Ze gaan als warme broodjes over de toonbank. Vaak zijn ze in de voorinschrijving al bestsellers. In de bibliotheek moet je ze reserveren om er ooit een te pakken te krijgen. Het gaat hier om de boeken uit de Harry Potter-reeks van de Engelse schrijfster J.K. Rowling. Ze zijn ongetwijfeld spannend. Maar zijn ze ook verantwoord?

Met name in Groot-Brittannië en Amerika is er nogal wat kritiek op de kinderboeken. Pedagogen zijn bevreesd voor de occulte invloeden in de boeken.

In een recensie die journaliste E. de Bruin op 4 oktober 1999 in het Reformatorisch Dagblad publiceerde, werd het linkse opinieblad Hervormd Nederland geciteerd: “Kennelijk is [de critici] de positieve boodschap van Rowling ontgaan. IJver, liefde, vriendschap en solidariteit.”, roemde August Hans den Boef. En het gereformeerde Nederlands Dagblad schreef: “Occult? Ik zie het er niet in.” Het RD concludeert: “Het lijkt een beetje in de richting van occulte te gaan, al kun je de bewuste passage ook symbolisch uitleggen”.

Een artikel in Bijbel en Onderwijs spreekt echter heel andere taal. De hiernavolgende samenvatting van het artikel van P. van Dijk is te lezen op de website van B&O:

“Het verhaal leest als een trein, staat vol magie, is spannend en sprookjesachtig, maar toch bij de tijd” prijkt op de kaft van het tweede boek in de Harry Potter-serie.
Harry Potter is een jongen die na het overlijden van zijn ouders bij zijn oom en tante woont, die hem heel gemeen behandelen. Hij voelt zich overal buitengesloten en weet niet dat hij bijzonder is, totdat hij brieven ontvangt om naar een speciale school voor toverkunsten te komen: Harry blijkt een tovenaar te zijn. In dit tweede deel gaat hij naar de tweede klas.

De thuissituatie van Harry vraagt om medelijden vanwege de plagerijen van oom en neef Dirk en al snel zullen lezers met hem meevoelen. Ideale omstandigheden om als gids te fungeren naar de Zweinstein Hogeschool voor Hekserij en Hocus-Pocus.

Onderweg naar de Hogeschool, gaat Harry aan het eind van de zomervakantie naar de familie Wemel, op bezoek bij vrienden. Hij verblijft in een huis dat bijeengehouden wordt door ‘toverkunsten’, met een oude geest op zolder en kabouters in de tuin. Tovenaars reizen door een andere dimensie. Ze verblijven in kastelen die niet zichtbaar zijn voor Dreuzels, mensen die geen tovenaars zijn. Materialen van tovenaars zijn ook heel anders dan die voor gewone mensen of Dreuzels. Zo is het voor hen heel gewoon dat foto’s en portretten van mensen en voorouders, knipogen en nieuwsgierig kijken naar wat er om hen heen gebeurt.

Voor gewone mensen en volwassen lezers zal een en ander misschien niet bedreigend overkomen of als zodanig beschouwd worden. Uitlatingen als: “Dreuzels doen er werkelijk alles aan om niet in toverkunst te geloven” vind ik toch wel zeer richtinggevend en bepalend voor de sfeer die wordt opgeroepen.

Harry, een ‘normale tovenaarsjongen’ met een doorsnee naam, wordt omringd door vreemde mensen. Ron, zijn vriend, is nog de meest normale jongen. Andere personages moeten het doen met namen als Lucius, Hermelein, Malfidus, Hagrid en Aragog. Op het eerste gezicht mensen of spinnen, maar in werkelijkheid wezens met wel heel toepasselijke eigenschappen.
Harry krijgt te maken met raadselachtige verdwijningen, versteende mensen en stemmen die hij hoort met kreten als: “ik wil je verscheuren, ik wil je openrijten, ik ruik bloed”. Op jonge leeftijd al onderscheiden omdat hij de Heer der Duisternis, “hij-die-niet-genoemd-mag-worden”, heeft verslagen, neemt Harry het op tegen de geheimzinnige tegenstander. Hij krijgt te maken met klopgeesten, met bomen die terugslaan als je er tegen botst en bezoekt een sterfdagfeestje van een bijna onthoofde Henk, een geest. Alleen met toverkunsten en verschrikkelijke spreuken, met list en soms wat bedrog kan hij zegevieren. Toverkunsten zijn nodig. Botten die gebroken zijn tijdens een sportwedstrijd, worden via verkeerde toverspreuken er eerst uitgehaald en vervolgens door Madame Plijster genezen.
Duistere momenten volgen elkaar op, verteld tegen de achtergrond van een ontoegankelijk woud, een donker kasteel en met wachtwoorden afgesloten kamers. Echt leren toveren is er niet bij, maar de ingrediënten voor een gedaantewisselingsdrankje worden uitgebreid vermeld. Toveren wordt afgeschilderd als een manier om je te verdedigen, om achter de waarheid te komen, om mee te sporten; kortom als een way of life.

Het is verbazingwekkend hoe vaak in verschillende boeken, in verschillende genres en bij verschillende schrijvers, toespelingen voorkomen naar verschijnselen of namen uit de Bijbel. Namen als Lucius en Aragog zijn reeds genoemd. De tegenstander blijkt een slang te zijn. Het spreken met slangen, op een manier die anderen niet verstaan, heet Sisseltong. Degene met deze eigenschap is zich aanvankelijk niet bewust van deze ‘gave’ .

Hoewel er geen duidelijke richtlijnen gegeven worden om zelf te gaan toveren of zich met geesten in te laten, wordt toch een beroep op kinderen gedaan om mee te doen. In een catalogus van een boekenclub las ik een persoonlijk berichtje van Harry Potter aan zijn jonge lezers. “Jullie volgen vast vol spanning mijn avonturen op Zweinstien….Misschien willen jullie ook wel op die school zitten om te leren toveren!…..Ik daag jullie uit om een eigen, originele toverspreuk te verzinnen die helemaal in de traditie van Zweinstein past.”

Het gebruik van de Hocus-Pocus-Pilatus-Pas daargelaten, worden kinderen nu wel heel bewust uitgenodigd om te fantaseren over tovenarij. Geen gegoochel, maar echte tovenaarskunsten. En in de geest van een tovenaarskasteel, dat veel kinderen zal doen huiveren van de ongure gangen en huiveringwekkende gebeurtenissen.

Een boek dat helemaal bij de tijdgeest past, maar dat zich niet aan de tijd wenst te houden. Inderdaad vol magie en spanning, maar dan beangstigende spanning. Niet sprookjesachtig maar griezelig, neigend naar horror. Niet met het tempo van een trein, maar van een teletijdmachine, zó het tijdperk van de tovenaars in.

Wij vinden het nodig om het lezen van deze boeken af te raden. Kinderen kunnen daardoor erg bang worden. Andere kinderen zullen een niet aflatende hang naar de duistere kant krijgen. Het is een slecht gecamoufleerde poging tot magie en tovenarij. Het is verontrustend dat er hele pagina’s in catalogi aan deze boeken worden gewijd en dat bij de bibliotheken moet worden gereserveerd om het boek te kunnen lenen. Hoeveel kinderen zullen hierdoor slechter slapen, bange dromen krijgen, stemmen gaan horen of foto’s zien knipogen?
Laten we onze kinderen hiertegen beschermen, door met hen te spreken over deze boeken. Over de inhoud, maar ook over het doel van de praktijken in de boeken, over de realiteit ervan (die er zeker is!) en het gevaar dat erin schuilt. Maar niet in de laatste plaats door met hen en voor hen te bidden. Te bidden om bescherming tegen de boze, tegen verleidingen, voor wijsheid en kracht om pal te staan voor hun God en Jezus hun Redder en Verlosser, Degene die de kop van de slang vermorzeld heeft.
Aldus Bijbel en Onderwijs

Voor een uitvoerige beschrijving en beoordeling verwijzen wij naar de brochure die Bijbel & Onderwijs hierover heeft geschreven met informatie en aanwijzingen voor het gebruik.