Peter Maslowski’s boek ‘Papstkirche ohne Heiligenschein’ is oorspronkelijk in 1966 geschreven. Jarenlang lag het manuscript op de plank. Uitgeverijen waagden er zich niet aan. In 1980 leek het er even op dat het boek uitgegeven zou worden. Uiteindelijk kwam het er niet van.
Mede door druk vanuit het Vaticaan moest de verschijning in Duitsland lang op zich laten wachten. En ook uitgeverijen in de toenmalige DDR wilden het boek niet publiceren. Het boek was niet ‘marxistisch’ genoeg. Nu is het dan voor het eerst verschenen bij het linkse Alibri Verlag in Aschaffenburg.

Peter Maslowski (1893-1983) was tijdens het interbellum lid van de Duitse Communistische Partij.(DKP). Hij heeft de journalistiek geleerd van Rosa Luxemburg. Binnen de DKP was hij de expert in kerkgeschiedenis, met name Roomse kerkgeschiedenis. Na de Tweede Wereldoorlog verkoos hij te leven in het vrije gedeelte van Duitsland.

Maslowski’s boek beschrijft de zes Vaticaanse concilies die gehouden zijn. Vanaf het Concilie van Konstanz (1414-1418), tot aan het Vaticaans Concilie in 1962.
Hij beschrijft geen dogmatische twistpunten, zijn werk is ook geen beschouwing over geloofsopvattingen binnen de roomse theologie. Ook gaat het boek niet over allerlei onwelriekende schandalen binnen de roomse kerk en dat is iets wat je wel zou verwachten van iemand die lid was van de DKP en zich profileerde als atheïst en van de roomse kerk absoluut niets moest hebben.
Maslowski’s uitgangspunt is een politieke analyse van de concilies in de grotere context van de sociaal-maatschappelijke en politieke verhoudingen van de tijd waarin zij gehouden werden.
(‘Eine politische Konzilgeschichte’)

Zijn beschrijvingen bevatten uitweidingen over zaken die terloops misschien van belang zijn geweest voor de concilies maar die voor het Vaticaan zelf van levensbelang waren: alles wat met handel en geld verdienen te maken had.
De roomse kerk heeft vanaf zijn oorsprong goede betrekkingen onderhouden met de belangrijkste geldschieters, banken en handelshuizen van Europa. Miljoenen zijn verdiend aan de aflaathandel. De opbrengsten daarvan werden door de banken dankbaar in ontvangst genomen.
Als tegenprestatie schreven de banken weer leningen uit aan hun weldoeners. Die werden gebruikt om onroerende goederen aan te kopen alsmede grote stukken land, waar grondstoffen in de bodem zaten. Momenteel zouden de totale bezittingen van het Vaticaan een waarde vertegenwoordigen van twintig tot dertig miljard euro.
Luther was de eerste die niet alleen de dwalingen van de roomse kerk aan de kaak stelde, maar hij kritiseerde ook de woekerwinsten en de financiële praktijken van de roomse hiërarchie.

Uitgebreid aandacht besteedt Maslowski aan de verhoudingen tussen kerk en de toenmalige staat, tussen de vorstendommen en de paus, tussen wereldlijke en pauselijke macht.
Ook de politieke invloed die de pauselijke bullen stuk voor stuk hadden, wordt aangestipt.
Rome had intern met critici te maken, ketterbewegingen en stromingen die er iets anders over dachten dan de paus en zijn kardinalen. Die waren het gevaarlijkst voor de heerschappij van Rome, aldus Maslowski. De concilies moesten onder andere deze bewegingen neutraliseren.
Een beweging die met name genoemd wordt zijn de Hussieten, de navolgers van de Tsjech Johannes Hus, voor wie Maslowski grote bewondering heeft.
Tijdens het Concilie van Konstanz waren er rond de honderd vorsten, koningen, hertogen, graven en baronnen aanwezig. Evenals in totaal tweehonderd patriarchen, kardinalen, aartsbisschoppen, bisschoppen en rond de 500 geestelijken van allerlei niveaus.
De stad Konstanz die toen nauwelijks 10.000 inwoners telde, moest vier jaar lang maar liefst 30.000 mensen herbergen. Want bij dit hele gevolg hoorden ook juristen, vertalers, klerken, bankiers, dokters en verplgers, koks, geldwisselaars, bedelaars, spionnen en uiteraard ook de nodige dames van lichte zeden die speciaal waren geïnviteerd.

Na Konstanz volgde het concilie van Basel (1431) waar de wereldlijke en geestelijke macht van de paus een steeds grotere rol ging spelen. Dit concilie had de geur van corruptie, het kopen van stemmen en huwelijkspolitiek om zich heen hangen. Ook doken de eerste tegenpausen op.
De strijd tegen de sultan Mohammed en de Turken en de geestelijke macht van Byzantium werd steeds nijpender. Wie een half jaar deelnam aan een kruistocht tegen de Turken kon verzekerd zijn van een hele aflaat en de vergeving van zijn zonden. In 1453 werd er een banvloek over de Turken uitgevaardigd. Dit concilie had verstrekkende gevolgen voor de roomse kerkprovincies.
Tot op de dag van vandaag bepaalt het juridisch wetboek van de roomse kerk, de Codex Iuris Canonici van 1917, dat een ieder die tegen de wil van de paus een algemeen concilie wil houden, als ketter bestempeld wordt en excommunicatie tegemoet kan zien. Een bepaling in Basel aangenomen.

Na Basel volgde het Concilie van Trente (1545-1563). Luther, die zijn leven lang tegen de roomse kerk had gestreden, stierf een jaar na het begin van dit concilie.
Het was het enige concilie dat zo lang duurde. Het concilie was volgens Maslowski gepland door Paus Paulus III, die de datum op basis van astrologische overwegingen uitkoos. De controverse met het protestantisme werd steeds scherper.
Duidelijk laat Maslowski zien wie er eigenlijk de baas was in het toenmalige Europa. Het primaat van de paus was allesbepalend. Minder uit de verf komen de gevolgen van het Concilie van Trente. Er werden vele besluiten genomen waar de roomse kerk tot op de dag van vandaag zijn leer op baseert. Europa leefde door toedoen van het roomse handelen in geestelijke duisternis.

De oprichting van de Jezuïetenorde was wel het duidelijkste voorbeeld van de pauselijke macht die zich overal wilde vestigen. Inquisitie en vervolging van protestanten en ketters, brandstapels en de Parijse bloedbruiloft van 24 augustus 1572 waarbij duizenden Hugenoten werden afgeslacht. “In de kerken van vele katholieke vorsten steeg het Te Deum ten hemel op.”

Andere concilies worden slechts terloops aangestipt.
Van december 1869 tot juli 1870 vond er wederom een concilie plaats. Hier werd de onfeilbaarheid van de paus vastgelegd. August Bernhard Hasler’s boek  ‘Hoe de paus onfeilbaar werd, macht en onmacht van een dogma’, is een fascinerend verslag hoe dit dogma tot stand kwam. De Jezuïeten waren de promotors van dit dogma. In 1854 was reeds de onbevlekte ontvangenis van Maria als dogma uitgevaardigd.
De toenmalige paus Pius IX maakte zich zo gehaat, dat bij zijn begrafenis in 1881 het volk de lijkstoet toeriep ‘Leve Italië, dood aan de paus, dood aan de priesters, gooi het zwijn in de rivier.’

In een beschrijving van de concilies van de afgelopen zeshonderd jaar moet de auteur in nog geen 300 pagina’s zich wel beperken tot de belangrijkste zaken.
Theologische leerverschillen en dogmageschiedenis komen dan ook niet ter sprake, terwijl dat juist ook heeft meegespeeld.
Maar Luther afschilderen als een soort vrijheidsstrijder tegen roomse spokerijen, zoals ook de DDR regering heeft gedaan en Calvijn beschrijven als een benepen mannetje doet geen recht aan de werkelijkheid. De sympathie van Maslowski ligt dan ook duidelijk bij Luther.
Nergens is Maslowski denigrerend of minachtend. Maar waarom nu de hele Reformatie is ontstaan, blijft in het duister.
Anderzijds waardeert Maslowski het ook dat enkele jaren geleden de nazaten van Calvijn in het huidige Genève een standbeeld hebben opgericht ter ere van Michaël Servet, de man die mede door toedoen van Calvijn ter dood werd veroordeeld wegens zijn afwijkende theologische denkbeelden.
Dat de roomse kerk dit ooit zou doen bij een van hun vroegere opponenten achtte Maslowski op het moment van het schrijven van zijn boek dan ook onmogelijk.

Maslowski besteedt ook veel aandacht aan de rol van het Vaticaan in de Tweede Wereldoorlog en de aanvankelijk kritiekloze houding ten opzichte van de nazi’s. Een onderwerp waar reeds veel over is gepubliceerd.

Na de verschijning van Maria in Fatima in 1917 en vervolgens de rest van de 20e eeuw wordt de mariale theologie belangrijk. Na de Tweede Wereldoorlog wordt deze mariale theologie ook als politiek instrument ingezet. In oktober 1950 riep paus Pius XII het dogma van de lichamelijke ten hemel opname van Maria af. Maria zou hem kort daarvoor persoonlijk zijn verschenen tijdens een wandeling in de tuinen van het Vaticaan. Van de verschijning en de roterende zon zijn foto’s gemaakt. Kort daarna zijn de foto’s bestempeld als bedrog, maar een enkele kardinaal houdt nog vast aan de echtheid ervan. Om politieke redenen.
In geen enkele eeuw van de roomse kerkgeschiedenis is Maria zoveel vereerd, aanbeden, bewierookt en verafgood.
De overwinning op Hitlers’ duistere nazi-rijk is rechtstreeks te danken aan de ingrepen van de ‘Koningin des Hemels’, aldus de opvattingen van het eenvoudige roomse kerkvolk. En inmiddels gaat er reeds geruime tijd het idee rond dat het dogma van ‘Maria als Medeverlosseres’ afgekondigd moet worden. Iets waar Rome nog niet aan wil.
Maar het marianisme is door Rome bewust ingezet als een ideologie in de kruistocht tegen het communisme. “Het is een religieus versluierde oorlogsideologie omhuld in een mystiek-eschatologisch gewaad in dienst van de kruistochten.”
De toenmalige Duitse minister van defensie, Franz Joseph Strauss, was een fel aanhanger van de NAVO en de herbewapening van Duitsland. Wat minder bekend is dat hij een trouwe aanhanger van de mariale theologie was.

In tegenstelling tot het concilie van Konstanz ging het op het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) heel wat beschaafder toe. Inmiddels waren de tijden dramatisch veranderd.
Er kwam meer ruimte voor gewetensvrijheid in de roomse kerk en ook werden de joden gerehabiliteerd, in die zin dat ze geen ‘Godsmoordenaars’ meer waren.
Maar van enige schuldbekentenis aan de joden voor de Vaticaanse rol in de pogroms van de eerste eeuwen was echter geen sprake.
“Vreedzame coëxistentie van alle volken en natiën” was het principe dat in de politiek nagestreefd moest worden. Maar Maslowski is realistisch: op geen enkele manier is de macht van de roomse kerk of van de paus ingeperkt, alleen aangepast aan de moderne eisen van de tijd.
Tot op de dag van vandaag is het Vaticaan/de Heilige Stoel een ‘absolute Kirchenmonarchie’. Een constatering van een communist en een atheïst. Orthodoxe christenen staan in hun stellingname tegenover Rome dus niet alleen.
Wel werden er sommige rituelen afgeschaft of gemoderniseerd. De draagstoelen waarop de pausen rondgezeuld werden, zijn afgeschaft inclusief de reusachtige waaiers. Ook draagt de opperherder van de roomse kerk geen pauselijke tiara meer. Maar de titels die daarbij horen, zijn wel behouden.
Ook werd in de mis het Latijn afgeschaft, het volk kan de mis dus in hun eigen taal volgen.
Volgens Maslowski is de roomse kerkprovincie in Nederland het meest democratisch opgebouwd. Een uitzondering.

Peter Maslowski: Die Papstkirche ohne Heiligenschein -Geschichte der Konzile von Konstanz bis zum Vatikanum II, Alibri Verlag, Aschaffenburg, 2006, 345 pag.