Mensen die regelmatig naar de kerk gaan hebben een levensverwachting die zeven jaar hoger ligt dan niet-kerkgangers. Dit maakte de Amerikaanse professor Dale A. Matthews bekend op het Christelijke Gezondheidscongres, dat recentelijk in het Duitse Kassel plaatsvond. Volgens zijn onderzoek worden regelmatige kerkgangers gemiddeld 82 jaar en niet-kerkgangers gemiddeld 75 jaar.


Maar niet alleen onder kerkgangers hebben religieuze overtuigingen positieve gevolgen op de gezondheid. Een studie in Israël heeft aangetoond dat mensen die in een religieus geïnspireerde kibboetz gewoond hebben, wezenlijk langer leefden dan in een seculiere kibboetz.

Dale Matthews, Amerikaans professor in de medicijnen, adviseert huisdokters en andere artsen de religieuze overtuigingen van patiënten in het behandelingstraject mee te nemen. Matthews, die vele publicaties op zijn naam heeft staan, presenteerde op het congres wetenschappelijke studies die zijn theorie ondersteunden.

In 1972 vond er reeds een onderzoek onder 91.000 Amerikaanse patiënten plaats. Daar werd aangetoond dat mensen die wekelijks naar de kerk gingen minder aan hart-, long-, en leverziektes leden en ook minder zelfmoorden pleegden of zelfmoordpogingen ondernamen.
Weer andere studies tonen aan dat kerkgangers minder last hebben van hoge bloeddruk. In Italië vond er jaren geleden onder 144 nonnen een onderzoek plaats. Dertig jaar lang had men deze vrouwen gevolgd. Geen enkele van hen leed onder hoge bloeddruk.

En onlangs vond er een gezamenlijk onderzoek plaats van de L’école d’ economie de Paris en het European Centre for Social Welfare Policy and Research.
Beide instituten onderzochten het effect van het christelijk geloof op het leven van Europeanen. Zij gebruikten hiervoor de resultaten van enquêtes die naar duizenden Europeanen waren verstuurd.
Uit hun onderzoek kwam naar voren dat gelovigen meer tevreden zijn met de kwaliteit van hun leven dan niet-gelovigen. Het geloof fungeert als een soort buffer bij tegenslagen. Zo kunnen christenen de dood van dierbaren beter verwerken dan atheïsten. En bij het verliezen van een baan zitten gelovigen niet meteen met de handen in het haar. Gelovigen kunnen beter omgaan met tegenslagen als ontslag en echtscheiding dan atheïsten.

Volgens Matthews heeft het geloof ook een positieve invloed op de ziel. Wie zich religieus engageert, ervaart dat het leven hem of haar zin geeft. Betrokkenen hebben meer sociale contacten. Gelovigen kunnen ook beter weerstand bieden aan nicotine, alcohol en drugs.
Matthews zou eigenlijk willen dat artsen hun patiënten aanmoedigen zich religieus te oriënteren en te engageren. Om dit te bewerkstelligen heeft Matthews in zijn spreekkamer een icoon, een foto van een kerk en de tekst uit psalm 23 aan de muur gehangen, met de bedoeling een gesprek met zijn patiënten te ontlokken.
Het onderzoek van Matthews staat in een hele rij van onderzoeken naar de gezondheid van kerkgangers en van andere religieuzen.

Dat het niet het zoveelste onzin onderzoek is, bewijst een grootschalig opgezet onderzoek van de Colombia Universiteit in Amerika in november 2001. Dit onderzoek toonde aan dat volwassenen die nooit een kerkdienst bezochten, vijf maal meer kans hadden om aan de drank te gaan, vergeleken met mensen die wekelijks een dienst bezochten. Tieners die niet religieus waren, hadden drie maal meer kans om aan de drank te raken, bijna vier maal meer kans om marihuana te gaan gebruiken en zeven maal meer kans om andere drugs te gaan gebruiken.
Weer andere studies tonen de waarde aan van religie op de geestelijke en lichamelijke gezondheid en de algehele levensverwachting.

Op het Christelijke Gezondheidscongres spraken baptistische, rooms-katholieke en charismatische sprekers. Sprekers die wetenschappelijk onderzoek doen naar de gezondheid van de mens.

Een andere spreker op het congres in Kassel was de Oostenrijkse professor Paul M. Zulehner. Hij verklaarde dat troost die alleen maar uitzicht biedt op deze kant van het graf, mensen ziek maakt.  Zulehner is een rooms-katholiek theoloog en godsdienstsocioloog.
“Wie de hemel op aarde wil brengen in zijn pakweg tachtigjarig leven, vraagt te veel van zichzelf.”
De gevolgen hiervan zijn depressies en angsten. In Duitsland heeft één op de vier kinderen last van diffuse angsten die eigenlijk behandeld moeten worden. “Wie het doel van zijn leven alleen maar in zijn aardse bestaan wil bereiken, wordt de andere mens tot concurrent.”
Volgens Zulehner is de moderne Godsverlating de bron van alle ziektes. Christelijke gemeentes moeten daarom de moderne mens terugbrengen tot de bron van het menselijke leven, alles wat heilzaam is. Uiteindelijk is dit Jezus Christus, het beste geneesmiddel.

bron: Idea Spektrum