Een van de hoogste rechters in Groot-Brittannië, Lord Millett, heeft kritiek op het maçonnieke ritueel van handenschudden. Hij vindt het compleet achterhaald.
Het handenschudden gaat gepaard met het drukken van de duim op het bovenge­wricht van een van de vingers van de ander. Vrijmetselaren kunnen onder elkaar deze handgreep gebruiken om te laten zien welke graad zij bezitten. Vrijmetselaren die niet weten of iemand anders tot de broederschap behoort, kunnen door middel van deze greep de ander uittesten. Reageert hij niet, dan is hij waarschijnlijk geen lid van de loge.


Een vrijmetselaar kan aangeven tot welke graad hij behoort. Een druk van de duim op het rechter bovengewricht van de wijsvinger bij de ander betekent ‘ik ben leerling’. Een druk op de middelvinger is ‘ik ben gezel’. En op de ringvinger, ‘ik ben meester’.

Volgens Lord Millett, die tot een loge behoort, is dit allemaal ‘buitengewone nonsens’. Millett die zijn kritiek niet onder stoelen of banken steekt, neemt het ritueel en het geheimzinnig gedoe van de vrijmetselarij niet helemaal serieus.

In het Britse dagblad The Times, dat citeert uit een interview met het blad ‘Freemasonry Today’, zegt Millett dat deze maçonnieke handgreep niet buiten de loge gebruikt wordt. “En al zou iemand buiten de loge deze handgreep gebruiken, dan zou ik het niet herkennen omdat het buiten de context gebruikt wordt”.

De mening van Millett is niet zomaar een mening. De 66-jarige rechter is een specialist op het gebied van handelsrecht. Hij is ook Grootofficier in de Royal Arch, een graad boven de Meestersgraad in de reguliere vrijmetselarij. Al dertig jaar maakt hij deel uit van de loge.

Millett is trouwens ook voorstander van een openbaar register dat voor iedereen die dat wil, ter inzage moet liggen bij de Groot-Loge.
“Vrijmetselaren moeten openlijk voor hun lidmaatschap uitkomen. En er is ook geen reden waarom de witte schorten en de regalia niet afgebeeld mogen worden”.
Hoewel hij meer openheid wil, een soort maçonnieke glasnost volgens The Times, vindt hij ook dat bepaalde aspecten van de vrijmetselarij in geheimzinnigheid gehuld moeten blijven. “Gedeeltes van het inwijdingsritueel kunnen een mens veel doen. Als dit openbaar wordt, weet de aankomende leerling-vrijmetselaar precies wat hem te wachten staat”.

Mocht de Britse regering met een openbaar register komen waarin vrijmetselaren die werkzaam zijn in de rechterlijke macht, min of meer verplicht worden hun lidmaatschap kenbaar te maken, dan zou dat kunnen leiden tot rechtszaken waarin rechters-vrijmetselaren ter wille van hun objectiviteit gedwongen kunnen worden terug te treden. Millett is daar wel bang voor, maar volgens hem is het nog niet zo ver.

Jaren geleden verschenen er boeken over schandalen in de vrijmetselarij, die in Engeland tot veel publieke debatten hebben geleid. De meeste vrijmetsela­ren hebben in de Britse samenleving de sleutelposities ingenomen. Rechterlijke macht, politie, justitie, bankwereld, leger en regering.
Dit leidt tot maçonnieke old boys netwerken, zoals Stephan Knight en Martin Short in hun boeken uitgebreid beschreven hebben.