Door de emoties teweeggebracht door de aanslag met gas, uitge­voerd in de metro van Tokyo in maart ’95 en toegeschreven aan de sekte Aum Shinriy­o, werden veranderingen aange­voerd op de wet van godsdienstige vereni­gingen in Japan.

De Episcopale Conferentie van Japan heeft deze wetgevende herziening becriti­seerd die volgens haar een deur dreigt te openen voor inmenging in godsdienstige zaken door regerings­diensten, en alzo de scheiding van kerk en staat in gevaar brengt.

De herziening van de bovengenoemde wet werd ondernomen met als doel de werking van verschillende godsdienstige ver­enigingen meer doorzichtig te maken. De eerste serie veranderingen, sinds het in werking treden van deze wet in 1951, werden goedgekeurd door de Japanse Diéte op 8 decem­ber 1995.

De voornaamste beschikkingen die de oude reglementeringen veranderen zijn vier in aantal. De rechtsmacht over de vereni­gingen, vroeger onder beheer van prefec­ten, werd overgeplaatst naar het ministerie van opvoeding. De godsdienstige organisa­ties moeten in het begin van elk fiscaal jaar inlichtingen verstrekken aan de overheid wat betreft hun financiën en activiteiten. Ook moeten zij zich onderwerpen aan de wette­lij­ke eisen van hun leden of betrokken particulieren die de regis­ters willen inkijken betreffende de staat van financiën of het programma van godsdien­stige activiteiten. Zo kan de overheid eisen deze rapporten voor te leggen of te antwoorden op ge­stelde vragen als zij verdacht worden van winstbejag. Als zij de vereiste voorwaarden niet vervullen of als zij de huidige regels overtreden, kan dit leiden tot hun ontbinding door de regering.

Een tweede serie van wijzigingen op deze wet is in de maak. Zij zullen als doel hebben het belasten van godsdienstige vereni­gingen. Onder sommige voorwaarden zullen hun winsten op de­zelfde wijze behandeld worden als bij een handels­maat­schap­pij.

De Japanse bisschoppen zijn niet de enigen die hun bedenkingen hebben tegen de nieuwe wet. Zij heeft een flinke oppositie veroor­zaakt bij sommige burgers en godsdienstige groepen, evenals bij de advocaten van de hoofdgroep van de oppositie ‘Shinshinto’ (Nieuwe grens). Hun grootste vrees is, dat dank zij de nieuwe moge­lijk­heden van controle die zijn verkregen, de regering aan de gods­dienstvrijheid knaagt. De nieuwe wet heeft zeker de steun van de publieke opinie, maar sommigen verwijten de regering gebruik te maken van de emotie, teweeg­ge­bracht door de gasaan­slag om zich te vergrijpen, dank zij deze nieuwe wetsontwer­pen, aan de machtige boeddhistische sekte van ‘Soka Gakkai’ en aan haar voornaam­ste politieke steun van de ‘Shinshinto’.