Op 11 januari dit jaar was Israël gastheer van een internationale conferentie over reactie op noodsituaties. Ongeveer 200 afgevaardigden uit 35 landen waren vertegenwoordigd in Tel Aviv.
De conferentie was geïnitieerd door het Israëlische leger en werd gesponsord door de Wereld Gezondheids Organisatie WHO.

Israël, dat continu onder dreiging van terroristische aanvallen ligt, heeft veel ervaring in het reageren op noodsituaties. Daarom heeft Israël veel informatie te bieden aan andere landen. Maar, toen gevraagd werd op welk terrein Israël nog niet voldoende kennis en ervaring heeft, gaf Kol. Dr. Ariel Bar, medisch officier van het Home Front Command, een angstwekkend, bijna profetisch antwoord. Hij zei: “We hebben nog niet veel ervaring met natuurrampen en aardbevingen. Op dit gebied kunnen wij van andere landen leren. Ik geloof dat de contacten die we tijdens deze conferentie opdoen, ons zullen helpen om in de toekomst meer te leren.”

De volgende dag, donderdag 12 januari 2010 voltrok zich een ramp in de vorm van een aardbeving met een sterkte van 7.0 op de schaal van Richter in het kleine Caribische landje Haïti. De verwoesting van deze natuurramp is onvoorstelbaar, met honderdduizenden doden en miljoenen ontheemden.
Op woensdag 13 januari liep de Israëlische ambassadeur voor de Dominicaanse Republiek, Amos Radian, over het puin van de hoofdstad Port-au-Prince. Hij gaf zijn bevindingen door aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Jeruzalem. Radian beschreef de hopeloze situatie als volgt: “Er is geen water, geen voedsel, geen brandstof, geen centrale overheid die de orde handhaaft. De hele ordehandhaving is ingestort. Ziekenhuizen liggen in puin. Er heerst complete anarchie. We weten niet wie het land regeert. De lokale overheid bestaan niet meer.”
Op donderdag had het Israëlische leger twee jumbojets van El Al geleased, die naar Haïti vlogen met medische goederen en een delegatie van meer dan 200 artsen, verplegers, reddingswerkers en Israëlische politie.

Israël wordt vaak bekritiseerd vanwege ‘disproportionele respons’ als ze zich tegen vijandelijke aanvallen beschermen. Diezelfde critici zwijgen als het gaat om Israëls disproportionele respons bij hulp aan andere landen die in nood verkeren. Premier Benjamin Netanyahu beschreef Israëls actie als een traditie van het Joodse volk. Hij zei: “Hoewel we maar een klein land zijn, hebben we ruimhartig gereageerd”. De reddingsteams gingen direct aan het werk. Uitgerust met reddingshonden en hightech luisterapparatuur was het Israëlische team in staat om Franz Gilles, administratief directeur van de  Haïtiaanse belastingdienst te redden.
Plaatselijke Haïtiaanse reddingwerkers hadden kort na de grote aardbeving geprobeerd Gilles uit zijn positie te bevrijden, maar zonder succes, en toen gingen ze verder om anderen te redden, Drie dagen later kreeg het Israëlische team informatie dat Gilles nog in leven was en met zijn familie sms’te.
Na zeven uur nauwgezet graven werd Gilles bevrijd en naar het Israëlische veldhospitaal vervoerd voor behandeling.  De dankbare Haïtiaan zei: “Ik kan het niet geloven. Komen jullie helemaal uit Israël om mij te redden?”

Een ander Israëlisch team is ZAKA, een Joods speur- en reddingsteam. Deze ultraorthodoxe groep heeft ervaring opgedaan in de orkaan Katrina en de tsunami in Oost Azië. Ze kwamen rechtstreeks naar Haïti vanuit Mexico, waar ze geholpen hadden bij opruimwerkzaamheden na een helikoptercrash, waarbij een vooraanstaande Mexicaans-Joodse zakenman was betrokken.
Ze werkten de hele Sabbat door en redden acht studenten uit het puin onder de universiteitsgebouwen. Het team noemde het “een eer om de heilige dag te schenden om mensenlevens te redden.”

Op een voetbalveld in Port-au-Prince richtte de grote Israëlische medische delegatie een compleet gebruiksklaar veldhospitaal in, compleet met operatiekamers en chirurgen. Het team werkte 24 uur per dag aan noodoperaties en spoedeisende medische zorg.
Het team behandelde ook bevallingen, schotwonden en kleinere verwondingen. De eerste baby die in het veldhospitaal geboren werd, was van Gubilande Jean Michel. Hoewel Michel slechts acht maanden zwanger was, was haar zoontje gezond en sterk. Uit dankbaarheid voor de Israëlische artsen die bij haar bevalling hadden geholpen, gaf deze vrouw haar zoon de naam Israël.

Hoewel men in Israël weinig ervaring heeft met natuurrampen en aardbevingen, hebben de Israëlische hulpteams bewezen dat ze een grote bijdrage kunnen leveren bij de hulp aan hun naasten in de wereld.

Bron: overgenomen uit:  Ami nieuwsbrief van het Jeruzalem Bijbel Centrum, maart/april 2010