Dat de media eenzijdig voorlichten over de problematiek in het Midden-Oosten mag bekend zijn, dat ze bewust valse voorlichting geven bewees onlangs een foto in de New York Times, een van de meest gezaghebbende kranten van de VS.

Op de foto, die de krant op 30 september op pagina A5 plaatste, is een zwaar bewapende Israëlische soldaat te zien die met een stok zwaait, terwijl aan zijn voeten een jonge bang kijkende Palestijn zit. Het bloed stroomt de jongen over het gelaat. Op de achtergrond is een bord te zien waarop in het Hebreeuws reclame voor dieselolie wordt gemaakt. De foto was gemaakt door een journalist van Associated Press. Het onderschrift luidde vertaald: “Een Israëlische politieman en een Palestijn op de Tempelberg.”

De volgende dag ontving de New York Times een brief van de in Chicago woonachtige Dr. Aaron Grossman. Grossman schreef dat de gewonde ‘Palestijn’ in werkelijkheid zijn eigen zoon was. “Het is Tuvia, een joodse student uit Chicago die in Israël op bezoek was. Hij en twee van zijn vrienden werden door Palestijnen uit de taxi, waarmee ze naar Jeruzalem reisden, getrokken, in elkaar geslagen en met een mes gestoken.” De Israëlische soldaat op de foto ontzette de jongemannen en heeft zo waarschijnlijk hun leven gered.
Verder blijkt de foto onmogelijk op de Tempelberg genomen te kunnen zijn. “Op de Tempelberg bevindt zich geen benzinestation, op de foto echter wel”, aldus Grossman.

De Amerikaanse nieuwszender CNN maakte het bont tijdens een reportage vanuit de Palestijnse gebieden. CNN-verslaggeefsters hadden het geregeld over “wij” als ze over de Palestijnen spraken. De Israëlische regering stoort zich er al langer aan dat CNN nauwelijks nog  moeite doet om onpartijdig te lijken.

5 Het commentaar van de Internationale Christelijke Ambassade in Jeruzalem (ICAJ) op deze zaken: “Zoals vaak in het Midden-Oosten het geval is, was het eerste slachtoffer in het Arabisch-Israëlische treffen de waarheid”.