De meeste mensen hebben er voor het eerst over gehoord tijdens de tweede wereldoorlog, dat er soldaten bereid waren, zich met springstoffen beladen op hun vijanden te storten. De Japanse luchtmacht maakte immers gebruik van piloten, die zich met een vliegtuig met bommen op een Amerikaans oorlogsschip lieten vallen, waarbij ze hun leven verloren.
Ze dachten, dat het hun god welgevallig zou zijn en ze beloond zouden worden met het eeuwige leven….

In het Midden Oosten doet zich hetzelfde voor, ten koste van de staat Israël. Fanatieke Moslims plegen aanslagen met auto’s vol springstoffen of hebben ze op hun eigen lichaam bevestigd. Het maandblad ‘Bible in the News’ (Oklahoma, USA) schrijft, dat dit te maken heeft met de gedachte: “Wraak is een zaak van eer”.

Sheik Naim Oassem, vice-kommandant van de ‘Hezbollah’ heeft verklaard: “Onze menselijke-bommen-brigade gaat zich verder concentreren op wraak nemen in Israël. We zullen ons ook op de Verenigde Staten van Amerika storten, als die probe­ren recht­streeks tussenbeide te komen om dit te verhinderen”.
Waar of al die vrijwilligers gevonden worden?

Het antwoord staat in een boek van Patrick Seale (‘Abu Nidal, A Gun for Hire’). Hij heeft daarin opgetekend, wat een man hem vertelde, die in het opleidingscentrum van de bekende terro­rist Abu Nidal is geweest, dat zich in Libië bevindt. Het blijkt, dat de rekruten bestaan uit palestijnse jeugd en vereenzaamde mensen, die doelloos hebben rondgezworven.
De schrijver geeft het voorbeeld van Hoessein Jorde Abdallah, die in zijn jeugd op afvalhopen naar voedsel zocht en een bekwame winkeldief werd.

Toen in 1986 zijn vader overleed, werd er van hem verwacht, dat hij verder voor zijn moeder en beide jongere zusters zou zorgen. Hij vluchtte naar Spanje, waar hij aan de kost kwam door oplichterij en diefstal, maar hij werd door de politie gegrepen en gedeporteerd naar Libanon. In de hoofdstad Beiroet leerde hij een meisje kennen, die lid was van de revolutionai­re beweging ‘Fatah’, geleid door Aboe Nidal. Hij liet zich overhalen om zich aan te melden voor training.
Dit bleek neer te komen op een volslagen hersenspoeling. Zoals bepaalde sektes doen, die iemand volstoppen met hun denkbeel­den en opvattingen, totdat ze automatisch alles doen, wat hen wordt bevolen.

Hoessein moest elke morgen een uur voor zonsopgang naar buiten om een uur te gaan snel-wandelen. Na een licht ontbijt moest hij als bouwvakker werken tot één uur ‘s middags. Daarna en lichte lunch en verplicht rusten, maar om drie uur het werk hervatten tot zes uur. Daarna zich wassen en kleden voor het avondprogramma van lezingen en poli­tie­ke films.
Wie het waagde zich ergens over te beklagen, werd onmiddelijk overgebracht naar ‘station 16’, waar men zodanig werd afgeran­seld, dat men strompelend terug kwam… Ten slotte waren alle deelnemers bereid zich te laten gebruiken als menselijke bomme­n…

De beste terrorristen verhuizen onder valse namen naar andere landen. Soms wordt hen bevolen, daar te trouwen met een ver­pleegster of een ambtenares.
Daarna is het een kwestie van afwachten. Wanneer ‘het bevel’ komt, moet het worden uitgevoerd zonder vragen te stellen. Ze mogen met niemand anders bevriend raken…

Er staat geen sterk leger achter hen; alleen een moordda­dige organisatie, die van mening is, niets te verliezen te hebben. Sterven met zo veel mogelijk vijanden, dat is een ideaal, omdat je dan een ‘held’ zult zijn voor ‘de cultuur van de Islam’, een martelaar die tot lang na zijn dood geëerd zal worden. Dat is er bij hen in gehamerd.