Afgelopen zaterdag 21 november, vond er op L’Abri een informatie dag plaats over mindfulness, een bepaalde vorm van therapie ontleend aan het Boeddhisme. Inleiders: Rob Ludwick en studentenpastor Philip Troost.
L’Abri is een retraiteoord in Eck en Wiel, in de buurt van Culemborg, waar voornamelijk jongeren zich voor korte of langere tijd kunnen terugtrekken en zich kunnen bezinnen over levensvragen. Regelmatig verzorgt L’Abri bijeenkomsten met sprekers over diverse onderwerpen. L’Abri is een organisatie die het gedachtengoed van de christelijke cultuurfilosoof Francis Schaeffer (1912-1984) wil doorgeven.

Inleider Rob Ludwick liet zien wat een enorme invloed mindfulness inmiddels gekregen heeft. Niet alleen in de psychologie en psychotherapie, maar ook in de diëtiek, de rouwverwerking, maar met name in het bedrijfsmanagement en het zakenleven wint mindfulness steeds meer terrein. Mindfulness compact te verwoorden is niet eenvoudig, want er zijn inmiddels vele stromingen. Maar zo iets als “wat geldt is, het hier en nu, dat met volle aandacht beleven en genieten en alles zonder vooroordeel” geeft een goed beeld van wat mindfulness is.
Mindfulness is ervaren wat je nu meemaakt, openstaan voor het nu, ‘het bereiken van een waardevolle stap in je geest’.

De Amerikaan Jon Kabat-Zinn is de geestelijke vader van mindfulness. Hij is oprichter en voormalig directeur van de Stress Reduction Clinic van het gezondheidscentrum van de universiteit van Massachusetts, waaraan hij als hoogleraar was verbonden. Hij ontwikkelde aandachtstraining (Mindfulness), een techniek om mensen te leren omgaan met stress, angst, pijn en ziekte. Hij noemde zijn programma Mindfulness Based Stress Reduction (MBSR). In zijn praktijk wordt gebruik gemaakt van een combinatie van meditatie en hatha yoga, waarbij het er om gaat zich bewust te zijn van het moment (“hier en nu”).
Kabat-Zinns’ missie is om aandachtstraining een plaats te geven binnen de reguliere geneeskunde en in de samenleving als geheel. Mindfulness heeft grote invloed op de gezondheidszorg.
Tijdens een reis door India kwam hij in aanraking met meditatietechnieken, van waaruit hij zijn eigen systeem van meditatie samenstelde.  Het belangrijkste voor Kabat-Zinn is daarbij de ademhaling en ademhalingsoefeningen, het belangrijkste onderdeel van het menselijke bioritme.
Oefeningen die je wel twintig keer per dag moet herhalen om effectief te zijn, met het uiteindelijke doel van jezelf bewust te worden en jezelf steeds minder over te geven aan stress, angst, pijn en een ongezonde levenswijze.
Verder is Kabat-Zinn lid van het bestuur van het Mind and Life Institute. Dit instituut bevordert de dialoog tussen de Dalai Lama en westerse wetenschappers met als doel meer inzicht te krijgen in de verschillende vormen van kennis en de aard van de geest, emoties en de werkelijkheid te doorvorsen.

Op het eerste gezicht lijkt het allemaal neutraal. Ludwick meldde daarbij dat de meeste mindfulness trainers bewust religieuze termen weglaten en verwijzingen naar oosterse en boeddhistische meditatietechnieken wegvlakken. Maar in de praktijk blijkt dat altijd de vooronderstellingen, de levensvisie en de visie op de mens vroeger of later aan het daglicht treden.
“Mindfulness is namelijk alleen effectief als je het gebruikt met een visie op jezelf en je lichaam. Wat wil je bereiken. Zonder doel voor ogen, dan ook geen mindfulness. Het is dus niet neutraal.”
Ludwick ging in op bepaalde boeddhistische methodieken die ook in mindfulness worden gebruikt. Het bereiken van een situatie waarin je los komt van jezelf, wordt in het boeddhisme als hoogste doel beschouwd. Dit wil mindfulness in zekere mate ook bereiken. Alle verschijnselen zijn illusies, het zich onthechten van de wereld, het loskomen van de dwang van het perfectionisme zijn kreten die vaak te horen zijn binnen mindfulness. Los van pijn en los van het verlangen naar geluk.
Ludwick liet ook zien dat bepaalde doelen heel tegenstrijdig kunnen zijn. Op een welhaast obsessieve manier met jezelf bezig zijn kan ook weer leiden tot nieuwe vormen van perfectionisme. Mindfulness is heel erg gericht op jezelf. “Verwen jezelf, het leven is maakbaar, ontdek wat jezelf gelukkig maakt. Pak het nu, want de rest bestaat niet. Accepteer jezelf. Succes hangt af van je innerlijke vrede. Zelfzucht als een manier van leven.” Ludwick: “Juist mindfulness zou ons daarvan moeten bevrijden.”
“Maar waar blijft de maatstaf of iets goed of slecht is? Die betrouwbare maatstaf is er niet.” “Er is ook geen idee van een persoonlijk God binnen mindfulness, men gaat er niet van uit”, aldus Ludwick. “De intenties zijn goed, de doelen zijn goed, maar de basisfilosofie deugt niet, de mensvisie deugt niet, zij schiet tekort.”
Een kritische bezoeker merkte na de lezing op dat dit onderdeel van het boeddhisme (mindfulness) uit de oosterse leer is gehaald en als een soort vitaminepil hier (in het westen) op de markt wordt gebracht.

Studentenpastor en vrijgemaakt gereformeerd predikant Philip Troost was de tweede spreker op deze dag. Troost koestert de diepe overtuiging dat gereformeerde en charismatische christenen elkaar hard nodig hebben voor een gezonde bijbelse en tegelijk geestelijk bezielde geloofspraktijk. Gereformeerden kunnen heel wat van charismatische christenen leren.
Zijn inbreng was aanmerkelijk minder kritisch tegenover mindfulness en hij gaf de indruk dit een goede aanvulling te vinden op het christelijk geloof. Troost vertelde dat hij een opleiding ‘transpersoonlijke therapie’ had gevolgd, een opleiding gebaseerd op het boeddhisme, waarbij hij veel heeft moeten mediteren. “Ik heb veel ontdekt en geleerd, ik vond heel veel overeenkomsten met de Bergrede.”
Troost liet aan het begin van zijn bijdrage een schaaltje met rozijnen de zaal rondgaan, waar iedereen er eentje uit moest nemen. Daarna volgde een tien minuten durende meditatiesessie die begon met een ademhalingsoefening gevolgd door een aantal instructies die met gesloten ogen uitgevoerd moesten worden. “Neem de rozijn……breng hem naar je neus…..breng hem naar je mond……proef hem……kauw voorzichtig….. neem de smaak waar…… speur hoe de rozijn tegen je gehemelte ligt……en slik hem door……nu ben je exact één rozijn zwaarder.”
Vervolgens: “Stel je eens voor dat God net zo naar jou kijkt, als jij naar de rozijn kijkt, en stel je eens voor dat een ander mens zo op jouw betrokken was en stel je eens voor dat jij zo betrokken was op een ander en stel je eens voor dat jij zo betrokken was op jezelf, zonder oordeel.”
Over de betrokkenheid van een andere persoon met Troost merkte Troost op dat hij zeer getroffen was. “Ik dacht dat ik Jezus daarvoor nodig had, maar die man was een heiden, wat een liefde had hij.”
Verder: “God is met ons, het bijzondere van het christelijke geloof is dat God naar ons toe komt, naar mijn plek, maar ik ben daar niet. Wij zijn niet bij ons hart dus kunnen we Jezus niet of nauwelijks volgen.”  (…) “Bij alle andere godsdiensten moet de mens naar God of de goden gaan, maar in het christelijk geloof komt God naar ons toe.”  (…) “Mindfulness heeft mij geholpen mij dichter bij mijn hart te komen” en hij verwijst daarbij naar een tekst in Spreuken. En over mindfulness: “Volgens mij gaat dit over God.”

Aan de hand van vijf  punten ging Troost in op de vraag in hoeverre mindfulness bruikbaar is in het christelijk geloof of in hoeverre het zelfs ermee in overeenstemming te brengen is.
1) er helemaal zijn
2) adem- als anker, de basisimpuls van ons leven, de thermometer van de ziel.
3) aanvaarden zonder oordeel
4) de-identificatie
5) goed waarnemen

Met name het tweede punt werkte Troost uitgebreid uit. “Als ik geloof dat alles volbracht is, kan ik beter ademen. De adem is het belangrijkste. (…) Je kunt je adem ook gebruiken om te ontstressen, dat is een techniek die de Schepper er ook in heeft gelegd. Daarom is het zo belangrijk je adem te leren ontdekken en gebruiken.” (…) “Hoe kan je contact met God hebben, als je geen contact hebt met jezelf? Je adem is een goede techniek om in contact te komen met jezelf.”

Wat betreft het derde punt meldde Troost: “Je moet niets willen met je waarneming, dat is mindfulness. Je moet het niet gaan interpreteren, dan komen de dilemma’s, je raakt er dan in verstrikt, dat is mindfulness. Mindfulness leert dat we het schema van goed en kwaad moeten loslaten, geen polariserende, maar complementaire werkelijkheid.” (…)  “Maar God heeft het kwaad overwonnen, Christus heeft het kwaad overwonnen.” (….) “Je moet jezelf omarmen als je weet dat er kwaad in je zit. Maar je moet het kwaad zelf niet omarmen.”
Troost gaf ook toe dat mindfulness een middeltje is, “je zult daar God en Gods’ waarheid daarin niet herkennen.” Verder stelde Troost: “Ik stel voor het oosterse jasje (van mindfulness) eraf te halen en de christelijke jas erom heen te hangen.”

Wat Troost nu werkelijk wil, bleef vaag. Wil hij de boeddhistische vorm van mindfulness ontdoen van zijn boeddhistische lading en in het christelijk geloof introduceren, of beide met elkaar in overeenstemming brengen, of de boeddhistische vorm verchristianiseren en met bijbelse opvattingen combineren waar het bruikbaar is? Het werd er niet duidelijker op. Troost verwees wel duidelijk naar het christelijke evangelie als enige redding, maar houdt daar uitdrukkelijk niet-christelijke hulpmiddeltjes achter de hand om de vervulling van dit doel dichterbij te brengen.