“Buitenlandse mogendheden en financiële machten gebruikten ‘de onzichtbare hand’ van de markt om Italië in 1992 te destabilise­ren.”

Deze opmerkelijke uitspraak deed Vincenzo Scotti, voormalig leider van de Italiaanse christen-democraten en minister van binnenlandse zaken in de regering van Andreotti (1990-1992). Hij deed zijn uitspraak kort geleden in het Romeinse dagblad Il Tempo. Het was zijn eerste interview sinds hij zich drie jaar geleden terugtrok uit de politiek.

Scotti waarschuwde vijf jaar geleden al voor de dreiging van destabilisa­tie­campagnes gericht tegen Italië die georganiseerd waren vanuit het buitenland.
“Laat ons niet vergeten dat dit alles begon kort na de val van de Berlijnse muur, toen een bloedloze, maar gewelddadiger oorlog tussen staten werd begonnen, een economische oorlog. Ik zei toen dat onze inlichtin­gendiensten signalen ontvingen van grootscheepse destabilisatie-pogingen en dat deze tekenen ons bezorgd zouden moeten maken. Maar in de Senaat trok niemand er zich wat van aan”, aldus Scotti.

Volgens de voormalige christen-democratische leider gaan achter de onzichtbare hand van financiële markten enorme belangen schuil. Deze mensen achter de schermen staan klaar “om fouten en zwakheden van een land te exploiteren en om een land in hun macht te krijgen.”
“Vandaag de dag is deze oorlog verdekter, minder duidelijk waarneembaar, maar wel veel gevaarlijker. Alle middelen worden aangewend, de valuta, de financiën en de industrie, en, als een land zich in een zwakke positie bevindt, is het makkelijker het land te laten verworden tot kolonie.”

Scotti’s uitspraak staat niet op zichzelf. De huidige minister van binnenland­se zaken Giorgio Napolitano heeft de Italiaanse inlichtingendiensten kort geleden de opdracht gegeven bijzondere waakzaamheid te betrachten inzake nationale economische belangen. Napolitano gaf op 24 december vorig jaar in de Italiaanse pers tevens aan waar het gevaar vandaan komt: de internationale valutaspecula­tie die plaatsvindt in de City van Londen.

Italiaanse inlichtingendiensten hebben inmiddels twintig rapporten uitgegeven die rouleren onder de officieren van justitie.
Volgens het blad ‘Il Giornale’ heeft de binnenlandse veiligheidsdienst SISDE de opdracht gekregen op de hoede te zijn voor “situaties of gebeurtenissen die een bedreiging kunnen vormen voor het evenwicht en de vitale sectoren van de nationale economie, met bijzondere aandacht voor het productie apparaat, buitenlandse inmenging in de strategische sectoren van de industrie en de financiële markten.”
De andere geheime dienst, SISMI, is opgedragen het land te beschermen tegen valutaspe­culatie die vanuit het buitenland wordt georganiseerd.

Het hoofd van de Parlementaire Commissie voor de Geheime Diensten, Franco Frattini, verklaarde zelfs openlijk dat de SISDE het mandaat heeft de nationale economie voor internationale speculatie te beschermen.
“Wij vergeten niet dat onder de regering van Berlusconi, systematisch vanuit Londen nieuws werd verspreidt dat tot doel had de economie te destabiliseren en dat onder de Dini regering regelmatig via de media berichten over dagvaardingingen tegen de minister-president werden aangekondigd. Dit zijn typisch acties waar geheime diensten in actie moeten komen”, aldus Frattini.

Staat Italië aan de vooravond van een nieuwe destabilisatiecampagne?
Een campagne net zoals in de jaren zeventig en tachtig toen de geheime vrijmetselaarsloge P-2 het brein bleek te zijn achter de bomaanslagen, de linkse en rechtse terroristi­sche acties die mede waren georganiseerd door de CIA. Een campagne die tot doel had maximale chaos te organiseren om zodoende het land rijp te maken voor een staatsgreep die de afschaffing van de democratie en de installe­ring van een rechts-autoritaire regiem wilde doorvoeren. Het wordt vaak vergeten, maar Silvio Berlusconi was een geregistreerd lid van de nu verboden P-2 loge.