De huidige postmoderne tijd is op het fundament van het pluralisme gebaseerd, dat leert dat alle meningen, opvattingen en levensbeschouwingen hetzelfde bestaansrecht hebben en dat zij allen als juist erkend moeten worden.
In de 20e eeuw is dit pluralisme tot universele ideologie geworden. Saddam Hussein of Moeder Theresa, het maakt niet uit,  beide levensstijlen hebben het recht om te bestaan en zijn individuele varianten van het spel des levens, aldus de Duitse theoloog en hoogleraar kerkgeschiedenis Stephan Holthaus in zijn kritiek op de tijdgeest.

De omvangrijkste en meest diepgravende ontwikkelingen op het gebied van politiek, cultuur, maatschappij, wetenschap en tal van andere terreinen van het leven vinden momenteel plaats. We leven in revolutionaire en historische tijden.
Als wij daarom de moderne mens met het evangelie willen bereiken, moeten wij hun taal spreken om begrepen te worden. Daarom is een analyse van de tijdgeest voor de missionaire strategie van het christendom van groot belang.
Volgens Holthaus geeft de Bijbel daarvan een goed voorbeeld: Paulus die op de Areopagus het ongelovige Athene toesprak. Doordat hij de tijdgeest doorhad, kon hij zijn hoorders begrijpelijk toespreken.

Het pluralisme heeft op alle terreinen om zich heen gegrepen. Alles is pluralistisch, de maatschappij, de levensbeschouwingen, stromingen en trends in de jeugdcultuur. Iedere maatschappelijke groep schept zijn eigen wereld met zijn eigen voorstellingen.
De hele maatschappij lijkt daarom op een enorme lappendeken. Er is volgens Holthaus daarom geen diepgang meer. Banaliteiten worden opgeblazen tot belangrijke gebeurtenissen. Contacten zijn vluchtig, het dagelijks leven is haastig, meningen oppervlakkig. Meningen vooral, geen overtuigingen of standpunten.
Literaire producten zoals dagbladen, romans en de boulevardpers hebben grotendeels aandacht voor het vluchtige, het snelle, het diverse en het extreme; duizenden meningen, allen zonder enig wezenlijke inhoud, beknopt, behapbaar en vooral makkelijk weg te werken. Complexe problemen worden in de media gereduceerd tot soundbites en oneliners. Dit pluralisme schept de voorwaarden tot een onbeperkt aantal keuzemogelijkheden.

De keerzijde echter van dit pluralisme heet relativisme, dat in grote lijnen op dezelfde uitgangspunten is gebaseerd.
Een waarheid is alleen waar, als het voor mij waar is. Daarom kan iedereen nu zijn eigen privé religie samenstellen, datgene waar hij of zij zich het best bij voelt.
Nu althans, want morgen geven we weer een andere inhoud aan onze meningen en religie. Geestelijke desoriëntering en onzekerheid alom. Alstublieft, geen tradities, waarheidsvragen en vanzelfsprekendheden meer. Wie succes heeft, heeft gelijk. Het pragmatisme overwint de waarheidsvraag en morele vragen worden in termen van kosten-baten analysen gezien.

Voor de traditionele kerken ligt het pluralistisch relativisme op de loer en is op vele plaatsen al de drempel van de kerkdeur overgekropen.
Volgens Holthaus is het infectiegevaar levensgroot. Ook hier lopen volgens de schrijver de Verenigde Staten in een aantal zaken ettelijke jaren vooruit op de ontwikkelingen in West-Europa. Met name binnen de charismatische groeperingen constateert de schrijver ontwikkelingen die met Bijbels geloof niets meer te maken hebben.
Het christelijke geloof moet ‘pakkend’ en ‘aantrekkelijk’ gebracht worden, zodat ‘het veel mensen aanspreekt’, wat niet meer is dan ‘een gevoelsmatige beïnvloeding, niets meer’.
Niet al te veel betrokkenheid, het moet vrijblijvend zijn. Holthaus ziet de wortels van dit denken teruggaan tot Friedrich Schleiermacher, de vader van het protestantse liberalisme die begin vorige eeuw leefde. Fel tekeer gaat Holthaus tegen het moderne religieuze pluralisme dat geen waarheidsvraag meer stelt.

Het relativistische pluralisme heeft ook voor de multiculturele en multiraciale samenleving de nodige gevolgen. Het heeft de culturele homogeniteit volledig verdrongen. Er zijn geen gemeenschappelijke sociale normen en waarden meer. Waar iedereen naar eigen inzicht en naar eigen maatstaven zijn eigen leven lijdt, daar valt een land uiteen, aldus Holthaus.

In verdere hoofdstukken analyseert Holthaus het extreme individualisme en het materialisme. Met name het individualisme uit zich in talrijke vormen.
Van respectloosheid tot het niet erkennen van alle soorten van gezag. Op religieus terrein betekent dit vaak: ‘als God aan ons leven wil deelnemen, dan moet Hij zich maar aan onze levensstijl en ons levensritme aanpassen’.
Het geloof is verindividualiseert en gericht op eigen geestelijke behoeftebevrediging. Met name binnen de evangelische en charismatische wereld hebben zich de afgelopen jaren grote veranderingen voltrokken. Holthaus gaat er uitgebreid op in wat er allemaal niet deugt.
In 1966 protesteerden nog vele tienduizenden christenen tegen de moderne opvattingen van de theoloog Rudolf Bultmann. Dit protest zou anno 2001 nauwelijks nog mensen op de been brengen.
“De tegenstander wordt met rust gelaten, we moeten elkaar toch liefhebben?, niemand vecht meer voor de waarheid”.
Dit afkalvingsproces is ten diepste een probleem inzake het geloof in de Bijbel en de acceptatie van Gods gezag.

De gevolgen van het individualisme en hedonisme zijn met name voor huwelijk, gezin en opvoeding van kinderen catastrofaal geweest. Scheiding, alternatieve leefvormen en zelfmoord scoren in de westerse wereld bijzonder hoog.
Ook jeugdcriminaliteit komt steeds vaker voor, de daders zijn steeds jonger. Het valt Holthaus op dat de daders aangeven niet geplaagd te worden door een geweten. Dat riekt toch naar grote onvolkomenheden in de opvoeding.
Dit hedonisme en materialisme is de ideologie van de samenleving geworden. Gij zult genieten en het is verboden ergens van af te zien. Negatieve ervaringen worden verdrongen omdat ze ons geluksgevoel verstoren. Behoeftes dienen daarom direct te worden bevredigd, instant satisfaction. Massaal laten we ons bedwelmen door de consumptieterreur, die ons uiteindelijk afstompt.

Kern van het probleem is dat mensen geen visie meer hebben op wat er na het sterven gebeurt, “het verloren gaan van de eschatologische hoop”, noemt de schrijver dit.
“Wij zijn decadent geworden, deze decadentie is een aanwijzing voor een stervende cultuur. Wij kunnen niet meer het belangrijke van het onbelangrijke onderscheiden. Ook leren wij niet meer met maatschappelijke conflicten om te gaan, we gaan onze verantwoordelijkheden uit de weg, daardoor wordt onze levensvatbaarheid ondermijnd”. Gevolg daarvan is een  infantilisering en debilisering van onze samenleving.

Maar Holthaus ziet langzamerhand ook een tegenbeweging ontstaan. Men is de antiautoritaire ik-religie inmiddels behoorlijk zat. In de huidige tijd van de ‘postemancipatie’ wordt autoriteit langzaamaan weer bespreekbaar. Maar dat wil nog niet zeggen dat mensen tot de conclusie komen dat ze zich aan de Bijbelse geboden gaan houden. Daarvoor is het religieuze landschap veel te diffuus.
Voorlopig viert de commercialisering van het geloof hoogtij. Het pluralisme begint in zijn voegen te kraken, wat overblijft is een geestelijke crisis en angst voor de toekomst. Het is daarom voor de kerken het beste moment om weer naar het evangelie en  de verlossing in Jezus Christus te wijzen.

Een paar hoofdstukken besteedt Holthaus aan de moderne technologie en de media die ons leven beheersen en dicteren. “Wij zijn allen slachtoffers geworden van deze technologie. Wij leven als het ware in een schijnwereld”. De kennis van het Woord van God is “honderd maal belangrijker dan de informatie in de krant”.

Afsluitend stelt Holthaus dat de juiste antropologie moet uitgaan van het feit dat God de mens goed geschapen heeft, maar dat hij gevallen is in de zonde. Alleen door de genade Gods kan hij een veranderingsproces doormaken die tot een heilige levenswandel leidt. Want het gaat om de eer van God in een mensenleven.
De wereld is niet te verbeteren. Tot de wederkomst van Christus zullen we in een zondige wereld moeten leven met vijanden die het op het christelijke geloof hebben voorzien. “Heb uw vijanden lief” wil niet zeggen dat mijn vijanden automatisch mijn vrienden worden; de vijand blijft nog altijd de vijand. “Dat hebben we geheel uit het oog verloren”. Strijders voor het geloof zijn in onze maatschappij niet populair.

Stephan Holthaus: Trends 2000 – Der Zeitgeist und die Christen, Brunnen Verlag, Giessen/Basel, 1999, 260 pag