In veel Westerse landen is het moeilijker geworden voor de onderwijge­venden bij het lager onderwijs. Tenminste, als ze hun werk gewetensvol willen doen.
Niet alleen krijgen hun scholen minder geld ter beschikking dan voorheen, maar ook ontvangen ze van hogerhand allerlei richtlijnen waarmee ze het principieel oneens zijn.

Begrijpelijk dat het vooral de christelijke leerkrachten zijn die wor­stelen met deze problemen. Ze worden verplicht de kinderen zo ongeveer alles te vertellen over bloembollen, wortels, bloemen, planten, bomen en struiken, maar elementaire vakken als vaderlandse geschiedenis en aardrijkskunde komen nauwelijks meer aan bod bij het indelen van het leerprogramma.
Het geeft hun soms een gevoel van machteloze woede. Daar blijft het niet bij.

Prof.R.van Horn (Universiteit van Noord-Florida) schreef hier onlangs over in het Amerikaanse maandblad ‘Phi Delta Kappa’.
Alles moet tegenwoordig spelenderwijs gaan, gemakkelijk gemaakt, wat slordig uitgebeeld in fraaie kleuren, want anders hebben de thuis door de televisie bedorven kinderen er gewoon geen belangstelling voor.
Zij die deze ontwikkeling van dichtbij meemaken, begrijpen wel dat in het algemeen de hoeveelheid kennis die de leerlingen ‘opdoen’ gering is. Vooral als men een vergelijking gaat maken met een jaar of veertig geleden.

In sommige landen is dan ook geklaagd dat de eerste-jaars studenten aan de universiteiten vaak slecht kunnen rekenen en schrijven, erop betrapt worden ‘verveeld rond te hangen’, zich gemakkelijk laten verleiden tot het gebruik van sterke drank en verdovende middelen, zich een immorele le­vens­wijze aanleren, soms betrokken zijn bij vechtpartijen e.d.
Een kwestie van oorzaken en gevolgen.

Het is dan ook geen wonder dat een groeiend aantal onderwijzers de nieuwe instructieboeken opzij legt. Het gaat zo niet langer.
Het is al beroerd genoeg dat hen is verteld de kinderen met ‘fluwelen handschoenen’ aan te pakken en allerlei dingen ‘door de vingers te zien’. Ze weigeren de klas alles te laten verwerken, dat ‘ergens’ in de hogere re­gi­onen is uitgedacht.
Ook willen ze niet overal computers bij halen, die trouwens een hoop geld kosten (wat hun budget niet toelaat) en na enkele jaren al verouderd zijn. Dit nog afgezien van het feit of deze dingen de gezondheid van de kinderen niet in gevaar brengen. Dit laatste wordt door sommige medici voorzichtig toegegeven.
Laat ze (de kinderen) weer creatief bezig zijn.

Er zijn leerkrachten die een goed voorbeeld geven. Zij maken zèlf allerlei lesmateriaal om de kinderen elementaire zaken te leren. Gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar ze bijten zich er in vast en hangen het niet ‘aan de grote klok’.
Ze bereiken met hùn leerlingen resultaten, waar velen niet aan kunnen tippen. Ze vechten bijvoorbeeld tegen platvloerse uitdrukkingen in de klas en in opstellen. Zij willen de taal van het land zuiver houden.

Maar ze zeggen ook: Laat de kinderen zelf maar een collectie zeeschelpen aanleggen, plantjes verzamelen, een landkaart tekenen, antwoorden opzoeken in een encyclopedie enz.
De evolutie-leer wordt vermeden, politieke leuzen met een anti-christe­lijke inslag blijven buiten de deur, voorlichting over intieme omgang wordt kort en duidelijk gehouden; christelijke normen klinken door in alles wat on­der­we­zen wordt.