In alle verwikkelingen rond de valutacrisis in Oost-Azië blijft de rol van de Indonesische lobby praktisch onbesproken. Binnen de Amerikaanse politiek is er sprake van een netwerk van verdedigers van het Suharto bewind. In het centrum van dit netwerk staat de US-Indonesia Society.

Deze belangengroep werd in 1994 opgericht door een groep politici en machtige zakenlieden. De belangrijkste financiële ondersteu­ners van deze lobby zijn Amerikaanse bedrijven die uitgebreid in Indonesië hebben geïnvesteerd: Freeport-McMoRan, Texaco, Mobil Oil, Raytheon, Hughes Aircraft en de Merrill Lynch bank. Belangrijkste doel is het uitbouwen en intensiveren van de politieke, diplomatieke, commerciële en zakelijke banden met het Suharto bewind. Als tweede doel moeten berichten in de media over mensenrechtenschen­dingen in Indonesië afgezwakt worden en tegeninformatie over de ‘werkelijke’ toestand worden gegeven.

Niet alleen rijke Indonesische zakenlieden, oliebaronnen, voormalige ministers en militairen met banden tot in de hoogste Indonesische legerlei­ding, maar ook belangrijke Amerikaanse leden telt de US-Indonesia Society: George Benson, voormalig militair attaché verbonden aan de Amerikaanse ambassade; Paul Wolfowitz, voormalig Amerikaans ambassadeur in Indonesië en een paar jaar geleden onderminister van Defensie.
Wolfowitz is tevens lid van de prestigieu­ze Council on Foreign Relations (CFR), een adviesorgaan voor de Amerikaanse regering. Wolfowitz vindt dat er met Indonesië gewoon moet worden samenge­werkt en het regiem niet te provoceren inzake mensenrech­tenkwes­ties.
Een ander prominent lid is Roy Huffington, een Texaanse oliebaron die in de jaren tachtig diverse scheepsladingen met martelwerk­tuig richting Indonesië stuurde. Ere-voorzitter van de US-Indonesia Society is voormalig minister van Buitenlandse Zaken George Shultz, die uitgebreide belangen heeft in de machtige Bechtel Corporation. Shultz is lid van de Trilaterale Commissie en van de CFR.

Een van de belangrijkste financiële ondersteuners van de US-Indonesia Society is de Lippo Group. Via de Lippo Group is er veel geld uitgegeven om de kritiek van de Amerikaanse regering op de mensenrechtenschendingen in Indonesië in te dammen. Drie topofficials van de Lippo Group hebben goede banden met president Clinton. Een van hen heeft een belangrijke functie binnen het Amerikaanse ministerie van Handel.
In maart 1997 reisde een honderdkoppige delegatie af naar Jakarta, die voornamelijk bestond uit zakenlieden. Aangevoerd werd de delegatie door Alexander Haig, 4-sterren generaal en voormalig NAVO bevelhebber, ex-minister van Buitenlandse Zaken, lid van de CFR en van de Malthezer-ridderorde. Dit is de kern van de Suharto lobby in Washington.

De US-Indonesia Society beschrijft zichzelf als een ‘nonprofit educational group’. “We zijn hier om de Amerikanen met betrekking tot Indonesië op te voeden”, aldus Charlie Zenzie, de woordvoer­der van de Society.
Zo wordt onder de Amerikaanse jeugd propaganda voor de Indonesi­sche zaak verspreid. Propaganda waarin de rol van het Indonesi­sche leger inzake mensen­rechtenschendingen op Oost Timor botweg ontkend wordt.
Ook op een aantal universiteiten is de US Indonesia Society actief. Door het organiseren van fora en het medefinancieren van beurzen worden studenten aangemoedigd een deel van hun studie in Indonesië te volgen.

Maar het belangrijkste doelwit is het Amerikaanse Congres. De Society probeert wetgeving te beïnvloeden, leden van het Congres te paaien en nodigt hen uit voor reisjes naar Indonesië.
Voormalig Amerikaans ambassadeur in Indonesië, Masters, is een pleitbezorger voor het Indonesische regiem en ondersteunt deze reisjes van de diverse Congresleden naar Indonesië van harte. “Wij hopen dat ze met een goede indruk terugkomen”. Masters schrijft regelmatig in de publicaties van de Society, en ontkent ronduit de hongersnoden, en de moordpartijen die het Indonesische leger heeft aangericht op Oost-Timor. Volgens hem was het een erfenis van het Portugese bewind en vond dit niet als gevolg van de Indonesische bezetting plaats.
Opmerkelijk is dat Masters in 1965, het jaar een half miljoen Indonesiërs werden afgeslacht, hoofd was van de politieke sectie op de Amerikaanse ambassade, dwz. nauw in contact stond met de CIA.
In een artikel in de Washington Post gaf hij toe dat hij het Indonesische leger een lijst heeft overhandigd met daarop de namen van de communistische leiders. Kort daarna werden deze leiders opgepakt en zonder enige vorm van proces ergens in de jungle neergemaaid.