Drie samenwerkingsverbanden van vrijmetselaars verenigen de loges van Midden- en Zuid-Amerika. Er is sprake van een toenemende samenwerking tussen de diverse loges. In landen zoals Argentinië groeit de vrijmetselarij zeer snel.
In 1999 telde Argentinië 5800 vrijmetselaars. Vorig jaar waren dat er 9000. Ook wordt er in steeds meer in dialoog getreden met de Roomse kerk. Veertien Argentijnse presidenten waren vrijmetselaars.

Het blad ‘Ken U zelve’, de opvolger van het Algemeen Maconniek Tijdschrift, besteedde recentelijk aandacht aan de groei van de loges in het gebied.

In Latijns-Amerika bestaan er diverse samenwerkingsverbanden. De belangrijkste is de COMACA, de Confederacion Masonica Centro Americana. Zij verenigt Grootloges van de zes republieken Panama, Costa Rica, Nicaragua, Honduras, Guatemala en El Salvador.
Elk jaar wordt in een van de aangesloten landen een conferentie van een week gehouden om te discussiëren over gemeenschappelijke problemen. Een secretariaat, gevestigd in Guatemala, zorgt voor de follow up van aangenomen resoluties. In 2001 werd bij voorbeeld besloten om een universiteit van de vrijmetselarij op te richten, die in Costa Rica wordt gevestigd.

De vrijmetselarij is machtig in Latijns-Amerika. In Costa Rica, vanaf het moment dat in 1865 de eerste loge werd opgericht, waren zes presidenten van het land lid van de orde. In dit land bestond reeds eerder een universiteit die opgericht was door vrijmetselaren.
Met name in Costa Rica heeft de vrijmetselarij veel invloed. Rond 1865 bestond het hele kabinet uit logebroeders.
In 1999 vierde de grootloge van Costa Rica zijn honderdjarig bestaan. Aanwezig waren onder andere een aantal priesters van de Roomse kerk in dat land.
In Mexico wordt beweerd dat ‘de enige aanbeveling voor het presidentschap is het lidmaatschap van de orde’.

Een ander samenwerkingsverband is de CMI, de Confederacion Masonica Interamericana met haar zetel in de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires, waar alle Spaans-sprekende landen van het continent zijn verenigd, aangevuld met het Portugees sprekende Brazilië. De CMI vergadert om de vijf jaar in een ander land.
In 1991 werd een conferentie gehouden die twee weken duurde. Er werd gediscussieerd over de vraag op welke wijze de bewapeningsdrang van de Latijns-Amerikaanse landen aan banden zou kunnen worden gelegd om de vrijkomende fondsen beschikbaar te stellen voor educatie.
De loges van Latijns-Amerika werken goed samen. Dat alles wordt vergemakkelijkt door de gemeenschappelijke taal.
De loges financieren scholen, universiteiten, tehuizen voor weeskinderen en ouden van dagen, begraafplaatsen voor mede-vrijmetselaren, verlenen studiebeurzen en helpen bij rampen.

In Cuba waar 314 loges actief zijn, is de Grootloge lid van de CMI. In 1955 werd voor het eerst in de geschiedenis een inter-Amerikaanse maconnieke bijeenkomst gehouden in Havana, de Derde Inter-Amerikaanse Maconnieke Confederatie, nog voordat Fidel Castro de macht overnam.
Dit jaar vieren de gezamenlijke loges in dit land hun 250-jarig jubileum. Ter ere van dit jubileum wil men een Caribisch Maconniek Centrum in Havana oprichten.
Nederlandse vrijmetselaren helpen bij dit project.

Een kleiner samenwerkingsverband is de CMB, de Confederacion Masonica Bolivariana, genoemd naar de vrijheidsstrijder Simon Bolivar.
In augustus vorig jaar vond er in Panama een grote maconnieke bijeenkomst van de CMB plaats waar verschillende grootloges vertegenwoordigd waren.
Ook de COMACO was als organisatie aanwezig evenals vertegenwoordigers uit Chili, Argentinië, Brazilië en Spanje.
De grootmeester van de Panamese Grootloge is secretaris van zowel de CMB als de COMACA. Er wordt inmiddels gewerkt aan een Caribisch maconniek communicatiecentrum.

De CMB is in 1990 in Colombia opgericht ‘om de maconnieke grootmachten te verenigen van de landen die hun onafhankelijkheid mede verkregen dankzij het bevrijdende zwaard van de vrijmetselaar Simon Bolivar’.
Leden zijn o.a. Bolivia, Ecuador, Panama, Peru en Venezuela.
‘Samenwerking, vrijheid, welzijn, mensenrechten, gerechtigheid, vrede en economische ontwikkelingen verenigen de loges met elkaar’. Zij streven naar dezelfde doeleinden als de COMACA.

En vorig jaar mei vond in de Chileense hoofdstad Santiago de zevende Wereldconferentie van Grootloges plaats.
De openingsceremonie werd gedaan door de Chileense president  Ricardo Lagos, die ‘een rede hield die een vrijmetselaar waardig zou zijn geweest’.
Op de drie dagen durende wereldconferentie waren Europese grootloges vertegenwoordigd, onder andere Duitsland, Spanje, Luxemburg, Bulgarije, Engeland, Portugal, Servië, Estland en Turkije. Er werden problemen van de wereldvrijmetselarij besproken. ’De winst van deze bijeenkomst bestond vooral in het ervaren van het Latijns-Amerikaanse maconnieke zelfbesef’.