Dit schrijft de gewezen Israëlische president Chaim Herzog in ‘The Jerusalem Post’ (International Edition). (Achttien maanden zijn voorbij gegaan sinds het ondertekenen van het Oslo-akkoord, en tien maanden sinds de Caïro-overeenkomst betreffende Gaza en Jericho.


Dat vinden sommige mensen misschien een korte tijd om historische ontwikkelingen te kunnen beoordelen, maar wij zijn reeds getuige van een aantal storende gebeurtenissen, die ons dwingen ons te bezinnen op de vraag welke kant we opgaan…)

Hierna merkt oud-president Herzog op, dat hij niet behoorde tot degenen die stonden te juichen bij het Oslo-akkoord. Alleen in principe steunde hij het z.g. vredesproces, want hij vond dat zijn land met teveel haast een gevaarlijke route had gekozen, op korte termijn, zonder het noodzakelijke apparaat voor controle en supervisie.
(Mijn vrees is gegrond gebleken(, zegt hij.

De overeenkomsten met de Palestijnen waren gebaseerd op een aantal principes waarvan de waarde nu moet worden betwijfeld. (Aangenomen werd dat Israël de Palestijnen ging betalen met de munt van zelfbestuur, en in ruil daarvoor in toenemende mate veiligheid zou ontvangen. Helaas, de veronderstelling dat Yasser Arafat erin zou slagen geweld te onderdrukken, of dat werkelijk zou willen, is onjuist gebleken(…
Hij stelt vast dat Israël dacht zich van Gaza ontdaan te hebben, maar Gaza laat niet los. Erger nog: Gaza en Jericho zijn opvangcentra voor de extremisten geworden.

(Verder nam men aan, dat met elke volgende fase in de ontwikkeling, begrip en vertrouwen zouden toenemen, bij beide partijen. Helaas, zij verminderen. De Israëli’s en de Palestijnen geloven niet zo uitbundig meer in het vredesproces(…
Bovendien maakt de regering van Israël de fout niet openlijk bekend te maken wat zij verwacht, wat uiteindelijk het resultaat van alle inspanning zal zijn voor de Joden. De Palestijnen daarentegen winden er helemaal geen doekjes om. Zij wensen de stichting van een staat Palestina, met Jeruzalem als hoofdstad.

Welnu, Israël heeft de Palestijnen verteld, niet op meer zelfbestuur te hoeven rekenen, zolang ze geen paal en perk stellen aan de terreur van de Islam.
Zij hebben geantwoord dat, tenzij Israël hen meer politieke macht geeft, zij niet in staat meer veiligheid te verschaffen. Dus is Israël verplicht zichzelf te beschermen. Echter wordt elke reactie bij voorbaat veroordeeld door de Palestijnse Autoriteit (bestuurslichaam) omdat zoiets haar positie verzwakt.

De Palestijnse Autoriteit vraagt om investeringen uit het buitenland. Maar wie heeft er zin in om geld te steken in een onderneming die niet in staat is haar eigen stabiliteit te waarborgen?

De heer Herzog zegt: (Er moet tegen Arafat gezegd worden dat hij de verantwoordelijkheid behoort te aanvaarden voor het stopzetten van de terreur. Het is niet duidelijk welke afspraken hij heeft gemaakt met de ‘Hamas’-beweging, maar als de terreur voortduurt is het leger van Israël verplicht de noodzakelijke maatregelen, zelfs in de gebieden van de Palestijnse Autoriteit(.
(Laten de palestijnen ook zo spoedig mogelijk verkiezingen houden, zodat wij allemaal weten waar we aan toe zijn, en Arafat (waarschijnlijk) met meer gezag zal kunnen optreden tegenover zijn eigen mensen(.

Trouwens, de toename van de terreur maakt het onvermijdelijk dat het leger het werk gaat overnemen van de politie en grensbewakers.
Laat de regering in Jeruzalem nu tevoorschijn komen met een definitieve overeenkomst. Als het niet anders kan, laten ze dan de Israëli’s en de Palestijnen zorgvuldig gescheiden houden en het verdeeld houden in provincies naar het model van de Zwitserse kantons.
(Dit is een tijd van grote beslissingen(, zegt de heer Herzog. Zo niet, dan komt er geen vrede.