Onder een deel van de Duitse jeugd die zich voornamelijk ophoudt bij discotheken, houseparty’s en raveparty’s, verbreidt zich een nieuwe stroming van gospelhousers en evangelische punkers.

In november vorig jaar kwamen voor de eerste keer in Wiesbaden ongeveer 1000 ‘Jesus-Freaks’ bij elkaar, afkomstig uit Hamburg en diverse ste­den in het Ruhrgebied.


Vier dagen lang vierde men feest. Het was een bont festijn. Punkers, anarcho’s, skinheads met felle tatoeëringen, zombies met felgekleurde hanenkammen op hun hoofd, ze waren er allemaal.
Het festival werd het ‘Jesus Freakstock’ festival gedoopt, verwijzende naar het legendarische Amerikaanse Woodstock Festival dat in 1970 werd gehouden. Niet alleen concerten en party’s stonden op het programma, maar ook workshops met thema’s als drugsverslaving, sexualiteit, aids en gebed.
De bedoeling van de organisatoren van het festival was om alternatieve jongeren die zich niet langer thuis voelen in de kerk, voor het idee van een ‘Jesus-Freakstock’ te winnen.

Hoogtepunt van het festival was een ‘Jesus-Rave-Party’ met electronische technomuziek die door professionele disc-jockeys de lucht werd ingeblazen. Het verschil met ‘wereldse’ house en raveparty’s was volgens de organisato­ren het feit dat er scherp op werd toegezien dat er geen drugs verhandeld werden. Ook moest het christelijke karakter door woord en muziek gestalte krijgen.
Maar de jongelui dansten op 25 november tot vijf uur ‘s morgens door, dus op zondag. Weinigen zullen echter hierdoor de ochtend naar een kerkdienst zijn geweest.

Er heerst bij vele jonge christenen helaas de opvatting dat housemuziek en ravemuziek te ‘christianiseren’ valt, zo blijkt uit de nieuwste ontwik­ke­ling in deze muziekbranche: ‘sanctified dance’, ‘christe­lij­ke dansbare muziek’. Eind van deze maand zal er in Gouda iets dergelijk­s georganiseerd worden.