Het vroegere Nederlands Oost-Indië is onder de naam Indone­sië uitgegroeid tot een groot rijk Moslim-land.
De leiding berust nog bij de 74-jarige president Soeharto.
De regeringspartij, die ‘Golkar’ heet, bezet 67% van de zetels in het parlement, dat 500 leden telt. Volgend jaar zullen er weer verkiezingen worden gehouden. Niemand durft met zekerheid te zeggen, of de president nog een ambtstermijn wenst na dertig jaar aan de top. De ‘Consultatieve Volksraad’ kan hem alleen voor vijf jaar herkiezen nadat hij zich openlijk be­schikbaar heeft gesteld. De huidige vice-president, Try Soet­risno, bezit niet de vereiste kwaliteiten om Soeharto op te volgen.

Sinds de dood van zijn vrouw (in april vorig jaar) heeft de president feitelijk niemand meer in zijn omgeving, die hij vertrouwt. Het zijn allemaal egoïstische, heerszuchtige karak­ters, die niet in de eerste plaats bereid zijn, het landsbe­lang te dienen.

Indonesië telt meer dan 13.000 eilanden en de bewoners spreken 500 ver­schil­lende talen in deze ‘gordel van smaragd’.
Aldus Ron Moreau en Scott Milson in ‘The Bulletin’.
De president heeft enige gezondheidsproblemen, maar slaagt er nog steeds in, zijn land bij elkaar te houden.

Er gaan geruchten, dat hij de laatste tijd overweegt, de macht over te dragen aan zijn populaire dochter, Toetoet. Hij heeft zes kinderen, die allemaal druk bezig zijn in handel en indus­trie. Hun gezamenlijk bezit wordt geschat op vijf biljoen dollars.
Zijn jongste zoon, Tommy, bezit een auto-fabriek, die de goedkope ‘Timor’-auto’s op de markt heeft gebracht, met tech­nische hulp van Zuid-Korea. Zijn oudste zoon, Bambang, heeft een fabriek die luxe auto’s produceert en heeft daarom een grote hekel aan Tommy. De broers bezitten overigens vele andere bedrijven, waaronder hotels, een luchtlijn en een scheepvaartmaatschappij.
Zelfs kleinzoon Arie Haryo Sigit bezit op 24-jarige leeftijd al een kunstmestfa­briek (monopolie).

De meeste protestanten wonen in Irian Jaya (voormalig Neder­lands Nieuw Guinea), maar komen ook voor in de hoofdstad Jakarta en op Borneo (West Kalimantan), gesteund vanuit Singa­pore, Nederland, Canada en Australië.
Op politiek gebied vormt Magawati, een dochter van wijlen Soekarno, een bedreiging met haar nationaal-Communistische opvattingen.
Het gemiddelde inkomen van de inwoners van Indonesië is dui­zend dollars per jaar, wat in de toekomst kan stijgen sinds steeds meer buitenlandse ondernemin­gen geld in Indonesië investeren (vorig jaar gestegen tot veertig biljoen dollars).
Soeharto verklaarde onlangs op een openbare vergadering: “Wij zullen het systeem niet wijzigen, dat heeft bewezen effectief te zijn”.

Dochter Toetoet applaudiseerde. Zij is nu vice-voorzit­ter van de ‘Golkar’ partij gewor­den, die de regering volledig steunt.
In de ‘Rimantra’ speelgoed fabrieken maken als Moslims geklede meisjes duizenden ‘Barbie’-poppetjes met lang blond haar, die kleine meisjes zo graag kammen en borstelen.

Jakarta is een wereldstad geworden met een zee van hoge gebou­wen in staal en glas, een bijna eindeloze stroom verkeer, in tien lanen (maar de straten zijn niet aangesloten op de riole­ring, dus een zware regenbui veroorzaakt een overstro­ming) en er hangt dikwijls een dichte mist vermengd met uit­laatgassen.
Tussen de wolkenkrabbers vallen de talrijke moskeeën nauwe­lijks op. Er wordt druk verder gebouwd. Bulldozers ruimen de laatste huisjes van bamboe en de visvijvers op.
De snelle ontwikkeling van de hoofdstad is bepaald indrukwek­kend. Van de Communisti­sche staatsgreep van september 1965 is niets meer te zien. Nog 14% van de bevolking leeft onder een bestaansmini­mum. Er is echter geen voedseltekort.
Zesduizend jongeren studeren aan Australische universiteiten.