Het boek ‘The Beast Reawakens’ van de Amerikaanse auteur Martin A. Lee bevat een beschrijving van de oorsprong en ontwikkeling van neofascistische netwerken in Duitsland, Amerika en Rusland.
Er is sprake van internationale samenwerking tussen de grootste neonazi organisaties van de belangrijkste Europese landen. Deze samenwerking breidt zich steeds verder uit en vormt een steeds grotere bedreiging voor de democratische rechtsorde.

Lee onderzoekt waarom een beweging, die tussen de 50 en 60 miljoen mensenlevens op zijn geweten heeft, vandaag de dag nog aanhangers vindt die bereidt zijn voor dezelfde idealen te sterven.
Een van de belangrijkste SS-officieren, wiens persoonlijkheid voor  neonazi’s mythische vormen heeft aangenomen, is Otto Skorzeny geweest.
Skorzeny werkte in de oorlog samen met Reinhard Gehlen, baas van Hitlers geheime dienst, en was mede verantwoordelijk voor het organiseren van partizanen bewegingen achter de vijandige linies. Samen hebben zij het fundament gelegd voor de naoorlogse anticommunistische propagandamachinerie, waar door diverse westerse inlichtingendiensten, met name door de CIA, dankbaar gebruik van is gemaakt. Na de oorlog is Skorzeny de spil geweest van tal van nazi groeperingen. Hij was ook hoofd van Odessa, een hulporganisatie die oorlogsmisdadigers naar veiligere oorden bracht.

Skorzeny werkte na de oorlog in Madrid, waar veel uitgeweken nazi’s leefden. Ook ging hij om zakelijke redenen, regelmatig naar het Argentinië van Juan Peron.
Met ondersteuning van Reinhard Gehlen en CIA topman Allan Dulles, kon Skorzeny zijn anticommunistische en fascistische netwerken over Europa heen trekken. Dat de CIA vele oorlogsmisdadigers heeft geholpen en heeft ingezet voor de Amerikaanse defensie-industrie is een alom bekend feit.

In 1953 duikt Skorzeny, als goede vriend van Nasser, op in Egypte waar hij meehelpt de Egyptische geheime dienst op poten te zetten. Hoewel Skorzeny niets moest hebben van Arabieren, kon hij instemmen met hun bloeddorst tegenover de joden.
Wat in het naoorlogse Egypte gebeurde leek veel op de situatie in de Bondsrepubliek. Tal van nazi’s konden in overheidsdienst werken, voor zover ze er al niet inzaten. Dit alles met een knipoog van de CIA.
Ook de Duitse Bundesnachrichtendienst maakte gebruik van de ergste oorlogsmisdadigers, zoals Alois Brunner, de rechterhand van Adolf Eichmann. Skorzeny haalde ook Oost-Duitse technici naar Syrië. Communistisch of niet, de Oostduitsers konden het uitstekend vinden met de oud-nazi’s, een thema dat uitgebreid wordt beschreven door Lee. Samenwerking tussen communisten en nazi’s bleek veel meer voor te komen dan menigeen zich ooit heeft kunnen voorstellen.

Interessant was ook de aanwezigheid van Yasser Arafat op bijeenkomsten van de Groot Mufti, de man die Hitler voorstelde om de joden te helpen doden. Tijdens de oorlog was hij de oprichter van een islamitische SS-divisie. Arafat was toen een student bouwkunde op de universiteit van Cairo.
Arafat was een neef van de Groot-Mufti. Deze Mufti nodigde  regelmatig Duitse en andere radicale nationalisten bij hem thuis uit om plannen te smeden hoe de joden het beste in de zee gedreven konden worden. Geld van de Mufti kwam via Skorzeny bij talrijke neo-nazi groeperingen terecht.
Ook kreeg Arafat samen met andere Palestijnse jongeren een militaire training van Skorzeny, het gevolg was een jarenlange vriendschap.
Jaren later toen Skorzeny in Madrid zich bezighield met wapenhandel, haalde hij dictator Franco over om ook zijn Egyptische vrienden wapens te leveren.
In deze tijd had Skorzeny ook contacten met Klaus Barbie, ‘de slager van Lyon’, die bezig was met wapenhandel en de CIA op de hoogte hield van zijn activiteiten. Zijn contacten met extreemrechtse terroristen zijn bekend, met name met Italiaanse terroristen die verantwoordelijk waren voor de zg. ‘strategie van de spanning’.

Verder had Arafat contacten met SS-generaal-majoor Otto Ernst Remer, die samen met Alois Brunner in Damascus karweitjes opknapte voor diverse Arabische regeringen.
In de jaren zestig en zeventig bleken er nauwe contacten te bestaan tussen Duitse RAF terroristen en de PLO. Maar niet alleen tussen hen, ook tussen de PLO en neo-nazi groeperingen. Hun gezamenlijke vijand: het kapitalistische establishment en het zionistische Israel.

Lee besteedt veel tijd aan de naoorlogse politieke situatie in de Bondsrepubliek. Veel van de oud-nazi’s hebben hun weg gevonden binnen het politieke establishment. Talrijk zijn de nazi’s geweest die op hoge posities hebben gezeten en uitstekende contacten onderhielden met de opeenvolgende ‘Bundespräsidenten’. Vooral Konrad Adenauer kon niet buiten deze bruine contacten, maar ook Helmut Kohl gaat in het boek van Lee niet helemaal vrijuit. Talrijk zijn de contacten van Kohl met de bruine versie van de democratie.

Het zwaartepunt van Lee’s boek ligt op de neonazi’s in Duitsland en hun contacten met gelijkgestemden in de VS. Vele organisaties en personen passeren de revue. Het is een bizarre werkelijkheid. De dubieuze contacten lopen zelfs tot in de top van de Republikeinse partij in Amerika.
Ook neo-nazi sympathieën voor en hun ontmoetingen met Saddam Hoessein, Wladimir Zjirinovsky en kolonel Ghadaffi blijven niet onbesproken. Opvallend is hun afkeer van het Amerikaanse westerse cultuurimperialisme en het communisme. Een opvatting die zij trouwens ook met Russische en Oost-Europese neonazi’s delen.
Het christendom zien zij als een vreemde ideologie die tweeduizend geleden met geweld de mensen is opgelegd. Veel nazi’s voelen zich daarom aangetrokken door heidense religies waar de oude goden van het prechristelijke Europa worden vereerd.

Hoe er binnen de neonazi beweging gedacht werd over de plaats van Europa tussen de beide grootmachten blijkt uit de geschriften van nazi filosofen als Alain de Benoist en Jean Francois Thiriart, die ‘de derde weg’ voorstelden, los van de beide grootmachten.
Alain de Benoist, die ook niet vies was van de ideeën van de Franse communistische partij, stelde zelfs dat ‘het beter is de helm van een soldaat van het Rode Leger te dragen dan op een dieet van hamburgers in Brooklyn te leven’. Ook Thiriart had contacten met Skorzeny.
De pennenvruchten van beide heren behoren tot het standaard leesvoer van extremisten van allerlei pluimage. Het fascistische beest is nog lang niet dood.