefaalde politieke systemen en bewegingen een betere reputatie te geven. Ze hebben de U.S.A. de schuld gegeven van alles wat niet deugt in de Arabische wereld.
Het is een excuus geworden voor sociale onderdrukking en economische stagnatie. De waarheid is, dat hun interne zwakheden hun centrale problemen zijn. In plaats van democratie te bevorderen, of vrijheid van spreken, of een betere wetgeving enz. is haat tegen de Amerikanen verspreid.

Toen in 1991 Irak Koeweit probeerde te veroveren, kwam Washington onmiddellijk Koeweit te hulp, zonder daarvoor concessies te vragen of eisen te stellen. Toen in 1950 Egypte, Syrië en Irak vriendjes werden van Moskou, ging Washington hen niet te lijf, maar handhaafde normale diplomatieke betrekkingen.
In 1973 bracht Washington een staakt-het-vuren tot stand in de oorlog van Egypte met Israël, en hielp Egypte weer op de been. In 1982 waren het weer de Amerikanen die zorgden dat Yasser Arafat na de gevechten in Beiroet een  onderkomen kreeg in Tunesië.

Later heeft de U.S.A. moslims uit handen van de Russen gered in Afghanistan. Daarna ook in Bosnië en Kosovo bedreigt door Joegoslavië. En in Pakistan, dat in oorlog was met India. In Somalië heeft Amerika humanitaire hulp verleend aan onderdrukte moslims, die dreigden te worden uitgemoord. De U.S.A. heeft geen wraak genomen op Arabieren die de Sovjet-Unie hebben gesteund. Dat Washington aan de kant van Israël staat is dus een uitzondering op de regel, en de Arabieren weten dat.

De “gewone man” wordt dit niet verteld in Arabische landen. De media staan onder controle van politici, die de mensen vijandig maken tegen Washington. Zij vervalsen het nieuws voortdurend. Zij verzwijgen, dat Saddam Hoessein twee oorlogen begon, honderdduizenden moslims en andere Arabieren heeft gedood, landgenoten gemarteld, chemische wapens heeft gebruikt tegen zijn vijanden, en vliegende bommen.
De U.S.A. daarentegen heeft Israël geholpen te overleven. Radicale Arabieren wensen geen vrede. Maar zij buigen voor wie de dapperste en sterkste is. Aldus Barry Rubin.